ECLI:NL:GHSHE:2010:BO4338
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Smeenk-van der Weijden
- Waaijers
- Zweers-van Vollenhoven
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over proeftijdontslag vóór aanvang werkzaamheden
In deze zaak staat centraal of een werknemer de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig kan opzeggen met gebruikmaking van het proeftijdbeding vóórdat de werkzaamheden feitelijk zijn aangevangen. De werknemer had een arbeidsovereenkomst gesloten met een proeftijd van twee maanden, ingaand op 1 april 2008, maar zag op 7 maart 2008 telefonisch af van de overeenkomst.
De curator van de failliete werkgever stelde dat de werknemer onregelmatig had opgezegd door de opzegtermijn van één maand niet in acht te nemen en vorderde een schadevergoeding. De kantonrechter wees deze vordering af omdat de arbeidsovereenkomst nog niet was aangevangen en het proeftijdbeding niet uitsloot dat de opzegging vóór aanvang kon plaatsvinden.
Het hof bevestigde dit oordeel. Op grond van artikel 7:676 lid 1 BW Pro is het mogelijk de arbeidsovereenkomst tijdens de proeftijd met onmiddellijke ingang op te zeggen, ook als de arbeidsovereenkomst nog niet feitelijk is begonnen. Er was geen sprake van misbruik van recht, onrechtmatige daad of schending van goed werknemerschap. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en wees de vorderingen van de curator af. Tevens werd de curator veroordeeld tot terugbetaling van reeds betaalde bedragen en tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van de curator af en bevestigt dat opzegging tijdens de proeftijd vóór aanvang van de werkzaamheden rechtsgeldig is.