ECLI:NL:RBAMS:2026:2193

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
25 februari 2026
Publicatiedatum
3 maart 2026
Zaaknummer
24/1654
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet open overheidartikel 10 EVRMVerordening (EG) nr. 853/2004
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep op openbaarmaking informatie separatorvlees keten onder Woo

Eiseres heeft een verzoek ingediend op grond van de Wet open overheid (Woo) voor alle informatie die de NVWA bezit over separatorvleesproducenten, -verwerkers, -distributeurs en overige partijen in de productie- en verwerkingsketen van separatorvlees over de periode 2017-2022. De minister heeft een besluit genomen waarbij informatie over een derde-belanghebbende niet openbaar werd gemaakt omdat deze partij geen onderdeel uitmaakt van de keten, ondanks dat deze een vergunning heeft voor productie van separatorvlees.

Eiseres betwistte dit en stelde dat ook erkende werkplaatsen voor productie van separatorvlees onder het verzoek vielen, en beriep zich tevens op artikel 10 EVRM Pro. De rechtbank oordeelde dat het Woo-verzoek leidend is en dat het verzoek zich beperkt tot partijen die daadwerkelijk onderdeel zijn van de keten. De derde-belanghebbende maakt hier geen gebruik van zijn vergunning en valt daarom buiten de reikwijdte van het verzoek.

De rechtbank concludeert dat de minister terecht heeft besloten de informatie over de derde-belanghebbende niet openbaar te maken. De overige beroepsgronden behoeven geen bespreking. Het beroep wordt ongegrond verklaard, eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam op 25 februari 2026.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat informatie over de derde-belanghebbende niet onder het Woo-verzoek valt.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 24/1654

uitspraak van de meervoudige kamer van 25 februari 2026 in de zaak tussen

[stichting] , te Amsterdam, eiseres

(gemachtigde: mr. S.T. Blom),
en
de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, verweerder, hierna: de minister
(gemachtigde: mr. P.E. van der Werf).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [belanghebbende] . [belanghebbende] ., derde-belanghebbende
(gemachtigde: [gemachtigde belanghebbende] ).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over een verzoek om informatie op grond van de Wet open overheid (Woo). Eiseres heeft gevraagd om alle informatie die zich onder de NVWA [1] bevindt over separatorvleesbedrijven, -verwerkers en -distributeurs en overige partijen die onderdeel zijn van de productie- en verwerkingsketen van separatorvlees. Met het bestreden besluit heeft de NVWA haar primaire besluit herroepen voor zover dit besluit ziet op de (gedeeltelijke) openbaarmaking van informatie betreffende de derde-belanghebbende. Deze informatie valt volgens de minister niet onder reikwijdte van het Woo-verzoek. Eiseres is het hier niet mee eens. Daarnaast beroept zij zich als
social watchdogop artikel 10 van Pro het EVRM [2] . Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of de minister op de juiste wijze heeft beslist op het Woo-verzoek van eiseres.
2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister terecht heeft geoordeeld dat informatie betreffende de derde-belanghebbende niet binnen de reikwijdte van het Woo-verzoek van eiseres valt. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Procesverloop

3. Op 22 juli 2022 heeft eiseres een Woo-verzoek ingediend bij de NVWA tot openbaarmaking van alle informatie die zich onder de NVWA bevindt ten aanzien van separatorvleesproducenten, -verwerkers en -distributeurs en overige partijen die onderdeel zijn van de productie- en verwerkingsketen van separatorvlees over de afgelopen vijf jaar (2017-2022). Met het primaire besluit van 28 augustus 2023 heeft de minister eiseres geïnformeerd dat ten aanzien van dit Woo-verzoek bij de NVWA 221 documenten zijn aangetroffen, waarvan een deel (gedeeltelijk) openbaar zou worden gemaakt. De derde-belanghebbende is hiertegen in bezwaar gegaan. Met het bestreden besluit van 31 januari 2024 heeft de minister het primaire besluit herroepen omdat de documenten die zien op de derde-belanghebbende, niet onder de reikwijdte van dit Woo-verzoek vallen. Daarom worden deze niet openbaar gemaakt.
4. Op 8 mei 2025 heeft de derde-belanghebbende zich als zodanig gesteld en verzocht om binnen deze procedure anoniem mee te mogen procederen. Met een brief van 19 juni 2025 heeft de geheimhoudingskamer dit toegestaan.
5. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De derde-belanghebbende heeft schriftelijk op het beroep gereageerd. De minister heeft gereageerd met een verweerschrift.
6. De rechtbank heeft het beroep op 8 december 2025 op zitting behandeld. Eiseres heeft zich afgemeld voor de zitting. Namens de minister is mr. P.E. van der Werf verschenen. De derde-belanghebbende en zijn gemachtigde hebben zonder afmelding niet deelgenomen aan de zitting.
7. Deze zaak is gelijktijdig behandeld met de zaken AMS 24/1563, AMS 24/1704 en AMS 24/2854, maar de zaken zijn na de behandeling ter zitting weer gesplitst.

