Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:3184

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
13 maart 2026
Publicatiedatum
30 maart 2026
Zaaknummer
12117675 \ CV FORM 26-2804
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenbeschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 EPGV-VerordeningArt. 4 lid 1 EPGV-VerordeningArt. 4 lid 3 EPGV-VerordeningVerordening (EG) nr. 861/2007
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om toepassing Europese procedure geringe vorderingen afgewezen wegens niet-EU vestiging

In deze zaak heeft verzoeker een vordering ingesteld via de Europese procedure voor geringe vorderingen (EPGV-Verordening). De rechtbank Amsterdam stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter bevoegd is, maar constateert dat Quatar Airways als verweerder is gevestigd in Quatar, een niet-lidstaat van de Europese Unie.

De EPGV-Verordening is alleen van toepassing op grensoverschrijdende zaken waarbij ten minste één partij in een EU-lidstaat woont of gevestigd is. Omdat Quatar Airways buiten de EU is gevestigd, valt de zaak buiten het toepassingsgebied van deze verordening.

De rechtbank stelt verzoeker daarom in de gelegenheid om te reageren op deze constatering en te beslissen of hij de vordering intrekt of wenst voort te zetten via een Nederlandse dagvaardingsprocedure. De verdere beslissing wordt aangehouden totdat verzoeker heeft gereageerd.

Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en stelt verzoeker in de gelegenheid te reageren op de toepasselijkheid van de EPGV-Verordening.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer / rekestnummer: 12117675 \ CV FORM 26-2804
Beschikking van 13 maart 2026
in de zaak van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
procederend in persoon,
tegen
QUATAR AIRWAYS GROUP Q.C.S.C.,
gevestigd te N/A Doha (Qatar),
verwerende partij,
hierna te noemen: Quatar Airways.

1.De procedure

1.1.
In het kader van de Europese procedure voor geringe vorderingen (Verordening (EG) nr. 861/2007, hierna: EPGV-Verordening) heeft [verzoeker] een vordering ingesteld, ontvangen op 11 februari 2026.

2.De feiten

2.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.
2.2.
Artikel 4 lid 1 van Pro de EPGV-Verordening bepaalt dat de Europese procedure voor geringe vorderingen wordt ingeleid doordat de eiser het standaardvorderingsformulier A van bijlage I bij deze verordening invult en indient bij het bevoegde gerecht.
2.3.
De EPGV-Verordening is alleen van toepassing op zaken die “grensoverschrijdend” zijn. In artikel 3 lid 1 EPGV Pro-Verordening is bepaald dat onder grensoverschrijdende zaak wordt verstaan, een zaak waarin ten minste een van de partijen haar woonplaats of haar
gewone verblijfplaats heeft in een andere lidstaat van de Europese Unie dan de lidstaat van het aangezochte gerecht.
2.4.
Quatar Airways is gevestigd in Quatar. Dat land is geen lid van de Europese Unie. De EPGV-Verordening is bedoeld om de goede werking van de interne markt van de Europese Unie te bevorderen. Als een partij niet woont of gevestigd is in een lidstaat van de Europese Unie kan geen beroep worden gedaan op de EPGV-Verordening.
2.5.
Omdat Quatar Airways niet is gevestigd in een lidstaat van de Europese Unie, wordt vooralsnog geoordeeld dat geen sprake is van een grensoverschrijdende zaak als bedoeld in artikel 3 lid 1 EPGV Pro-Verordening. Het verzoek valt daarmee buiten het toepassingsbereik van de EPGV-Verordening.
2.6.
Artikel 4 lid 3 van Pro de EPGV-Verordening schrijft dan voor dat het gerecht de eiser ervan op de hoogte stelt dat de vordering buiten het toepassingsgebied van deze verordening valt en dat deze procedure dan, tenzij eiser de vordering intrekt, door het gerecht zal worden behandeld overeenkomstig het procesrecht dat geldt in de lidstaat waar de procedure wordt gevoerd.
2.7.
Gelet op het voorgaande wordt [verzoeker] in de gelegenheid gesteld te reageren:
2.7.1.
op de omstandigheid dat Quatar Airways is gevestigd in Quatar, terwijl een vordering op grond van de EPGV-Verordening alleen mogelijk is als beide partijen wonen of gevestigd zijn in een lidstaat van de Europese Unie,
2.7.2.
of [verzoeker] hierin aanleiding ziet de vordering in te trekken dan wel wenst dat de procedure wordt omgezet in een zogenoemde Nederlandse dagvaardingsprocedure. [verzoeker] zal dan contact moeten opnemen met een Nederlandse gerechtsdeurwaarder om de dagvaarding (de oproep) aan Quatar Airways te laten betekenen.
2.8.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
stelt [verzoeker] in de gelegenheid binnen 30 dagen na ontvangst van deze beschikking te reageren op hetgeen onder 2.7. is overwogen,
3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.J. Otten en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2026.
33806