ECLI:NL:RBAMS:2026:3192

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
26 maart 2026
Publicatiedatum
31 maart 2026
Zaaknummer
13-229723-25
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552f SvArt. 36b SrArt. 33c SrArt. 8 EVRMArt. 1 Eerste Protocol EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onttrekking aan het verkeer van telefoon met kinderporno en verstrekking van persoonlijke foto’s

In deze strafzaak is een telefoon in beslag genomen waarop kinderporno is aangetroffen. Het Openbaar Ministerie vordert onttrekking aan het verkeer van de telefoon, omdat het verwijderen van alle strafbare bestanden te complex is. De verdediging verzoekt primair om teruggave van de telefoon en subsidiair om verstrekking van enkele persoonlijke foto’s die alleen op deze telefoon aanwezig zijn.

De rechtbank oordeelt dat de telefoon als geheel onttrokken moet worden aan het verkeer, omdat het niet mogelijk is om de strafbare bestanden adequaat te verwijderen. Wel wordt onder specifieke omstandigheden, gelet op het belang van de minderjarige belanghebbende met een laag IQ en de duidelijke omschrijving van de foto’s, gelast dat drie persoonlijke foto’s uit de filmrol worden verstrekt.

Het verzoek om een geldelijke tegemoetkoming wordt afgewezen omdat de belanghebbende niet onevenredig wordt getroffen door de onttrekking. De strafzaak is afgedaan met een Halt-afdoening en de belanghebbende heeft een blanco strafblad. Tegen deze beslissing staat beroep in cassatie open.

Uitkomst: De telefoon wordt onttrokken aan het verkeer en drie persoonlijke foto’s worden aan de belanghebbende verstrekt; een verzoek om vergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Strafrecht
Zittingsplaats Amsterdam
parketnummer : 13-229723-25
raadkamernummer : 26-001072
datum : 26 maart 2026
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op de vordering van de officier van justitie ex artikel 552f van het Wetboek van Strafvordering (Sv) in de zaak onder bovenvermeld parketnummer betreffende
:

[belanghebbende] ,

geboren op [geboortedag] 2007 te [geboorteplaats] ,
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. E. van de Pol, advocaat te Amsterdam ( [adres] ),
hierna te noemen: beslagene/belanghebbende (hierna: belanghebbende).

Procedure

De vordering is op 13 januari 2026 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
De rechtbank heeft de vordering op 12 maart 2026 in openbare raadkamer behandeld.
De rechtbank heeft de belanghebbende, mr. E. van de Pol en de officier van justitie in openbare raadkamer gehoord.

De inhoud van de vordering

De vordering strekt tot onttrekking aan het verkeer van een telefoon, merk Apple, kleur zwart (goednummer G6624857).

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

Op de telefoon is wraakporno/kinderporno aangetroffen. Er is besloten de telefoon niet aan belanghebbende terug te geven. Van de politie kan niet worden verlangd alle gegevens te onderzoeken op de vraag welke wel en niet zouden moeten worden verwijderd. Daarom is volhard in de vordering.
Voor zover is verzocht door belanghebbende aan hem enkele afbeeldingen terug te geven, geldt dat dit een te ingewikkelde en tijdrovende opdracht is om aan de politie te geven.
Het verzoek om een vergoeding dient te worden afgewezen omdat dit onbegrijpelijk is en niet valt te rijmen met het feit dat de telefoon voor onttrekking aan het verkeer vatbaar is.

