Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:2661

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
10 maart 2026
Publicatiedatum
16 maart 2026
Zaaknummer
C/13/784425 / HA RK 26-73
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 39 lid 5 RvArtikel 1, vijfde lid Wrakingsprotocol rechtbank Amsterdam
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na aanvang uitspraak in zorgmachtigingzaak

In deze zaak heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die de zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg behandelde. Het verzoek werd ingediend nadat de rechter was begonnen met het doen van uitspraak en nadat het onderzoek ter terechtzitting was gesloten.

De rechtbank heeft het wrakingsverzoek beoordeeld aan de hand van het Wrakingsprotocol van de rechtbank Amsterdam, waarin is bepaald dat een wrakingsverzoek moet worden ingediend voordat de rechter aanvangt met de einduitspraak in de hoofdzaak. Omdat verzoeker dit niet heeft gedaan, is het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.

De rechtbank benadrukt dat indien verzoeker het niet eens is met de uitspraak of de behandeling van de zaak, hij daarvoor een rechtsmiddel moet aanwenden. Een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek is daarom achterwege gebleven.

De beslissing is uitgesproken door de wrakingskamer bestaande uit voorzitter P.B. Martens en leden N.C.H. Blankevoort en I.M. Bilderbeek op 10 maart 2026. Tegen deze beslissing is geen voorziening mogelijk op grond van artikel 39 lid 5 Rv Pro.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat het na aanvang van de uitspraak werd ingediend.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Beslissing van 10 maart 2026 op het op 4 maart 2026 gedane en onder zaaknummer C/13/784425 HA/RK 26-73 ingeschreven verzoek van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker,
gemachtigde mr. A.L. Cohen,
welk verzoek strekt tot wraking van mr. A. van Luijck, rechter te Amsterdam, hierna: de rechter.

1.1. Verloop van de procedure

De wrakingskamer heeft kennisgenomen van het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 4 maart 2026 met zaaknummer C/13/783433 FA RK 26/1294 en van het schriftelijke wrakingsverzoek ingekomen op 6 maart 2026. De mondelinge behandeling vond plaats naar aanleiding van het op 13 februari 2026 ingediende verzoek van de officier van justitie strekkende tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). In het proces-verbaal is onder meer opgenomen dat verzoeker de rechter heeft gewraakt.
De rechter berust niet in de wraking.

2.De ontvankelijkheid van het verzoek

2.1.
Blijkens het proces-verbaal heeft verzoeker de rechter gewraakt nadat zij was begonnen met het doen van uitspraak en nadat de rechter aan verzoeker had meegedeeld dat zij voor een beslissing op het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging voldoende informatie had.
2.2.
Het wrakingsverzoek is gedaan nadat het onderzoek ter terechtzitting was gesloten en de rechter was aangevangen met het doen van uitspraak. Een verzoek tot wraking moet worden gedaan voordat in de hoofdzaak een aanvang is gemaakt met het doen van de einduitspraak (artikel 1, vijfde lid van het Wrakingsprotocol van de rechtbank Amsterdam). Verzoeker dient dan ook niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek te worden verklaard. Als verzoeker het niet eens is met de uitspraak van de rechter of de wijze waarop deze de zaak behandeld heeft, zal hij daartegen een rechtsmiddel moeten aanwenden. Een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek kan achterwege blijven.
2.3.
Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.
BESLISSING
De rechtbank:
- verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek.
Aldus gegeven door mrs. P.B. Martens, voorzitter, N.C.H. Blankevoort en I.M. Bilderbeek, leden, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 maart 2026.
Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 39 lid 5 Rv Pro geen voorziening open.