Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:2425

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
5 maart 2026
Publicatiedatum
9 maart 2026
Zaaknummer
11920819 \ CV EXPL 25-14064
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:610 BWArt. 7:652 BWArt. 7:676 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing loonvordering wegens niet indiensttreding na terugkomen op arbeidsovereenkomst

Partijen sloten op 6 maart 2024 een arbeidsovereenkomst waarbij eiser per 1 januari 2025 in dienst zou treden. Eiser gaf op 12 juni 2024 aan dat hij door studievertraging niet op die datum kon beginnen en verwachtte pas rond april 2025 beschikbaar te zijn. IT Topdogs stelde een latere startdatum voor, maar partijen bereikten geen overeenstemming.

Eiser volgde enkele workshops en klikgesprekken, maar deze werden niet als arbeid gekwalificeerd. De kantonrechter oordeelde dat de e-mail van 12 juni 2024 een duidelijke opzegging van de arbeidsovereenkomst was, waardoor eiser niet in dienst trad. Er was geen nieuwe arbeidsovereenkomst of addendum gesloten.

De loonvordering van eiser werd daarom afgewezen. Tevens werd eiser veroordeeld in de proceskosten van IT Topdogs. De vordering in voorwaardelijke reconventie werd niet behandeld omdat de voorwaarde niet was vervuld.

Uitkomst: De loonvordering wordt afgewezen omdat eiser tijdig is teruggekomen op de arbeidsovereenkomst en niet in dienst is getreden.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11920819 \ CV EXPL 25-14064
Vonnis van 5 maart 2026
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in voorwaardelijke reconventie,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. G.F. van den Ende,
tegen
IT TOPDOGS FULL STACK DEVELOPMENT B.V.,
gevestigd te Oldebroek,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in voorwaardelijke reconventie,
hierna te noemen: IT Topdogs,
gemachtigde: mr. L.G. Hirdes.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 23 september 2025, met producties,
- de conclusie van antwoord, tevens eis in voorwaardelijke reconventie, met producties,
- het instructievonnis van 25 november 2025, waarbij een mondelinge behandeling is bevolen,
- de dagbepaling van de mondelinge behandeling.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 4 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. [eiser] is verschenen, vergezeld door zijn partner en gemachtigde. IT Topdogs is verschenen bij [naam 1] , [naam 2] en de gemachtigde. Partijen hebben vragen van de kantonrechter beantwoord en hun standpunten nader toegelicht, waarbij IT Topdogs gebruik heeft gemaakt van een pleitnota, die aan het procesdossier is toegevoegd. Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Op 6 maart 2024 hebben partijen een arbeidsovereenkomst ondertekend, op grond waarvan [eiser] op 1 januari 2025 voor onbepaalde tijd bij IT Topdogs in dienst zou treden in de functie van Java Developer. In de arbeidsovereenkomst staat:
1.3.
De eerste 2 maanden na indiensttreding gelden als proeftijd zoals bedoeld in artikel 7:652 BW Pro, waarin zowel Werknemer als Werkgever de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang kunnen opzeggen.
2.2.
Op het moment van ondertekening van de arbeidsovereenkomst was [eiser] nog bezig met zijn studie.
2.3.
Bij e-mail van 12 juni 2024 liet [eiser] aan [naam 1] (hierna: [naam 1] ) van IT Topdogs weten dat hij vertraging had opgelopen in zijn studie en hij daarom niet op 1 januari 2025 aan de slag kon gaan bij IT Topdogs. [eiser] liet weten dat dit naar verwachting pas rond 1 april 2025 zou zijn. [eiser] schrijft verder in zijn e-mail dat hij hoopt dat dit geen dealbreaker zal zijn en dat hij alsnog graag bij IT Topdogs aan de slag wil.
2.4.
Op 16 december 2024 liet [eiser] via WhatsApp aan [naam 3] (hierna: [naam 3] ) van IT Topdogs het volgende weten:
(…) Goed nieuws: ik heb m’n laatste vak gehaald en hoef nu alleen nog maar m’n thesis af te maken. Daar loop ik mee op schema, en halverwege januari heb ik mijn green light meeting. Als het dan wordt goedgekeurd kan ik waarschijnlijk begin maart afstuderen. Ik zie de afgelopen weken erg goede resultaten in m’n onderzoek en voorlopig heb ik er vertrouwen in dat het goed gaat komen zo.
Na m’n afstuderen ben ik wel toe aan een kleine vakantie, dus het ziet er zo naar uit dat ik rond april/mei bij jullie zou kunnen beginnen. En ook rond die tijd de OCA/OCP cursussen zou willen oppakken. (…)
2.5.
Op 20 januari 2025 liet [eiser] aan [naam 3] weten dat op 11 maart 2025 zijn thesis defence gepland staat, dat hij op dat moment zijn diploma zou verkrijgen en hij graag op 1 april 2025 bij IT Topdogs aan de slag zou willen gaan.
2.6.
In reactie daarop stelde IT Topdogs 1 mei 2025 als ingangsdatum voor, omdat in april al twee andere collega’s zouden beginnen. Hierop heeft [eiser] gereageerd dat 1 mei 2025 hem minder goed uitkwam, omdat hij dan een weekend weg zou gaan.
2.7.
Op 20 januari 2025 heeft [eiser] via WhatsApp onder meer aan [naam 1] gevraagd om informatie rondom het leasen van een auto. Op 21 januari 2025 reageerde [naam 1] dat daar pas ongeveer twee weken voor indiensttreding een inlog voor kon worden aangevraagd.
2.8.
[eiser] heeft op 9 april 2025 en op 30 april 2025 een workshop Scrum master gevolgd. Op 16 april 2025 en op 23 april 2025 heeft [eiser] deelgenomen aan Kubernetes trainingen. Op 17 april 2025, 25 april 2025 en 28 april 2025 heeft [eiser] korte ‘klikgesprekken’ gevoerd met een potentiële opdrachtgever van IT Topdogs.
2.9.
[eiser] heeft niet deelgenomen aan het onboarding-programma voor nieuwe medewerkers, dat begin mei 2025 van start is gegaan. Evenmin heeft [eiser] de (al dan niet door IT Topdogs verplicht gestelde) OCA-training gevolgd. Op een digitale uitnodiging voor de OCA-training op 25 april 2025 heeft [eiser] niet gereageerd. De digitale uitnodiging voor de OCA-training op 2 mei 2025 heeft [eiser] geweigerd.
2.10.
Op 28 april 2025 heeft [eiser] via WhatsApp aan [naam 1] gestuurd:
Goedendag [naam 1] , in dit bericht had je genoemd 2 weken voor indiensttreding een Athlon Flex inlog aan te kunnen vragen voor me. Dat zou dus rond deze tijd zijn. Is daarvoor nog extra informatie nodig van mij of kan ik binnenkort wat meer informatie verwachten?
2.11.
Op 31 mei 2025 heeft [eiser] aan IT Topdogs laten weten dat hij elders een baan aangeboden heeft gekregen en dat hij per 1 juli 2025 zijn ontslag indient.

