Op 00:50 is te zien dat [gedaagde 1] een grote zwarte sporttas uit een bestelbusje pakt en dat [gedaagde 1] en de pseudokopers naar een picknicktafel toelopen.
Op 01:22 is te zien dat [gedaagde 1] drie in cellofaan verpakte sjaals uit de zwarte sporttas haalt en neerlegt op de picknicktafel. Ook is te horen dat [gedaagde 1] zegt: “Even kijken. Deze zijn wel verkocht nu. Ze zijn verkocht. Maar er zijn sowieso meerdere zeg maar van alles.”
Op 01:31 is te horen dat [gedaagde 1] zegt: “Kijk deze is ook net verkocht. Dat is deze.” en is te zien dat ze gelijktijdig een in cellofaan verpakte sjaal uit de zwarte sporttas haalt.
Op 1:43 is te zien dat [gedaagde 1] een sjaal uit de cellofaan verpakking haalt en is te horen dat ze daarbij zegt: “Die is ook net verkocht maar hij heeft sowieso zeg maar van alles gewoon meerdere.”
Op 1:44 is te horen dat een van de pseudokopers vraagt: “Hij heeft meer toch?”, waarna is te horen dat [gedaagde 1] zegt: “Ja. Ja. Ja.”
Vervolgens spreken de pseudokopers met elkaar over een jurk.
Op 02:05 is te horen dat een van de pseudokopers vraagt: “Heb je die kanariegele. Weet u welke ik bedoel?”
Op 02:09 is te horen dat [gedaagde 1] vraagt: “Hebben jullie dat filmpje gezien?”, waarna te horen is dat een van de pseudokopers zegt: “Nee, ik niet.”
Vervolgens is te zien dat [gedaagde 1] vanaf een telefoon een video afspeelt, waarin, samengevat, verschillende kleuren sjaals aan hangers te zien zijn.
Op 02:27 is te zien dat de video nog steeds afspeelt en is te horen dat [gedaagde 1] zegt: “Dit zijn zeg maar van alle hoofddoeken. Een tas geven met verschillende, dus niet met alles. Daarom dat ik tegen je zei, als één van die zeg maar hier niet tussen zit.” Vervolgens is te horen dat een van de pseudokopers zegt: “Maar kunnen we vandaag nog (...)”, maar is het einde van de zin niet verstaanbaar.
Op 2:41 is vervolgens is te horen dat [gedaagde 1] zegt: “Ja. Ja. Ja. Hij kan vandaag nog.”
Op 2:44 is te horen dat een van de pseudokopers zegt: “En. Eh. Deze die ik nu op heb. Hij is er ook in bordeaux ofzo. Weet je wat ik bedoel?”, waarna te horen is dat [gedaagde 1] zegt: “Ik ga gewoon even pakken wat er nu in zit ja.”
Vervolgens is te zien dat [gedaagde 1] vijf in cellofaan verpakte sjaals uit de zwarte sporttas pakt, waarvan ze één weer in de zwarte sporttas terug stopt.
Op 02:59 is te horen dat een van de pseudokopers zegt: “Wat zijn je prijzen? Van deze? Voor mijn moeder?” en is te zien dat ze naar een van de sjaals wijst.
Op 03:04 is te horen dat [gedaagde 1] zegt: “Eh. Even kijken. Het is of. Het is of 75 of 85” waarna is te horen dat een van de pseudokopers vraagt: “Voor eentje” en [gedaagde 1] reageert met “Even kijken.”
Op 03:14 is te horen dat een van de pseudokopers vraagt: “Krijg ik ook korting. Als we meer krijgen” waarna te horen is dat [gedaagde 1] zegt: “Hij kan een mooie prijs voor je maken ja als jullie meerdere halen.”
In de tussentijd is te zien dat [gedaagde 1] vijf in cellofaan verpakte sjaals, waaronder de sjaal die ze eerder weer in de zwarte sporttas stopte, uit de zwarte sporttas pakt en op tafel legt.
Op 3:33 is te horen dat een van de pseudokopers vraagt: “Heb je ook geel? Die kanariegeel?” waarna te horen is dat [gedaagde 1] zegt: “Even kijken.” en is te zien dat [gedaagde 1] naar haar telefoon kijkt.
Vervolgens is te horen dat de pseudokopers aangeven welke kleur sjaals ze willen hebben en is te zien dat [gedaagde 1] naar haar telefoon kijkt.
Op 03:51 is te horen dat [gedaagde 1] vraagt: “Welke is kanariegeel?” en is te zien dat ze met de pseudokopers naar haar telefoon kijkt en dat zij met elkaar spreken over de kleuren die te zien zijn op de telefoon.
Op 04:08 is te horen dat een pseudokoper zegt: “Die willen we.”
Op 04:15 is te horen dat een pseudokoper vraagt: “Wanneer zou hij dan kunnen meenemen of brengen.” waarna te horen is dat [gedaagde 1] zegt: “Ik kan hem zo eigenlijk wel bellen en dan kan hij in principe al komen.”