Beoordeling door de rechtbank

8. De rechtbank beoordeelt of de minister op de juiste wijze heeft beslist op het Woo-verzoek. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden.
9. Eiseres stelt zich allereerst op het standpunt dat de minister het Woo-verzoek ten onrechte heeft beperkt tot verwerkers van separatorvlees en daarmee tot bedrijven die feitelijk separatorvlees verwerken. Daardoor heeft de minister bedrijven die op grond van Verordening 853/2004 [3] erkend zijn als werkplaats voor de productie van separatorvlees, ten onrechte buiten het verzoek gehouden. Het Woo-verzoek zag volgens eiseres ook op ondernemingen die zijn aangemerkt als erkende werkplaatsen voor de productie van separatorvlees. De minister heeft het verzoek volgens eiseres dus te beperkt opgevat.
10. De minister vat het Woo-verzoek zo op dat eiseres alle informatie wenst te ontvangen ten aanzien van partijen die onderdeel uitmaken van de keten van separatorvlees.
11. De rechtbank stelt voorop dat uit vaste jurisprudentie van de Afdeling [4] volgt dat de tekst van het Woo-verzoek leidend is voor het antwoord op de vraag welke documenten onder de reikwijdte van het Woo-verzoek vallen. [5] De tekst van het verzoek luidt: “Het Woo-verzoek betreft alle informatie die zich onder u bevindt ten aanzien van
separatorvleesproducenten, -verwerkers en -distributeursen
overige partijen die onderdeel zijn van de productie- en verwerkingsketenvan separatorvlees, welke ziet, in de breedste zin van het woord, op (niet limitatief opgesomd) alle inspectierapporten, inspectieresultaten, verslagen van inspecties en controles, communicatie (intern en extern) over inspecties en handhaving, overige inspectie- controle en handhavingsinformatie en -documentatie, en overige stukken ten aanzien inspectie, controle en handhaving van separatorvleesverwerkers van de afgelopen vijf jaar.”
12. De rechtbank volgt de wijze waarop de minister het Woo-verzoek opvat. Het gaat om informatie van en over ondernemingen die onderdeel uitmaken van de productie- en verwerkingsketen van separatorvleesbedrijven. Eiseres heeft niet verzocht om informatie die ziet op bedrijven die op grond van de Verordening erkend zijn als werkplaats voor de productie van separatorvlees. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling volgt daarnaast dat het niet mogelijk is om een Woo-verzoek uit te breiden of aan te vullen in de bezwaar- en/of beroepsfase. [6] Niet in geschil is dat de derde-belanghebbende een vergunning heeft voor het produceren van separatorvlees, maar ook staat vast dat hij hier geen gebruik van maakt. Dat betekent dat de derde-belanghebbende geen onderdeel is van de genoemde keten. Informatie over de derde-belanghebbende valt daarmee dus niet onder de reikwijdte van het Woo-verzoek en de minister hoefde die informatie dan ook niet openbaar te maken.
13. Nu de rechtbank heeft geconstateerd dat informatie over de derde-belanghebbende buiten de reikwijdte van het Woo-verzoek valt, behoeven de overige beroepsgronden geen bespreking.

Conclusie en gevolgen

14. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A.W. Jansen, voorzitter, mr. T.L. Fernig-Rocour en mr. E.M. Hansen-Löve, leden, in aanwezigheid van mr. F. van der Maas, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 25 februari 2026.
griffier
voorzitter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit.
2.Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden.
3.Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong.
4.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
5.Zie de uitspraak van de Afdeling van 20 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:98.
6.Uitspraak van de Afdeling van 31 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3091.