3.Het geschil

in conventie
3.1.
[eiser] vordert – samengevat – veroordeling van IT Topdogs tot betaling van in totaal € 15.189,19 in verband met achterstallig loon over april, mei en juni 2025, mobiliteitsvergoeding, onkostenvergoeding, pensioenpremie, wettelijke verhoging en buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente en de proceskosten.
3.2.
[eiser] stelt dat IT Topdogs op grond van de gesloten arbeidsovereenkomst het overeengekomen basisloon, vakantiegeld en onkostenvergoeding aan hem verschuldigd is, maar dat ten onrechte niet heeft betaald. Door het loon niet (tijdig) te betalen is de verhoogd met wettelijke verhoging, buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente.
3.3.
IT Topdogs voert verweer. IT Topdogs concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure. Volgens IT Topdogs is de arbeidsovereenkomst niet tot stand gekomen, omdat [eiser] daarop is teruggekomen. Evenmin is uitvoering gegeven aan de gesloten arbeidsovereenkomst, omdat [eiser] geen arbeid heeft verricht. Partijen hebben geen wilsovereenstemming bereikt over de essentialia van een nieuwe arbeidsovereenkomst, waaronder de datum van indiensttreding.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in voorwaardelijke reconventie
3.5.
IT Topdogs vordert, voor het geval wordt geoordeeld dat [eiser] op enig moment in dienst is getreden bij IT Topdogs:
  • de loonvordering over de maand april 2025 en 1 tot 7 mei 2025 af te wijzen;
  • de loonvordering over de periode 7 mei t/m 30 juni 2025 te matigen tot nihil;
  • de vordering uit mobiliteitsvergoeding, onkostenvergoeding en pensioenpremie te matigen tot nihil,
  • de wettelijke verhoging over de gehele loonvordering te matigen tot nihil;
  • te bepalen dat de kosten die IT Topdogs ten behoeve van [eiser] heeft gemaakt van in totaal € 253,99 in mindering worden gebracht op eventueel verschuldigd loon.
3.6.
[eiser] heeft ter zitting verweer gevoerd. [eiser] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van IT Topdogs.

