Partijen zijn in geschil over een huurovereenkomst van een woning waarbij de verhuurder ontbinding en betaling van huurachterstand vordert, terwijl de huurster een huurkorting en schadevergoeding eist wegens gebreken aan de badkamer.
De huurster had een aanzienlijke huurachterstand, maar deze grotendeels ingelopen vlak voor de zitting. De rechtbank oordeelt dat de tekortkoming onvoldoende ernstig is voor ontbinding, mede omdat ontbinding zou leiden tot ontruiming van de huurster en haar dochter. Daarnaast is het houden van een huisdier niet onrechtmatig gebleken en is het vermeende wangedrag onvoldoende onderbouwd.
De huurster vordert een huurkorting wegens de langdurige herstelwerkzaamheden aan de badkamer, waarbij een nooddouche met snoeren en afvoerslang werd geplaatst en geluidsoverlast door een droger ontstond. De rechtbank erkent een gebrek en kent een huurkorting van 15% toe over de periode van 2 april tot en met 27 augustus 2025.
De huurverhoging per 1 juli 2025 wordt niet opgeschort. De gevorderde schadevergoeding voor extra energiekosten wordt deels toegewezen (€172,85), maar de vergoeding voor opgenomen vrije dagen wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Proceskosten worden verdeeld: de huurster betaalt de proceskosten van verhuurder in conventie, en verhuurder betaalt de proceskosten van huurster in reconventie.