Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verklaring omtrent gedrag (VOG) voor de functie van onderhoudsmonteur bij een werkgever. De aanvraag is door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen op basis van het objectieve criterium dat de recente veroordeling van verzoeker een belemmering vormt voor een behoorlijke uitoefening van de functie.
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt en een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het spoedeisend belang erkend vanwege de dreiging van ontbinding van de arbeidsovereenkomst als de VOG niet tijdig wordt verstrekt. Tijdens de zitting zijn de standpunten van partijen besproken.
De voorzieningenrechter overweegt dat de veroordeling van februari 2025, waarbij verzoeker tien maanden gevangenisstraf kreeg opgelegd, te recent is om het risico voor de samenleving als voldoende afgenomen te beschouwen. Hoewel verzoeker positieve ontwikkelingen toont, bevestigd door een verklaring van de reclassering, weegt dit niet zwaarder dan het belang van de samenleving bij bescherming tegen risico's.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en benadrukt dat dit oordeel een voorlopig karakter heeft en niet bindend is voor een eventueel bodemgeding. Verzoeker wordt aangemoedigd zijn positieve ontwikkelingen voort te zetten.