Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:3095

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
25 maart 2026
Publicatiedatum
26 maart 2026
Zaaknummer
25/6260
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 AOW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep op alleenstaande AOW-norm wegens ontbreken duurzaam gescheiden leven

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) om haar ouderdomspensioen op grond van de AOW toe te kennen naar de gehuwdennorm. Zij stelt dat zij recht heeft op het pensioen naar de norm van een alleenstaande omdat zij duurzaam gescheiden leeft van haar partner.

De rechtbank beoordeelt of sprake is van duurzaam gescheiden leven, zoals vereist op grond van artikel 1, derde lid, aanhef en onder b, van de AOW. Uit de feiten blijkt dat eiseres en haar partner een latrelatie onderhouden waarbij zij elk een eigen koopwoning hebben, elkaar regelmatig in het weekend zien, samen eten en slapen, en frequent contact onderhouden via berichten. Er is geen sprake van financiële verstrengeling en zij hebben testamentair geregeld dat de partner niets erft.

De rechtbank stelt vast dat het aan eiseres is om aannemelijk te maken dat zij duurzaam gescheiden leeft. Gezien de feitelijke omstandigheden is niet ondubbelzinnig gebleken dat zij en haar partner ieder een eigen leven leiden alsof zij niet gehuwd zijn. De affectieve relatie en het structurele contact spreken dit tegen.

Daarom is het beroep ongegrond en heeft de Svb terecht het pensioen naar de gehuwdennorm toegekend. Eiseres krijgt geen vergoeding van proceskosten en het griffierecht wordt niet teruggegeven.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de toekenning van het AOW-pensioen naar de gehuwdennorm.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 25/6260

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 maart 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. M.H.J. van Geffen),
en

de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank, de Svb

(gemachtigde: mr. P.C. van der Voorn).