Het standpunt van de verdediging

Namens de belanghebbende is primair verzocht de telefoon aan de belanghebbende terug te geven. Op de telefoon staan veel foto’s van familieleden of (huis)dieren die er niet meer zijn, zoals de tweede moeder van de belanghebbende. Deze foto’s staan alleen op deze telefoon en zijn niet meer op andere wijze te verkrijgen.
Teruggave van de telefoon kán ook worden bevolen, omdat niet de telefoon strafbaar is maar slechts een aantal daarop aangetroffen bestanden.
Subsidiair is verzocht enkele concreet aan te duiden foto’s aan de belanghebbende te doen teruggeven, welke door hemzelf omschreven worden. Het wettelijk stelsel verzet zich daar niet tegen.
Tot slot heeft de raadsman, indien de rechtbank de vordering toewijst, verzocht aan de belanghebbende een geldelijke tegemoetkoming in de kosten ex artikel 33c Wetboek van Strafrecht (Sr) toe te kennen. Klager heeft de telefoon circa twee jaar geleden op Marktplaats gekocht voor € 300,-. Dat zou nu € 400,- zijn, dan wel € 200,- indien hij een refurbished toestel zou kopen. Daarom is verzocht aan hem een tegemoetkoming van € 300,- toe te kennen.
De belanghebbende heeft verzocht om, als hij de telefoon niet terug krijgt, in ieder geval een drietal foto’s terug te ontvangen. Deze bevinden zich in de fotomap en kunnen als volgt worden omschreven:
  • een foto waarop de belanghebbende en zijn tweede moeder te zien zijn. De belanghebbende is circa 8 jaar oud, draagt een groene broek en heeft een ijsje in zijn hand. Zijn tweede moeder had óf grijze krullen óf was inmiddels al kaal door een medische behandeling. Mogelijk had ook zij een ijsje in haar hand;
  • een foto waarop de hond van de belanghebbende staat, ras Cane Corso. Deze hond heeft een grijze torso en staat tegen het raam met zijn voorpoten op het kozijn. Eén poot is iets van de grond en te zien is dat de hond zijn spieren aanspant;
  • een foto waarop twee shetlanders (zwart) en een pony (bruin met witte/zwarte vlekjes) naast elkaar staan.

