Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.De procedure
- de akte na vonnis van Steens met productie,
- de akte na vonnis van Fintag met producties,
2.De verdere beoordeling
redelijkloon vaak niet nauwkeurig kan worden vastgesteld. De rechter zal in het algemeen niet anders kunnen dan te volstaan met te vermelden welke omstandigheden zijn meegewogen en hoe dat tot de bepaling van het redelijke loon heeft geleid. Op Steens als opdrachtnemer rust de stelplicht en de bewijslast van feiten en omstandigheden waaruit volgt wat een redelijk loon zou zijn voor haar werkzaamheden, waarbij geldt dat aan die stelplicht en bewijslast geen hoge eisen worden gesteld. [1]
targetlist;
recruiter, zijnde € 86,-. In het kader van de door [naam] verrichte werkzaamheden stelt Fintag dat hij enkele introductiegesprekken heeft gehad, toegang heeft verkregen tot systemen en basisinformatie en -rapportages heeft opgevraagd. [naam] heeft geen bijdrage geleverd aan rapportage, compliance,
risk, audit of
finance-aansturing, wat mede aanleiding gaf voor zijn op non-actiefstelling. Zij heeft dus geen enkel voordeel gehad van het werk van [naam] , aldus Fintag.
recruitersbenodigd zullen zijn en deels lager gekwalificeerd personeel. Het door Fintag aangedragen uurtarief van € 86,- geldt voor een gemiddelde
recruiterin loondienst en is derhalve niet representatief voor het werven van een leidinggevende professional door een gespecialiseerd bureau zoals Steens. Steens heeft geen inzicht gegeven in het aantal, de identiteit en de functie van de medewerkers die in het kader van de opdracht werkzaamheden hebben verricht, zodat de rechtbank die verhouding eveneens slechts kan schatten. Verder ziet de rechtbank aanleiding om het door Steens gestelde uurtarief van € 400,- te matigen, aangezien Steens dit bedrag onvoldoende als in de branche gebruikelijk heeft onderbouwd. Een dergelijk bedrag valt mogelijk te rechtvaardigen als een in de branche gebruikelijke vergoeding indien de bemiddeling heeft geleid tot een substantieel voordeel. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn bij succesvolle integratie van de aangedragen leidinggevende in het bedrijf. Daar is in dit geval echter geen sprake van. Reeds kort na indiensttreding bleek immers dat [naam] niet geschikt was voor de functie en dat de arbeidsovereenkomst vernietigbaar was op grond van dwaling. In het licht daarvan is een uurtarief van € 400,- voor alle bestede uren niet te rechtvaardigen.
longlistsof referenties.
€ 32.423,77 levert volgens het Besluit een vergoeding op van € 1.099,24, zodat dit lagere bedrag zal worden toegewezen. De rechtbank wijst de gevorderde wettelijke rente over de buitengerechtelijke incassokosten toe vanaf de datum van dagvaarding, omdat daartegen geen verweer wordt gevoerd.