Samenvatting

1.1.
Deze uitspraak gaat over de toekenning van een ouderdomspensioen aan eiseres naar de norm van gehuwden op grond van de AOW [1] . Eiseres is het niet eens met deze toekenning en vindt dat zij recht heeft op een ouderdomspensioen naar de norm van een alleenstaande. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat eiseres niet duurzaam gescheiden leeft. De Svb heeft dus terecht een pensioen naar de norm voor gehuwden aan eiseres toegekend. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond.
Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft op 16 maart 2025 een aanvraag ingediend om een ouderdomspensioen op grond van de AOW. De Svb heeft met een besluit van 7 april 2025 aan eiseres vanaf 17 juli 2025 een ouderdomspensioen naar de norm voor gehuwden toegekend. Met het bestreden besluit van 26 september 2025 op het bezwaar van eiseres is de Svb bij deze toekenning gebleven.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De Svb heeft gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 9 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiseres en haar gemachtigde deelgenomen. Namens de Svb is mr. C.A. van der Vlist verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank beoordeelt of de Svb het AOW-pensioen van eiseres terecht per 17 juli 2025 heeft vastgesteld naar de norm voor gehuwden. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
4. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Juridisch kader
5. Omdat eiseres een huwelijk is aangegaan heeft zij recht op een pensioen naar de norm voor een gehuwde. Op grond van artikel 1, derde lid, aanhef en onder b, van de AOW wordt voor de toepassing van de AOW als ongehuwd mede aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is. Aan de orde is dus of bij eiseres en haar partner sprake is van een duurzaam gescheiden leven.
5.1.
Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep [2] is van duurzaam gescheiden levende echtgenoten sprake als ten minste één van hen de huwelijkse samenleving wil verbreken, ieder van hen afzonderlijk zijn eigen leven leidt alsof hij of zij niet met de ander is gehuwd en ten minste één van hen deze situatie als blijvend bedoelt. Dit zal moeten blijken uit de feitelijke omstandigheden. In het algemeen kan worden aangenomen dat betrokkenen na het sluiten van een huwelijk of een geregistreerd partnerschap de bedoeling hebben om – misschien pas op termijn – echtelijk te gaan samenleven. Alleen in uitzonderlijke gevallen leven betrokkenen vanaf de huwelijksdatum of de datum waarop het geregistreerd partnerschap is aangegaan duurzaam gescheiden. Dit moet dan ondubbelzinnig blijken uit concrete feiten en omstandigheden. Het gegeven dat betrokkenen hun hoofdverblijf niet in dezelfde woning hebben, is niet voldoende om een duurzaam gescheiden leven aan te nemen. De echtelijke samenleving kan ook bestaan zonder dat de betrokkenen samenwonen. [3]
6. Eiseres heeft toegelicht hoe haar relatie met haar partner eruit ziet. Zo is er sprake van een latrelatie, waarbij beide partners hun eigen koopwoning hebben en daar ook wonen. Ze zien elkaar ongeveer 24 uur per week, enkel in de weekenden – meestal op zaterdag – waarbij ze afwisselend samen zijn in het huis van eiseres of in het huis van haar partner. Daar eten en slapen ze samen, waarbij een van hen de boodschappen doet en kookt. Soms slaan ze een weekend over wat vervolgens niet wordt ingehaald. Doordeweeks zien en spreken eiseres en haar partner elkaar niet. Wel wordt iedere morgen een kort Whatsapp-bericht gestuurd en sporadisch hebben ze contact via de telefoon. Eiseres en haar partner gaan maximaal één à twee keer per jaar ongeveer een week met elkaar op vakantie. Ze hebben de sleutel van elkaars woning, zij het dat deze enkel voor echte noodgevallen is en ze respecteren elkaars privacy. Er is nauwelijks sprake van gezamenlijke uitjes en de frequentie voor gezamenlijk familiebezoek ligt ook erg laag. Veel van de dingen die eiseres samen met haar partner doet, doet zij meer, vaker of langer met andere vriendinnen/vrienden. Ten slotte is er op geen enkele wijze sprake van financiële verstrengeling. Als eiseres en haar partner samen iets doen, verrekenen ze dit via een tikkie, ze betalen elk hun eigen lasten en hebben ook op geen enkele wijze recht op geld van elkaar. Zo is er testamentair vastgelegd dat de partner van eiseres na haar overlijden niets erft van eiseres en heeft eiseres voor zover dit mogelijk was het nabestaandenpensioen afgekocht.
7. Het ligt op de weg van eiseres om aannemelijk te maken dat zij en haar partner duurzaam gescheiden leven. De rechtbank is van oordeel dat de Svb zich op het standpunt mocht stellen dat eiseres daarin niet is geslaagd. Op grond van de aangevoerde feiten en omstandigheden kan niet worden geoordeeld dat eiseres en haar partner ieder afzonderlijk een eigen leven leidt als ware zij niet met de ander is gehuwd. Niet in geschil is immers dat eiseres en haar partner al jaren een affectieve relatie hebben, zij het een relatie die voor anderen mogelijk als onconventioneel wordt gezien. Aan hun keuze voor een huwelijk ligt alleen ten grondslag dat in geval de een iets ernstigs overkomt, de ander over de een enige zeggenschap heeft. Daarnaast hebben eiseres en haar partner ook frequent en structureel contact met elkaar waaruit wederzijdse betrokkenheid blijkt. Het is de rechtbank om die reden dus niet ondubbelzinnig gebleken dat eiseres en haar partner duurzaam gescheiden leven. De Svb heeft eiseres terecht per 17 juli 2025 een ouderdomspensioen naar de norm voor gehuwden toegekend. De beroepsgronden slagen niet.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.S. Man, rechter, in aanwezigheid van
mr. F. van der Maas, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 25 maart 2026.
griffier
rechter

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Algemene ouderdomswet.
2.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 19 september 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3019 of de uitspraak van 22 januari 2026, ECLI:NLCRVB:2026:128.