4.De beoordeling

in conventie
4.1.
Niet in geschil is dat op 6 mei 2024 een arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen per 1 januari 2025 en dat [eiser] op 12 juni 2024 aan IT Topdogs heeft bericht dat hij de overeengekomen datum van indiensttreding niet zou gaan halen (zie 2.3). Partijen zijn het echter niet eens over de vraag hoe dit bericht moet worden gekwalificeerd.
Opzegging
4.2.
Volgens [eiser] doet zijn mededeling geen afbreuk aan het bestaan van de arbeidsovereenkomst, maar is daarmee uitsluitend de datum van zijn beschikbaarheid met enkele maanden opgeschoven. IT Topdogs stelt zich echter op het standpunt dat door het bericht van [eiser] op 12 juni 2024 de arbeidsovereenkomst ‘van tafel is’. Ter zitting heeft IT Topdogs dat nader gespecificeerd door op te merken dat de e-mail van 12 juni 2024 moet worden gezien als een opzegging voor aanvang van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter begrijpt hieruit dat IT Topdogs vindt dat dit geldt als een beroep op het proeftijdbeding.
4.3.
In de arbeidsovereenkomst is een proeftijdbeding opgenomen. Artikel 7:676 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) luidt: “Indien een proeftijd is bedongen, is ieder der partijen, zolang die tijd niet is verstreken, bevoegd de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang op te zeggen.” De woorden “zolang die tijd niet is verstreken” zijn destijds door de wetgever uitdrukkelijk in de tekst opgenomen om aan te geven dat de opzeggingsbevoegdheid óók geldt ten aanzien van een nog niet daadwerkelijk begonnen arbeidsovereenkomst (vgl. ECLI:NL:GHSHE:2010:BO4338).
4.4.
Uit vaste jurisprudentie volgt dat de werkgever niet te snel ervan uit mag gaan dat de werknemer daadwerkelijk zijn wil heeft geuit een arbeidsovereenkomst op te zeggen. Sprake dient te zijn van een duidelijke en ondubbelzinnige verklaring die erop gericht is de arbeidsovereenkomst te beëindigen. De werkgever heeft in dit verband een bepaalde onderzoeksplicht, vanwege de gevolgen van het eindigen van een arbeidsovereenkomst, waaronder verlies van inkomen, ontslagbescherming en verlies van aanspraak op een WW-uitkering. Deze achterliggende beschermingsgedachte geldt naar het oordeel van de kantonrechter in dit geval in beperktere mate, omdat [eiser] op het moment waarop hij aan IT Topdogs liet weten dat hij niet kon beginnen per 1 januari 2025 nog studeerde, hij na afronding van deze specifieke studie goede kansen had op de arbeidsmarkt en er nog geen uitvoering aan de arbeidsovereenkomst werd gegeven.
4.5.
[eiser] is ongeveer een half jaar vóór de beoogde datum van indiensttreding, relatief kort na het ondertekenen van de arbeidsovereenkomst, eenzijdig teruggekomen op de gemaakte afspraken. Hij heeft immers laten weten dat hij niet per 1 januari 2025 aan de slag kon bij IT Topdogs. De kantonrechter acht deze verklaring voldoende duidelijk en ondubbelzinnig. Immers is de ingangsdatum één van de essentialia van de arbeidsovereenkomst en daarop wordt door [eiser] nu juist teruggekomen. Ook weegt mee dat [eiser] in zijn e-mail tevens opmerkt dat hij hoopt dat “dit geen dealbreker zal zijn” en hij alsnog graag bij IT Topdogs wil starten. Daaruit volgt dat [eiser] op dat moment zelf kennelijk ook begreep dat een latere indiensttreding bij IT Topdogs geen vanzelfsprekendheid was, maar dat daarover nieuwe afspraken met IT Topdogs moesten worden gemaakt.
4.6.
Verder ging [eiser] er zelf kennelijk ook vanuit dat hij op 1 januari 2025 niet in dienst was bij IT Topdogs. Dit volgt uit zijn WhatsApp bericht van 28 april 2025 (zie 2.10), aangezien hij daarin vroeg om informatie over de inlog voor het aanvragen van een leaseauto en daarbij schreef dat deze twee weken voor indiensttreding, “dus rond deze tijd”, zou worden aangevraagd. Ter zitting heeft [eiser] daarover weliswaar verklaard dat hij met deze e-mail doelde op de start bij een opdrachtgever en niet op indiensttreding bij IT Topdogs, maar gelet op de inhoud van het bericht en het ontbreken van een opdracht per half mei 2025 acht de kantonrechter die toelichting onvoldoende.
