Uitspraak
1.[gedaagde 1] ,
2.
[gedaagde 2],
1.De procedure
2.De feiten
In verzuim zijn/boetebeding
Rechtbank Amsterdam
De zaak betreft een vordering van ASR Dutch Core Residential Custodian B.V. tegen [gedaagde 1] tot betaling van een huurachterstand over de jaren 2022 en 2023. De huurovereenkomst liep van 2013 tot 30 april 2023 en bevatte bedingen over rente, incassokosten en boetes. ASR trok haar vordering tegen [gedaagde 2] in en verminderde haar eis.
De rechtbank oordeelde dat de rente- en incassokostenbedingen oneerlijk zijn in de zin van Richtlijn 93/13/EEG en vernietigde deze. Het boetebeding werd eveneens als oneerlijk beoordeeld en vernietigd. Het huurprijswijzigingsbeding werd niet als oneerlijk aangemerkt. De gevorderde rente en incassokosten werden afgewezen.
[gedaagde 1] stelde dat zijn zoon verantwoordelijk was voor de betalingsachterstand, maar dit werd onvoldoende onderbouwd en verworpen. De rechtbank kende een bedrag van € 2.953,22 toe als achterstallige huur, na aftrek van niet-onderbouwde posten. Proceskosten werden aan [gedaagde 1] opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Huurder wordt veroordeeld tot betaling van € 2.953,22 huurachterstand en proceskosten, rente en incassokosten worden afgewezen wegens oneerlijke bedingen.