Eiser had bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van een dagvaardingsprocedure tegen zijn energieleverancier, nadat een klachtenprocedure geen oplossing bood. Het college wees de aanvraag af omdat de kosten niet noodzakelijk zouden zijn, mede gebaseerd op een advies van een gerechtsdeurwaarder.
De rechtbank oordeelt dat het college ten onrechte een te indringende toets heeft toegepast bij de beoordeling van de noodzaak van de procedure. Volgens vaste jurisprudentie moet het college terughoudend toetsen om het recht op toegang tot de rechter te waarborgen. De verklaring van de deurwaarder was onvoldoende onderbouwd en de procedure was niet op voorhand kansloos.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met het motiveringsbeginsel en draagt het college op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij ook andere voorwaarden zoals draagkracht moeten worden betrokken. Tevens moet het college het griffierecht van €53,- aan eiser vergoeden.