4.7.
Dat leidt tot de conclusie dat de arbeidsovereenkomst van 6 maart 2024 bij e-mail van 12 juni 2024 door [eiser] is opgezegd en dat [eiser] op 1 januari 2025 dus niet in dienst is getreden bij IT Topdogs. De arbeidsovereenkomst van 6 maart 2024 biedt dan ook geen grondslag voor de betaling van loon zoals door [eiser] is gevorderd.
4.8.
Daarbij wordt nog het volgende opgemerkt. Ter zitting heeft [eiser] verwezen naar een opmerking van [naam 3] , die tijdens een gesprek op 17 juni 2024 tegen hem zou hebben gezegd dat een paar maanden uitloop niet uitmaakte en dat een addendum aan het contract van 6 maart 2024 zou worden gevoegd. Deze opmerking is door IT Topdogs niet betwist en staat daarom vast. Maar ook als de mogelijkheid van een addendum door partijen is besproken, brengt dit niet zonder meer met zich dat partijen dus hebben beoogd om de arbeidsovereenkomst van 6 maart 2024 in stand te laten, zoals [eiser] heeft betoogd. Immers is niet ondenkbaar dat partijen in dat geval met een addendum bij de bestaande tekst een nieuwe ingangsdatum zouden overeenkomen, maar dat de tekst van de arbeidsovereenkomst voor het overige ongewijzigd zou blijven. In dat geval zou de arbeidsovereenkomst alsnog pas starten op de latere, bij addendum overeengekomen datum. Dat het addendum een andere inhoud zou hebben gehad dan een gewijzigde ingangsdatum, waarbij de arbeidsovereenkomst vanaf 1 januari 2025 in stand zou blijven, is niet door [eiser] gesteld of gebleken. De mededeling van [naam 3] maakt het voorgaande dus niet anders.
Nieuwe arbeidsovereenkomst
4.9.
Vaststaat dat partijen vervolgens geen nieuwe schriftelijke arbeidsovereenkomst hebben gesloten (en evenmin een addendum met gewijzigde ingangsdatum aan de arbeidsovereenkomst van 6 mei 2024 hebben toegevoegd). Dat is voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst echter niet doorslaggevend. In artikel 7:610 BW Pro is de arbeidsovereenkomst omschreven als de overeenkomst waarbij de ene partij, de werknemer, zich verbindt in dienst van de andere partij, de werkgever, tegen loon gedurende zekere tijd arbeid te verrichten. De vraag rijst of partijen daarover wilsovereenstemming hebben bereikt, althans of uit de feitelijke omstandigheden kan worden afgeleid dat tussen hen wel degelijk sprake is van een arbeidsovereenkomst per 1 april 2025 of per latere datum.
4.10.
Op 20 december 2024 heeft [eiser] aan IT Topdogs laten weten dat hij graag 1 april 2025 wil beginnen. Dit voorstel is door IT Topdogs nog dezelfde dag van de hand gewezen, met de opmerking dat het voor IT Topdogs beter was als [eiser] per 1 mei 2025 zou starten in verband met het feit dat in april al twee andere nieuwe collega’s zouden beginnen. Daarop heeft [eiser] laten weten dat 1 mei 2025 voor hem niet goed uitkwam in verband met een weekendje weg. Uit deze berichten blijkt niet dat partijen het al eens waren over een nieuwe startdatum van [eiser] .
4.11.
Het verplichte onboardingsprogramma van IT Topdogs voor nieuwe medewerkers heeft [eiser] niet gevolgd. [eiser] heeft er echter op gewezen dat hij vanaf april 2025 wel degelijk arbeid voor IT Topdogs heeft verricht, bestaande uit het volgen van workshops en het voeren van klikgesprekken (zie 2.8). Deze workshops en klikgesprekken kwalificeren naar het oordeel van de kantonrechter niet als arbeid. De workshops waren toegankelijk voor geïnteresseerden en niet verplicht, terwijl [eiser] ook vóór de aanvankelijk overeengekomen ingangsdatum (1 januari 2025) meerdere workshops heeft gevolgd, zonder dat daar een financiële compensatie of een arbeidsovereenkomst tegenover