Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
bijlage Ibij dit vonnis en geldt als hier ingevoegd.
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
bijlage IIbij dit vonnis, wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van opzettelijke vrijheidsberoving, diefstal met (bedreiging met) geweld en afpersing. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.
5.Bewezenverklaring
bijlage IIvervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte
6.De strafbaarheid van het feit
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf
21-001996-25) en van de rechtbank Den Haag van 13 maart 2026 ( parketnummer 09/048797-24). In beide zaken werd er geen aanleiding gezien om aan verdachte een voorwaardelijk strafdeel met daaraan gekoppelde bijzondere voorwaarden op te leggen.
9.Ten aanzien van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
10.Tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
12.Beslissing
gevangenisstrafvan
12 (twaalf) maanden.
6 (zes) maandenvan deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders wordt bevolen.
proeftijdvan
2 (twee) jarenvast.
bijzondere voorwaardenvoldoet:
Meldplicht bij reclassering
Ambulante behandeling
Verblijf in begeleid wonen/maatschappelijke opvang
Contactverbod
Locatieverbod
Dagbesteding
Aflossing schulden
Beheersing middelengebruik
dadelijk uitvoerbaarzijn.
€ 2.817,18(zegge: tweeduizend achthonderdzeventien euro en achttien eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade d.d. 19 juli 2025 in het geval van de materiële schade en vanaf het moment van de vaststelling van het bedrag in het geval van de immateriële schade d.d. 27 maart 2026, een en ander tot aan de dag van algehele voldoening. Voormeld bedrag bestaat uit € 817,18 aan vergoeding van materiële schade en € 2.000,- aan vergoeding van immateriële schade.
€ 2.817,18(zegge: tweeduizend achthonderdzeventien euro en achttien eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade d.d. 19 juli 2025 in het geval van de materiële schade en vanaf het moment van de vaststelling van het bedrag in het geval van de immateriële schade d.d. 27 maart 2026, een en ander tot aan de dag van algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kunnen 28 (achtentwintig) dagen gijzeling worden toegepast. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.
€ 1.900,-(zegge: negentienhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van de vaststelling van dit bedrag, namelijk 27 maart 2026, tot aan de dag van algehele voldoening. Voormeld bedrag bestaat volledig uit vergoeding van immateriële schade.
€ 1.900,-(zegge: negentienhonderd euro), vanaf het moment van de vaststelling van dit bedrag, namelijk 27 maart 2026, tot aan de dag van algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kunnen 10 (tien) dagen gijzeling worden toegepast. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.