Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
wonende te [woonplaats] ,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
In deze zaak heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die de zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg behandelde. Het verzoek werd ingediend nadat de rechter was begonnen met het doen van uitspraak en nadat het onderzoek ter terechtzitting was gesloten.
De rechtbank heeft het wrakingsverzoek beoordeeld aan de hand van het Wrakingsprotocol van de rechtbank Amsterdam, waarin is bepaald dat een wrakingsverzoek moet worden ingediend voordat de rechter aanvangt met de einduitspraak in de hoofdzaak. Omdat verzoeker dit niet heeft gedaan, is het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank benadrukt dat indien verzoeker het niet eens is met de uitspraak of de behandeling van de zaak, hij daarvoor een rechtsmiddel moet aanwenden. Een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek is daarom achterwege gebleven.
De beslissing is uitgesproken door de wrakingskamer bestaande uit voorzitter P.B. Martens en leden N.C.H. Blankevoort en I.M. Bilderbeek op 10 maart 2026. Tegen deze beslissing is geen voorziening mogelijk op grond van artikel 39 lid 5 Rv Pro.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat het na aanvang van de uitspraak werd ingediend.