stond. Dat [eiser] de mogelijkheid had deze workshops op vrijwillige basis te volgen, maakt niet dat ze vanaf 1 april 2025 als arbeid zijn te kwalificeren. Voor wat betreft de drie klikgesprekken waren dit kennismakingsgesprekken met een potentiële opdrachtgever van IT Topdogs, die meer het karakter droegen van sollicitatiegesprekken omdat die ertoe strekten om het team te leren kennen en te bezien of [eiser] daar in de toekomst kon worden ingezet. IT Topdogs heeft in dit verband ter zitting gemotiveerd toegelicht dat zij geen (financieel) belang had bij het wel of niet succesvol doorlopen van deze gesprekken door [eiser] . Daarmee wordt bedoeld dat [eiser] deze specifieke klant niet zou ‘binnenhalen’. Voor de betreffende klant had IT Topdogs namelijk meerdere projecten lopen en ook meerdere mensen beschikbaar. Dat maakt dat [eiser] met de klikgesprekken in feite dus nog geen waarde toevoegde aan IT Topdogs. Dit alles is door [eiser] niet weersproken. De klikgesprekken worden in het licht hiervan, maar ook gelet op de zeer beperkte tijd die ermee gepaard is gegaan (maximaal een uur per gesprek), niet als positieve arbeidsprestatie aangemerkt.
4.12.
Daarbij weegt de kantonrechter ook in dit kader mee dat [eiser] er op 28 april 2025 – en dus na de meeste workshops en klikgesprekken – zelf kennelijk ook vanuit ging dat hij pas half mei in dienst zou treden (zie 4.6). Dat wordt nog versterkt door de omstandigheid dat [eiser] tot 27 juni 2025 nooit heeft verzocht om betaling van loon en hij pas op die datum, zijnde enkele dagen voor de door hem gestelde einddatum van 1 juli 2025 betaling van achterstallig loon vorderde (overigens met ingang van 1 januari 2025).
4.13.
Gelet daarop is niet gebleken dat [eiser] op een later moment alsnog bij IT Topdogs in dienst is getreden.
Conclusie
4.14.
Dit alles maakt dat van een arbeidsovereenkomst tussen partijen per 1 april 2025 dan wel medio mei 2025 niet is gebleken en dat [eiser] op die grond dus geen vorderingsrecht heeft op IT Topdogs. Evenmin is gebleken dat hij uit andere hoofde voor IT Topdogs werkzaamheden heeft verricht waarvoor hij aanspraak heeft op loon. De vorderingen worden daarom afgewezen.
4.15.
Daarbij wordt ten overvloede nog het volgende opgemerkt. [eiser] is voor aanvang van het dienstverband eenzijdig terugkomen op de gesloten arbeidsovereenkomst. Maar zelfs als de arbeidsovereenkomst was blijven bestaan, zoals [eiser] betoogt, kan van IT Topdogs in redelijkheid niet worden gevergd dat zij deze, na het verstrijken van de overeengekomen datum van indiensttreding, voor onbepaalde tijd in stand houdt totdat [eiser] eenzijdig besluit dat hij wil of kan beginnen en vanaf welk moment IT Topdogs dus loon aan hem zou moeten betalen. Daar is overeenstemming voor nodig. Zoals hiervoor reeds is vastgesteld hebben partijen daarover nooit daadwerkelijk afspraken gemaakt. Dus zelfs als de e-mail van 12 juni 2024 niet als opzegging zou worden aangemerkt, heeft [eiser] in dit geval geen aanspraak op salaris vanaf 1 april 2025.
Proceskosten
4.16.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van IT Topdogs betalen. De proceskosten van IT Topdogs worden begroot op:
- salaris gemachtigde
864,00
(2 punten × € 432,00)
- nakosten
72,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
936,00
in voorwaardelijke reconventie
4.17.
De voorwaarde waaronder de vordering in voorwaardelijke reconventie is ingesteld is niet vervuld, zodat op de vordering in reconventie niet hoeft te worden beslist.

5.De beslissing

De kantonrechter
in conventie
5.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af,
5.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 936,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Wiltjer en in aanwezigheid van mr. S. Homringhausen, griffier, in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2026.
991