ECLI:NL:RBAMS:2026:2523
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs poging tot zware mishandeling vriendin
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van poging tot zware mishandeling en mishandeling van zijn vriendin op of omstreeks 28 juni 2025 in Amsterdam. De tenlastelegging betrof het steken met een mes of het maken van steekbewegingen richting het lichaam van de vriendin, alsmede het slaan van haar.
Tijdens de terechtzitting op 21 januari 2026 heeft de rechtbank kennisgenomen van de vorderingen van het Openbaar Ministerie en de verdediging. Beide partijen waren van mening dat verdachte vrijgesproken moest worden wegens gebrek aan bewijs. De vriendin van verdachte had een wond aan haar hand, maar het was niet vast te stellen dat deze door verdachte was veroorzaakt. Zowel verdachte als zijn vriendin gaven wisselende verklaringen, mogelijk beïnvloed door drugsgebruik.
Er waren geen getuigen die steekbewegingen of mishandeling hadden waargenomen, en een schriftelijke verklaring van de vriendin stelde dat de wond was ontstaan doordat zij het mes probeerde te grijpen zonder dat verdachte steekbewegingen maakte. De rechtbank achtte de feiten niet bewezen en sprak verdachte vrij van beide tenlastegelegde feiten.
Daarnaast werd een mes in beslag genomen, dat de rechtbank bewaarde ten behoeve van verdachte. Het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam op 21 januari 2026.
Uitkomst: Verdachte wordt integraal vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van poging tot zware mishandeling en mishandeling.