Uitspraak
1.De procedure
3.Het verzoek en het verweer
4.De beoordeling
.De proceskosten van [verzoeker] worden begroot op:
Rechtbank Amsterdam
De werknemer werd op 8 oktober 2025 op staande voet ontslagen omdat hij de echtgenoot van de werkgever zou hebben bedreigd met een schaar. De kantonrechter oordeelt echter dat dit ontslag niet rechtsgeldig is, omdat de werkgever zelf heeft bijgedragen aan een gespannen werksfeer en onvoldoende heeft ingegrepen om de situatie te de-escaleren.
De feiten tonen aan dat er een woordenwisseling was waarbij de werknemer een schaar vasthield, maar dat de echtgenoot van de werkgever geen formele functie binnen de onderneming vervult en zich bemoeide met de bedrijfsvoering. De kantonrechter weegt mee dat de werkgever en zijn echtgenoot de gespannen situatie hebben veroorzaakt en onvoldoende hebben gehandeld om escalatie te voorkomen.
Als gevolg hiervan wordt het ontslag op staande voet niet geaccepteerd als dringende reden. De werknemer krijgt daarom een billijke vergoeding van €10.000, een vergoeding wegens onregelmatige opzegging van €5.736,54 en een transitievergoeding van €4.682,92 toegewezen. Tevens moet de werkgever een eindafrekening en specificaties verstrekken en kan geen beroep worden gedaan op het concurrentiebeding. De werkgever wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Ontslag op staande voet niet rechtsgeldig verklaard; werkgever veroordeeld tot betaling van billijke vergoeding, transitievergoeding, vergoeding onregelmatige opzegging en proceskosten.