ECLI:NL:RBAMS:2026:1935
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Nederlandse rechter niet bevoegd bij geschil over vervoersovereenkomst met Italiaanse vervoerder
In deze zaak vordert verzoeker betaling van €11,30 wegens een vermeende te hoge afschrijving bij het inchecken voor een treinreis met Trenitalia van Porta Nuova naar Avigliana op 12 augustus 2025. Verzoeker baseert zijn vordering op een vervoersovereenkomst met Trenitalia, gevestigd in Italië.
Trenitalia heeft niet gereageerd op de vordering ondanks meerdere aanmaningen. De rechtbank beoordeelt haar bevoegdheid aan de hand van de Verordening Brussel I bis (EU nr. 1215/2012). Verzoeker heeft geen schriftelijke overeenkomst of forumkeuze overgelegd.
De rechtbank stelt vast dat de vervoersovereenkomst niet in Nederland is uitgevoerd, maar in Italië. Artikel 17 lid 3 van Pro de Verordening Brussel I bis sluit de toepassing van consumentenregels uit voor vervoersovereenkomsten. Daarom geldt de hoofdregel dat de rechter van de lidstaat waar de vervoerder is gevestigd bevoegd is.
De kantonrechter verklaart zich daarom onbevoegd om van de vordering kennis te nemen en wijst de zaak af wegens onbevoegdheid van de Nederlandse rechter.
Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich onbevoegd en wijst de vordering af wegens gebrek aan Nederlandse bevoegdheid.