Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:2957

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
18 maart 2026
Publicatiedatum
20 maart 2026
Zaaknummer
NL24.12570
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
VluchtelingenverdragVreemdelingencirculaire 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid problemen met schoonfamilie

Eiser, een Somalische asielzoeker, vordert heroverweging van zijn afgewezen asielaanvraag. Hij stelt bedreigd te zijn door zijn schoonfamilie vanwege zijn status als enig kind en andere culturele conflicten. De minister heeft zijn identiteit en herkomst geloofwaardig geacht, maar de problemen met de schoonfamilie niet.

De rechtbank oordeelt dat de minister terecht de geloofwaardigheid van het asielrelaas over de schoonfamilie in twijfel trok. De minister hield rekening met het lage opleidingsniveau en culturele achtergrond van eiser, maar vond zijn verklaringen tegenstrijdig en niet in overeenstemming met landeninformatie. Eiser kon onvoldoende onderbouwen waarom de schoonfamilie pas laat van zijn status als enig kind zou hebben geweten en waarom dit tot discriminatie zou leiden.

Ook nieuwe argumenten over stamconflicten en besnijdenis werden niet aannemelijk gemaakt. De rechtbank concludeert dat de minister de afwijzing van de asielaanvraag terecht als ongegrond heeft beoordeeld en verklaart het beroep ongegrond.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL24.12570
V-nummer: [nummer]

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] ,

geboren op [geboortedatum] en van Somalische nationaliteit, eiser,
(gemachtigde: mr. A.C. Pool),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

(gemachtigde: mr. S. Beyik-Koçer).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag.
1.1.
De minister heeft met het bestreden besluit van 31 mei 2024 deze aanvraag afgewezen als ongegrond.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 4 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, A. Abdirahman als tolk in de Somalische taal en de gemachtigde van de minister.

Totstandkoming van het besluit

Asielrelaas
2. Eiser heeft aan zijn asielrelaas ten grondslag gelegd dat hij is bedreigd door zijn schoonfamilie. Zijn schoonfamilie accepteerde hem niet omdat eiser enig kind is. Ze kwamen naar zijn woning, gooiden met stenen en ze wilden hem vermoorden. Hij heeft na elke bedreiging aangifte geprobeerd te doen, maar zonder resultaat. Na de bedreigingen besloot eiser te vluchten.
Bestreden besluit
3. Het asielrelaas bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
  • identiteit, nationaliteit en herkomst; en
  • problemen met de schoonfamilie.
3.1
De minister acht de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig. De problemen met de schoonfamilie acht de minister niet geloofwaardig. De minister vindt ten eerste dat eiser vaag en tegenstrijdig heeft verklaard over de aanleiding van de problemen en het moment waarop deze zijn ontstaan. Ten tweede komt de verklaring van eiser over de discriminatie van een enig kind in Somalië niet overeen met openbaar beschikbare landeninformatie. Ten derde zijn de verklaringen over het moment dat de schoonfamilie ontdekte dat eiser enig kind is vaag en ongerijmd. Ten vierde verklaart eiser wisselend over hoe vaak en op welke wijze de bedreigingen of aanvallen hebben plaatsgevonden. Tot slot verklaart eiser vaag en summier over de aangiftes bij de politie. De minister concludeert dat eiser geen vluchteling is zoals bedoeld in het Vluchtelingenverdrag. Ook loopt eiser bij terugkeer naar Somalië geen reëel risico op ernstige schade. De minister legt een terugkeerbesluit op met een vertrektermijn van vier weken.

