ECLI:NL:RBAMS:2026:2649

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
6 maart 2026
Publicatiedatum
14 maart 2026
Zaaknummer
11631062 \ CV EXPL 25-5368
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
  • R.P.F. Groot
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
ECLI:NL:HR:2017:404
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenvonnis over bewijslevering en toelichting factuurcorrespondentie in civiele vordering

In deze civiele zaak tussen V.O.F. [eiseres] en [gedaagde] B.V. staat centraal of de door eiseres aan gedaagde gefactureerde leveringen van producten daadwerkelijk zijn overeengekomen. Eiseres heeft ter bewijsvoering een omvangrijke WhatsApp-correspondentie en bankafschriften overgelegd. Gedaagde betwist dat de personen met wie gecommuniceerd is, haar konden vertegenwoordigen en stelt dat de correspondentie daarom niet als bewijs kan dienen.

De kantonrechter stelt vast dat partijen erkend hebben dat er zakelijke contacten en bestellingen zijn geweest, maar dat gedaagde betwist dat de bestellingen op de facturen door haar zijn geplaatst. Omdat gedaagde niet heeft aangegeven met welk telefoonnummer zij communiceerde, wordt de WhatsApp-correspondentie van eiseres voorlopig als bewijs van bestellingen door gedaagde beschouwd.

Eiseres heeft echter nagelaten per factuur aan te geven welke specifieke correspondentie daaraan ten grondslag ligt. Op grond van de wegwijsplicht krijgt eiseres daarom alsnog de gelegenheid om dit te specificeren, waarna gedaagde kan reageren. Tot die tijd wordt verdere beslissing aangehouden om recht te doen aan de feitelijke situatie.

Uitkomst: Eiseres krijgt gelegenheid om per factuur de corresponderende WhatsApp-berichten te specificeren, waarna gedaagde kan reageren; verdere beslissing wordt aangehouden.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11631062 \ CV EXPL 25-5368
Vonnis van 6 maart 2026 (bij vervroeging)
in de zaak van
de vennootschap onder firma
V.O.F. [eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,
eiseres,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: Bosveld Gerechtsdeurwaarders & Incasso’s B.V.,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde] B.V. (H.O.D.N. [handelsnaam] ),
gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,
gedaagde,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. J. Ruijs.

1.De procedure

1.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 12 september 2025 en de daarin genoemde stukken,
- de akte uitlating nader bewijs van [eiseres] , met producties,
- de akte reactie op uitlating nader bewijs van [gedaagde] .
1.2.
Daarna is bepaald dat vandaag een vonnis wordt uitgesproken.

2.De verdere beoordeling

2.1.
In het tussenvonnis van 12 september 2025 heeft de kantonrechter [eiseres] opgedragen te bewijzen dat zij met [gedaagde] één of meer overeenkomsten heeft gesloten die strekte(n) tot de door haar aan [gedaagde] gefactureerde leveringen van producten.
2.2.
[eiseres] heeft daarop bij akte een grote hoeveelheid WhatsApp-correspondentie (productie 9) en bankafschriften (productie 10) overgelegd. Volgens haar kan met name aan de hand van die Whatsapp-correspondentie het bestaan van de hiervoor bedoelde overeenkomst(en) worden vastgesteld.
2.3.
In reactie op de akte van [eiseres] heeft [gedaagde] erop gewezen dat uit de door [eiseres] overgelegde WhatsApp-correspondentie volgt dat is gecommuniceerd met contacten die zijn aangeduid als “ [contactnaam 1] ” en “ [contactnaam 2] ”. [gedaagde] betwist dat deze personen [gedaagde] konden vertegenwoordigen. Volgens [gedaagde] heeft zij ook niet de schijn bij [eiseres] gewekt dat deze personen bevoegd waren haar te vertegenwoordigen. [gedaagde] meent dat de inhoud van deze WhatsApp-correspondentie daarom niet als bewijs kan dienen voor de door [eiseres] gestelde overeenkomst(en).
2.4.
De kantonrechter overweegt als volgt.
2.5.
Tussen partijen staat niet ter discussie dat zij zaken met elkaar hebben gedaan in de zin dat [gedaagde] bestellingen voor de levering van producten bij [eiseres] heeft geplaatst. Dit heeft [gedaagde] immers erkend. [gedaagde] betwist dat zij de bestellingen heeft geplaatst die op de facturen staan waarvan [eiseres] in deze procedure betaling vordert.
2.6.
In het tussenvonnis van 12 september 2025 is onder 2.3 reeds vastgesteld dat tussen [eiseres] en ( [persoon] ) [gedaagde] is gecorrespondeerd over de openstaande facturen en de betaling hiervan. Omdat verder niet in geschil is dat bestellingen door [gedaagde] telefonisch werden gedaan, had het op de weg van [gedaagde] gelegen om in het kader van haar betwisting aan te voeren met welk telefoonnummer dan
welmet [eiseres] werd gecommuniceerd. Dat heeft [gedaagde] niet gedaan.
2.7.
Bij deze stand van zaken houdt de kantonrechter het ervoor dat de WhatsApp-correspondentie die [eiseres] heeft overgelegd, ziet op bestellingen die zijn geplaatst door [gedaagde] .
2.8.
[eiseres] heeft evenwel niet
per factuurtoegelicht uit welke specifieke (WhatsApp-)correspondentie die is voortgekomen. Hiertoe is zij op grond van de zogeheten wegwijsplicht wel gehouden (zie ECLI:NL:HR:2017:404). De kantonrechter ziet aanleiding om [eiseres] hiertoe alsnog de kans te geven – en om [gedaagde] hierop te laten reageren, zodat in deze zaak zoveel mogelijk recht kan worden gedaan aan de feitelijke situatie. [eiseres] krijgt de gelegenheid om voornoemde toelichting op de rol van 3 april 2026 bij akte te geven, waarna [gedaagde] de gelegenheid krijgt om daarop op de rol van 1 mei 2026 bij antwoordakte te reageren.
2.9.
In afwachting van de hiervoor bedoelde aktewisseling wordt iedere verdere beslissing aangehouden.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
verwijst de zaak naar de rol van
3 april 2026voor akte uitlating van [eiseres] met het hiervoor in 2.8 omschreven doel,
3.2.
verwijst de zaak naar de rol van
1 mei 2026voor antwoordakte van [gedaagde] ,
3.3.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.F. Groot, kantonrechter, bijgestaan door mr. L.J.P.C. Silven, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2026.