De beoordeling

Uit de stukken en het verhandelde in raadkamer is het volgende gebleken.
In het strafrechtelijk onderzoek naar de belanghebbende is onder hem een telefoon in beslag genomen. Op deze telefoon zijn diverse foto’s, filmpjes en berichten aangetroffen die als kinderpornografisch moeten worden aangemerkt.
Ten aanzien van de onttrekking aan het verkeer
Als een inbeslaggenomen gegevensdrager één of meer bestanden bevat waarop (bijvoorbeeld) kinderporno is afgebeeld, kan dat leiden tot onttrekking aan het verkeer van de gegevensdrager op de grond dat het ongecontroleerde bezit van de gegevensdrager als zodanig in strijd is met de wet en het algemeen belang. Hierbij is van belang dat de Hoge Raad heeft geoordeeld dat de opvatting dat afzonderlijke bestanden/gegevens op een gegevensdrager evenzoveel voorwerpen zijn waarop het beslag rust en daarom zijn te beschouwen als afzonderlijke voorwerpen als bedoeld in artikel 36b Sr, niet juist is. [1]
De raadsman heeft hij verzocht de telefoon los te zien van de daarop aangetroffen verboden kinderporno. De rechtbank is van oordeel dat analoog aan voornoemd oordeel van de Hoge Raad, niet kan worden geoordeeld dat de telefoon als een afzonderlijk voorwerp kan worden aangemerkt.
Het laten verwijderen van alle bestanden met betrekking tot kinderporno is een dermate ingewikkelde en tijdrovende taak dat dit niet van de politie kan worden gevergd, als het al mogelijk zou zijn om deze bestanden daadwerkelijk blijvend ontoegankelijk te maken.
De rechtbank zal het verzoek om teruggave van de telefoon dan ook afwijzen en de vordering tot onttrekking aan het verkeer toewijzen.
Ten aanzien van het verzoek om teruggave van een drietal in de fotomap opgenomen foto’s
Het wettelijk stelsel verzet zich er niet tegen dat de rechter die de onttrekking aan het verkeer oplegt, na een daartoe strekkend verzoek van de verdediging gelast dat aan de verdachte/belanghebbende (een kopie van) één of meer bestanden die zich op de gegevensdrager bevinden, wordt (of worden) verstrekt.
Bij de beoordeling van de vraag wanneer de rechter die verstrekking moet gelasten moet een ‘fair balance’ bestaan tussen het algemeen belang enerzijds en de bescherming van individuele rechten anderzijds. De beantwoording daarvan is afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval. Het gaat er daarbij in de kern om of het belang van de verdachte bij het verkrijgen van de beschikking over (een kopie van) één of meer bestanden zo zwaarwegend is dat nadere inspanningen van politie en justitie mogen worden verlangd om het verstrekken daarvan te realiseren.
De rechter kan daarbij de volgende omstandigheden in zijn afweging betrekken:
  • het aantal, de aard en de inhoud van de bestanden waarop het verzoek betrekking heeft, en daarmee samenhangend het belang dat de verdachte – mede gelet op de door artikel 8 EVRM Pro en artikel 1 Eerste Pro Protocol EVRM gewaarborgde rechten – heeft bij de verstrekking daarvan;
  • de (vindbaarheid van de) locatie(s) van deze bestanden op de gegevensdrager, het tijdsbeslag dat zal zijn gemoeid met het onderzoek naar de betreffende bestanden en de vraag of de bestanden door de verdachte ook op een andere manier dan vanaf de gegevensdrager kunnen of konden worden verkregen;
  • de vraag of verstrekking – zonder dat het risico ontstaat dat daarbij (ongemerkt) ook gegevens zouden kunnen worden verstrekt die tot de onttrekking van de gegevensdrager aanleiding geven – mogelijk is met redelijke inspanningen van de daarbij betrokken functionarissen;
  • de vraag of belangen van derden zich verzetten tegen de verstrekking;
  • de mate waarin de verdachte er zelf voor verantwoordelijk is dat zich op de gegevensdrager, naast de bestanden die aanleiding geven tot de onttrekking aan het verkeer, ook andere, kennelijk voor hem van belang zijnde bestanden bevinden.
Dit alles brengt mee dat een verzoek tot verstrekking van één of meer bestanden die zich op een – mogelijk voor onttrekking aan het verkeer in aanmerking komende – gegevensdrager bevinden, met inachtneming van het voorgaande zo tijdig, concreet en onderbouwd moet zijn, dat dit het openbaar ministerie in staat stelt voorafgaand aan of op de terechtzitting een standpunt in te nemen en de rechter in de gelegenheid stelt daarover een beslissing te nemen op basis van alle relevante omstandigheden. De rechter kan zich zo nodig tevoren laten voorlichten over de mogelijkheden aan het verzoek te voldoen en over de daartoe benodigde inspanningen, zodat de afdoening van de strafzaak hierdoor geen onnodige vertraging oploopt. [2]
De rechtbank constateert dat namens de belanghebbende weliswaar geruime tijd vóór de behandeling in raadkamer is verzocht de telefoon aan de belanghebbende terug te geven, maar dat pas in raadkamer het subsidiaire standpunt is ingenomen om bij honorering van het verzoek tot onttrekking enkele concreet genoemde afbeeldingen of kopieën daarvan te verstrekken. Deze afbeeldingen bevinden zich zoals vermeld op een telefoon waarop ook kinderpornografisch materiaal is aangetroffen.