Beoordeling door de rechtbank

4. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de asielaanvraag van eiser. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
5. Naar het oordeel van de rechtbank is het beroep ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Problemen met de schoonfamilie
6. Eiser voert aan dat de minister de problemen met zijn schoonfamilie ten onrechte niet geloofwaardig heeft geacht. De minister heeft bij de beoordeling onvoldoende rekening gehouden met zijn referentiekader. Eiser heeft nooit reguliere scholing ontvangen. Hierdoor is het voor hem zeer lastig om logisch en compleet te verklaren. Ook is zijn begrip over de relevantie van bepaalde informatie zeer beperkt. Bovendien staat de Somalische cultuur in haar gebruiken dermate ver van de Nederlandse cultuur af, dat er al snel misverstanden kunnen ontstaan als er niet voldoende rekening wordt gehouden met deze culturele achtergrond. Nergens in de besluitvorming is terug te lezen op welke wijze de minister in de besluitvorming rekening heeft gehouden met het complete referentiekader van eiser. Voor zover eiser tegenstrijdig zou hebben verklaard, is dat te wijten aan zijn referentiekader. Eiser heeft daardoor de vragen tijdens het gehoor niet goed begrepen. Eiser heeft niet alleen problemen met de schoonfamilie vanwege het feit dat hij enig kind is, maar ook vanwege zijn stam en omdat hij niet wil dat zijn dochter besneden wordt. Tot slot is het opmerkelijk dat de minister van eiser verwacht dat hij naar een ander politiebureau in Mogadishu gaat om aangifte te doen, terwijl uit het specifieke landenbeleid voor Somalië volgt dat er wordt aangenomen dat het niet mogelijk is om bescherming te krijgen van de autoriteiten. [1]
7.1.
De rechtbank is van oordeel dat de minister de problemen van eiser met zijn schoonfamilie ongeloofwaardig heeft mogen achten. De minister heeft bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van het asielrelaas voldoende rekening gehouden met het referentiekader van eiser. De minister heeft in het bestreden besluit onderkend dat eiser enkel de Koranschool heeft gevolgd en geen reguliere opleiding, waardoor zijn opleidingsniveau laag is. [2] De minister heeft zich op het standpunt mogen stellen dat hij desondanks van eiser mag verwachten dat eiser consistent verklaart over de aanleiding van de problemen met zijn schoonfamilie. Dit betreft immers de kern van zijn asielrelaas. Eiser heeft hierover tegenstrijdig verklaard. Eiser heeft aan de ene kant verklaard dat zijn schoonfamilie vreesde dat hij geen kinderen meer zou krijgen omdat hij enig kind is, maar aan de andere kant dat ze niet wilden dat eiser meer kinderen zou krijgen die dan zijn achternaam zouden krijgen.
7.2
De minister heeft ook kunnen tegenwerpen dat eiser geen inzicht heeft verschaft in de vraag hoe het kan dat de schoonfamilie er niet eerder van op de hoogte was dat eiser enig kind is, terwijl zijn schoonouders daar geen enkel probleem mee hadden [3] . De minister heeft mogen tegenwerpen dat verondersteld mag worden dat de overige schoonfamilie zich tijdig en in elk geval voor de huwelijksvoltrekking informeert over de status van eiser en de omvang van zijn familie, indien het van zodanig cruciaal belang is en een reden om eiser om het leven te brengen.
7.3.
Ook heeft de minister kunnen tegenwerpen dat de stelling van eiser dat mensen die enig kind zijn worden gediscrimineerd in Somalië, niet overeenkomt met openbaar beschikbare landeninformatie. In landeninformatie is volgens de minister niets terug te vinden over discriminatie van personen die enig kind in een gezin zijn. Eiser heeft dit niet betwist. Dat de schoonouders hebben ingestemd met het huwelijk ondergraaft bovendien de stelling van eiser dat het zijn van enig kind, of het hebben van een heel kleine familiekring, kan leiden tot discriminatie. Voorts heeft eiser niets verklaard over discriminatie of problemen vanwege het feit dat hij enig kind is voordat hij trouwde, terwijl hij al sinds het overlijden van zijn broer in 2014 enig kind is en al zijn hele leven een heel kleine familiekring heeft.
7.4.
Voor zover tegenstrijdige verklaringen van eiser en onjuistheden in de chronologie van zijn verklaringen al kunnen worden toegeschreven aan zijn referentiekader en lage opleidingsniveau, doen die naar het oordeel van de rechtbank niet af aan bovenstaande tegenwerpingen. De beroepsgrond dat de problemen met de schoonfamilie ten onrechte niet geloofwaardig zijn geacht slaagt daarom niet.
7.5.
Eiser heeft verder in beroep voor het eerst aangevoerd dat de problemen met zijn schoonfamilie ook zijn ontstaan vanwege zijn stam en omdat hij niet wil dat zijn dochter wordt besneden. In het nader gehoor heeft hij hiervan in het geheel geen melding gemaakt en in beroep heeft hij dit standpunt niet onderbouwd. Eiser heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat hij niet zou hebben geweten dat dit relevant was om te noemen. Eiser is heel uitvoerig gehoord over de reden waarom hij zegt te vrezen voor de schoonfamilie en is daarbij meermalen gevraagd naar de oorzaak van de gestelde problemen. De rechtbank ziet in de niet onderbouwde stelling in beroep dan ook geen aanleiding voor een ander oordeel over de geloofwaardigheid van de gestelde problemen met de schoonfamilie. Nu de minister die problemen ongeloofwaardig heeft mogen achten, behoeft de vraag of eiser zich tot een ander politiebureau in Mogadishu had kunnen wenden voor bescherming geen bespreking.

Conclusie en gevolgen

8. De rechtbank is van oordeel dat de minister de asielaanvraag van eiser heeft mogen afwijzen als ongegrond. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en de afwijzing van de asielaanvraag in stand blijft.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.E.J.M. Gielen, rechter, in aanwezigheid van mr. C.S. Carella, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Paragraaf C7/30.5.1 van de Vreemdelingencirculaire 2000.
2.Bestreden besluit, pagina 4.
3.Punt 10 in de zienswijze.