Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.[eiser 1] ,
2. [eiser 2] ,
3. [eiser 3] ,
1.[gedaagde 1] ,
2. [gedaagde 2] ,
3. [gedaagde 3] ,
4. [gedaagde 4] ,
1.De procedure
- de dagvaarding van 5 augustus 2025, met producties,
- de incidentele conclusie van onbevoegdheid en conclusie van antwoord met tegenvordering, met producties,
- de incidentele conclusie van antwoord, met productie,
- reactie van [gedaagden] op de productie.
[erflater]) is gehuwd geweest met [erflaatster] (hierna:
[erflaatster]). Uit het huwelijk zijn vier kinderen geboren: [gedaagde 1] , [gedaagde 2] , [gedaagde 3] en [gedaagde 4] ( [gedaagden] ). [erflater] en [erflaatster] zijn van tafel en bed gescheiden. Zij hebben daarbij op 1 september 2010 een overeenkomst van boedelscheiding gesloten. Daarin staat hoe [erflater] en [erflaatster] hun eigendommen verdelen. Zij hebben daarin onder andere afgesproken dat [erflaatster] zeven schilderijen en een auto van het merk Jaguar toebedeeld krijgt (onderdeel 2.2 van de overeenkomst). [erflater] en [erflaatster] zijn getrouwd gebleven totdat [erflater] overleed.
vso) gesloten waarmee aan het meningsverschil een einde is gemaakt. In de vso hebben [eiser 1] en [gedaagden] een definitieve vermogensverdeling afgesproken. Daarin hebben zij elkaar finale kwijting verleend onder het voorbehoud van uitvoering van de gemaakte afspraken. In de vso staat ook dat als er onenigheid is over de inhoud van de vso, de rechter in Amsterdam daarover moet beslissen. Toen de vso werd getekend stond een aantal schilderijen in de woning van [erflaatster] .
“In België loopt een procedure tussen [eiser 1] (zonder de minderjarige kinderen)[ [eiser 1] , rb]
tegen [gedaagden][ [gedaagden] , rb]
Inzet van deze procedure is hoofdelijke veroordeling van [gedaagden] tot teruggave van vijf van de zeven schilderijen, die in bruikleen waren gegeven aan [erflaatster] . [gedaagden] hebben een tegenvordering tot teruggave van twee schilderijen ingediend. De rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, heeft bij vonnis van 20 januari 2023 de bruikleenovereenkomst van 17 maart 2019 nietig verklaard wegens dwaling en [eiser 1] veroordeeld tot teruggave aan [gedaagden] van twee schilderijen. [eiser 1] is in België in hoger beroep gegaan en die procedure loopt nog. De onderhavige procedure tussen [eiser 1] c.s[ [eisers] , rb]
en [gedaagden] betreft het verzoek verlof te verlenen voor het leggen van conservatoir beslag tot afgifte van de zeven schilderijen en de auto op basis van de tussen partijen gesloten vso. Aldus is geen sprake van dezelfde partijen, betreffen de vorderingen niet hetzelfde onderwerp, noch dezelfde oorzaak, zodat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft.”