Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:3047

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
24 maart 2026
Publicatiedatum
25 maart 2026
Zaaknummer
C/13/785110 / HA RK 26-91
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 AwbArt. 46b Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wrakingsverzoek tegen bestuursrechter wegens vermeende partijdigheid afgewezen

Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. M.H. van Haeften, bestuursrechter te Amsterdam, vanwege vermeende partijdigheid in een lopende beroepszaak over klokkenluiderszaken. Het verzoek richtte zich tegen alle rechters van de rechtbank Amsterdam en beoogde overdracht van de zaak aan een andere rechtbank.

De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek niet-ontvankelijk is omdat het niet gericht kan zijn tegen alle rechters of tegen rechters die eerdere uitspraken deden. Tevens ontbraken feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid van de rechter aantonen. De kamer stelde dat de rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij het tegendeel is bewezen.

Daarnaast werd vastgesteld dat het wrakingsverzoek lichtvaardig en zonder redelijke grond werd ingediend, wat misbruik van recht oplevert. Daarom zal een volgend wrakingsverzoek in deze zaak niet meer in behandeling worden genomen. Tegen deze beslissing is geen voorziening mogelijk.

Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan gegronde feiten en misbruik van recht; verdere wrakingsverzoeken worden niet in behandeling genomen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Wrakingskamer
Beslissing op het op 19 maart 2026 ingekomen en onder rekestnummer C/13/ 785110/ HA RK 26-91 ingeschreven verzoek van:
mr. [verzoeker],
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker,
welk verzoek strekt tot wraking van mr. M.H. van Haeften, bestuursrechter te Amsterdam, hierna: de rechter.

1.Verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het navolgende processtuk:
 het wrakingsverzoek van 19 maart 2026.
1.2.
De rechter heeft niet in de wraking berust.

2.De feiten en het verzoek

2.1.
Bij de rechter is een beroepszaak van verzoeker in behandeling met zaaknummer ZWO 25-2791 BESLU.
2.2.
Het verzoek is gericht tegen alle rechters van de rechtbank Amsterdam. Verzoeker wenst dat zijn beroepszaak wordt overgedragen aan een andere rechtbank dan de rechtbank Amsterdam. Verzoeker heeft voorts onder meer aangevoerd:
“U / rechters / de rechtbank Amsterdam heeft in:
- uitspraak ( zaaknummer AMS 25 - 233 BESLU);
- uitspraak ( zaaknummer AMS 24 - 7682 BESLU);
- uitspraak ( zaaknummer AMS 24 - 49995 BESLU),
- uitspraak ( zaaknummer AMS 25 - 1752 BESLU 536),
in mijn klokkenluiders-beroepszaken uitspraak gedaan. Tegen de voornoemde uitspraken heb ik pro forma hoger beroep bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ingediend omdat uw voornoemde uitspraken ondermeer evident onrechtmatig zijn. De voornoemde beroepszaken gaan over mijn over mijn klokkenluidersrechtszaken die ik tegen het Huis voor Klokkenluiders het
bij u rechtbank Amsterdam heb ingediend.
Gelet op het bovenstaande valt voor mij niet in te zien dat u / rechters / rechtbank in staat bent/zijn om uw objectiviteit en onpartijdigheid en te waarborgen en, (schijn van) partijdigheid en/of (schijn van) vooringenomenheid te vermijden in de beroepszaak uw kenmerk ZWO 25 - 2791 BESLU.”

3.De beoordeling

3.1.
Op grond van artikel 8:15 van Pro de Algemene Wet Bestuursrecht (hierna: Awb) kan een rechter worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
3.2.
Als uitgangspunt voor de beoordeling geldt dat de rechter krachtens zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, behoudens bewijs van het tegendeel. Daarnaast geldt dat ook de objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid grond kan zijn voor wraking.
3.3.
Aan het verzoek zijn geen feiten of omstandigheden ten grondslag gelegd waardoor de rechterlijke onpartijdigheid van de rechter schade zou kunnen lijden. Een verzoek kan alleen gericht zijn tegen de rechter die een zaak in behandeling heeft en dus niet tegen alle rechters van de rechtbank of tegen de rechters die eerder een zaak van verzoeker hebben behandeld. De Wrakingskamer kan niet bepalen dat de zaak naar een andere rechtbank wordt verwezen. Dat kan alleen de rechtbank (artikel 46b van de Wet op de rechterlijke organisatie). Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Een mondelinge behandeling kan achterwege blijven.
3.4.
Omdat verzoeker het middel tot wraking, lichtvaardig, want zonder redelijke grond en tegen alle rechters van de rechtbank heeft ingezet, is sprake van misbruik van recht. Bepaald zal daarom worden dat verdere verzoeken tot wraking in de zaak niet in behandeling worden genomen.
4. Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.
BESLISSING
De Wrakingskamer:
 verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek;
 bepaalt dat een volgend verzoek tot wraking in de zaak niet meer in behandeling zal worden genomen.
Aldus gegeven door mrs. P.B. Martens, voorzitter, N.C.H. Blankevoort en I.M. Bilderbeek, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 maart 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing staat geen voorziening open.