Belanghebbende betreft een - destijds minderjarige - man met een laag IQ. Hij heeft tijdens zijn verhoor onder meer verklaard dat hij weliswaar samen met anderen op een account heeft gezeten waar berichten, filmpjes en/of foto’s op stonden (en dat er via dat account ook beelden zijn ontvangen/doorgestuurd), maar dat dat niet allemaal vanaf zijn telefoon is gebeurd en/of dat hij dit moest doen van anderen. De strafzaak is afgedaan met een Halt-afdoening. Belanghebbende heeft een blanco strafblad.
In het verzoek van belanghebbende gaat het – in ieder geval – om drie afbeeldingen van personen of dieren die voor belanghebbende van grote betekenis zijn. Voor belanghebbende zijn voornamelijk de afbeeldingen van zijn tweede moeder van belang. Zij is inmiddels overleden. Naar het oordeel van de rechtbank is het belang van belanghebbende bij verstrekking van deze beelden hiermee gegeven. Al deze bestanden bevinden zich op de filmrol van de telefoon. Gelet op de duidelijke omschrijving en de eenduidige vindplaats is de rechtbank van oordeel dat het binnen een beperkt tijdsbestek en met redelijke inspanning mogelijk zou moeten zijn om de verzochte foto’s te achterhalen. Bovendien zijn de afbeeldingen door belanghebbende niet op een andere manier te verkrijgen, omdat deze alleen op zijn telefoon stonden. Belanghebbende heeft – zoals eerder opgemerkt – een duidelijke omschrijving gegeven van de afbeeldingen, waardoor bovendien geen risico bestaat dat daarbij (ongemerkt) ook gegevens zouden kunnen worden verstrekt die tot de onttrekking van de telefoon aanleiding geven. Verder is niet gebleken dat de belangen van derden zich tegen de verstrekking ervan verzetten. Als laatste moet de rechtbank toetsen of verdachte er zelf voor verantwoordelijk is dat zich op de gegevensdrager, naast de bestanden die aanleiding geven tot de onttrekking aan het verkeer, ook andere, kennelijk voor hem van belang zijn de bestanden bevinden. De rechtbank is van oordeel dat, gezien de leeftijd van belanghebbende, zijn intellectuele vermogens (waaronder begrepen het vermogen van belanghebbende om de gevolgen van zijn handelen te kunnen overzien) en de afdoening van de strafzaak, niet kan worden geoordeeld dat de belanghebbende er zodanig voor verantwoordelijk is en zich er zodanig bewust van moet zijn geweest dat zich op de gegevensdrager, naast de bestanden die aanleiding geven tot de onttrekking aan het verkeer, ook andere, kennelijk voor hem belangrijke bestanden bevinden op grond waarvan het verzoek zou moeten worden afgewezen.
De rechtbank is onder deze specifieke omstandigheden van oordeel dat de teruggave dan wel verstrekking van een kopie van de door de belanghebbende aangeduide foto’s dient te worden gelast.
Ten aanzien van het verzoek om vergoeding/geldelijke tegemoetkoming
De raadsman heeft verzocht de belanghebbende een tegemoetkoming dan wel vergoeding in de kosten te doen toekomen indien de onttrekking aan het verkeer van de telefoon wordt uitgesproken.
Artikel 33c lid 2 Sr bepaalt dat de rechter een vergoeding dan wel geldelijke tegemoetkoming kan toekennen wanneer dit nodig is om te voorkomen dat de belanghebbende onevenredig zou worden getroffen.
Dit artikel is in artikel 36b Sr van overeenkomstige toepassing verklaard indien de onttrekking aan het verkeer wordt uitgesproken.
De rechtbank is van oordeel dat geen sprake is van een onevenredig treffen van de belanghebbende door de onttrekking aan het verkeer. Op de telefoon zijn immers op diverse plekken meerdere strafbare bestanden/berichten en/of foto’s aangetroffen met betrekking tot kinderpornografisch materiaal. Niet is onderbouwd noch is gebleken dat hij door de onttrekking aan het verkeer onevenredig is getroffen en evenmin is de waarde van de telefoon onderbouwd.
De rechtbank zal het verzoek om een geldelijke tegemoetkoming dan ook afwijzen.
Beslissing
De rechtbank wijst de vordering tot onttrekking aan het verkeer toe en gelast dat aan verdachte een drietal foto’s die zich bevinden in de fotomap, dienen te worden teruggegeven, te weten:
  • een foto waarop de belanghebbende en zijn tweede moeder te zien zijn. De belanghebbende is circa 8 jaar oud, draagt een groene broek en heeft een ijsje in zijn hand. Zijn tweede moeder had óf grijze krullen óf was inmiddels al kaal door een medische behandeling. Mogelijk had ook zij een ijsje in haar hand;
  • een foto waarop de hond van de belanghebbende staat, ras Cane Corso. Deze hond heeft een grijze torso en staat tegen het raam met zijn voorpoten op het kozijn. Eén poot is iets van de grond en te zien is dat de hond zijn spieren aanspant;
  • een foto waarop twee shetlanders (zwart) en een pony (bruin met witte/zwarte vlekjes) naast elkaar staan.
De rechtbank bepaalt dat de telefoon, merk Apple, kleur zwart (goednummer G6624857) wordt onttrokken aan het verkeer.
De rechtbank wijst het verzoek om een geldelijke tegemoetkoming af.
Deze beslissing is op 26 maart 2026 gegeven door
mr. I. Timmermans, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. M.H. Ettema, griffier.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de belanghebbende en het Openbaar Ministerie beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank: voor de belanghebbende binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beslissing en voor het Openbaar Ministerie binnen veertien (14) dagen na de dagtekening van de beslissing