ECLI:NL:RBAMS:2026:1413

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
11 februari 2026
Zaaknummer
89-000042-37
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2:11 SvArt. 6:2:13a SvArt. 6:6:8 SvArt. 6:6:9 SvArt. 10a Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijke herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling wegens nieuwe drugsfeiten

De veroordeelde was bij vonnis van 29 juni 2022 veroordeeld tot 48 maanden gevangenisstraf en kreeg op 5 juni 2024 voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.) met een proeftijd van 480 dagen. Op 22 september 2025 werd hij aangehouden op verdenking van nieuwe strafbare feiten, waaronder handel in harddrugs, voorbereidingshandelingen en witwassen. Het Openbaar Ministerie besloot daarop de v.i. te herroepen.

De veroordeelde maakte bezwaar tegen deze herroeping, stellende dat hoewel het aanwezig hebben van harddrugs bewezen kan worden, een volledige herroeping van 480 dagen disproportioneel is. Hij wees op positieve persoonlijke omstandigheden zoals werk, relatie en woonruimte, en het reclasseringsadvies dat een verlenging van de proeftijd niet noodzakelijk achtte.

De rechtbank oordeelde dat het Openbaar Ministerie terecht ernstige redenen had voor het vermoeden van overtreding van de algemene voorwaarde van de v.i. en dat herroeping gerechtvaardigd was. Echter, de rechtbank vond dat de herroeping niet in redelijkheid voor de volledige duur van 480 dagen had mogen plaatsvinden. Gezien de persoonlijke omstandigheden en het belang van succesvolle re-integratie beperkte de rechtbank de herroeping tot 120 dagen.

De veroordeelde werd op die grond gedeeltelijk in het bezwaar gevolgd en opnieuw voorwaardelijk in vrijheid gesteld na afloop van die periode. De beslissing benadrukt het belang van een zorgvuldige belangenafweging tussen de bescherming van de samenleving en de persoonlijke omstandigheden van de veroordeelde.

Uitkomst: De herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling wordt beperkt tot 120 dagen en de veroordeelde wordt daarna opnieuw voorwaardelijk in vrijheid gesteld.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Strafrecht
parketnummer : 13-261113-21
v.i.-nummer : 89-000042-37
raadkamernummer : 25-027455
datum : 10 februari 2026
Beslissing van de raadkamer op het bezwaar op grond van artikel 6:6:8 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) tegen de herroeping van de voorwaardelijke invrijheidsstelling van:
[de veroordeelde] ,
geboren op [geboortedag] 1995 in [geboorteplaats] ,
gedetineerd in de [detentieadres] ,
woonplaats kiezend op het kantoor van zijn raadsman mr. M. Landsman,
[adres] ,
hierna te noemen: de veroordeelde.

1.Feiten en procesgang

1.1.
De meervoudige kamer van deze rechtbank heeft de veroordeelde bij vonnis van 29 juni 2022, een gevangenisstraf van 48 maanden opgelegd. [1]
1.2.
Het Openbaar Ministerie heeft de veroordeelde bij beslissing van 5 juni 2024 voorwaardelijke invrijheidstelling (hierna ook: v.i.) verleend.
1.3.
Op 23 juli 2024 is de veroordeelde feitelijk in vrijheid gesteld en is de proeftijd van 480 dagen gestart.
1.4.
Algemene voorwaarde bij de v.i. is ingevolge artikel 6:2:11, eerste lid, Sv dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt.
1.5.
De veroordeelde is op 22 september 2025 door de politie aangehouden op verdenking van het overtreden van de Opiumwet (aanwezig hebben van harddrugs).
1.6.
De nieuwe strafzaak tegen de veroordeelde is bekend onder parketnummer 13-251481-25. De veroordeelde wordt daarin de volgende strafbare feiten ten laste gelegd:
-handel/aanwezig hebben van harddrugs;
-het treffen van voorbereidingshandelingen als bedoeld in artikel 10a Opiumwet en
-het witwassen van geld en goederen.
1.7.
De reclassering heeft op 25 september 2025 in verband met de voorgeleiding aan de rechter-commissaris een adviesrapport opgemaakt.
1.8.
De rechter-commissaris heeft op 25 september 2025 de veroordeelde gehoord en ter zake van de ten laste gelegde strafbare feiten de bewaring van de veroordeelde bevolen en onmiddellijk het bevel tot voorlopige hechtenis geschorst.
1.9.
Het Openbaar Ministerie heeft op 13 oktober 2025 beslist de v.i. van de veroordeelde te herroepen.
1.10.
De kennisgeving van deze beslissing is op 21 oktober 2025 aan de veroordeelde betekend. De veroordeelde is die dag ook aangehouden en sindsdien is hij gedetineerd.
1.11.
Het bezwaarschrift tegen de beslissing van het Openbaar Ministerie is op 23 oktober 2025 op de griffie van de rechtbank ontvangen.
1.12.
De raadsman van de veroordeelde heeft het bezwaarschrift bij schrijven van 3 december 2025 aangevuld.
1.13.
De reclassering heeft op 6 november 2025 een rapport met een verlengingsadvies v.i. uitgebracht.
1.14.
Het Openbaar Ministerie heeft op 12 december 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
1.15.
De enkelvoudige raadkamer van de rechtbank heeft op 17 december 2025 de behandeling van het bezwaarschrift aangehouden om het bezwaarschrift te laten behandelen door de meervoudige raadkamer in verband met het aantal dagen (480) v.i. dat is herroepen.
1.16.
De meervoudige raadkamer van de rechtbank heeft op 27 januari 2026 het bezwaar in openbare raadkamer behandeld. De rechtbank heeft de veroordeelde, zijn raadsman mr. M. Landsman, en de officier van justitie mr. C. Nij Bijvank in raadkamer gehoord.

2.Beslissing tot herroeping

Het Openbaar Ministerie heeft zijn beslissing de v.i. te herroepen als volgt aan de veroordeelde uitgelegd.
‘(…)
Er bestaan ernstige redenen voor het vermoeden dat u de algemene voorwaarde niet heeft nageleefd. U bent op 22 september 2025 aangehouden door de politie op verdenking van het plegen van meerdere strafbare feiten. Onder parketnummer 13-251481-28 wordt u nu verdacht van:
handel/aanwezig hebben van harddrugs;
het treffen van voorbereidingshandelingen en/of het bevorderen een feit, bedoeld in artikel 10 lid 4 of Pro 5 Opiumwet en
het witwassen van geld en goederen.
De rechtbank heeft op 25 september 2025 vastgesteld dat uit de stukken blijkt dat sprake is van ernstige bezwaren dat u de hierboven omschreven feiten heeft gepleegd en een bevel bewaring verleend. Het Openbaar Ministerie stelt vast dat er ernstige redenen zijn voor het vermoeden dat u de algemene voorwaarde niet heeft nageleefd. Ondanks dat de rechtbank Amsterdam uw voorlopige hechtenis op 25 september 2025 heeft geschorst, is dit voldoende om uw v.i. te herroepen, het is niet noodzakelijk om een veroordelend vonnis af te wachten. Alles afwegende is het Openbaar Ministerie van oordeel dat het geven van een waarschuwing of het wijzigen van de voorwaarden in deze situatie niet voldoende is. U bent voorwaardelijk in vrijheid gesteld op grond van een veroordeling vanwege deelname aan een criminele organisatie, handel in harddrugs en het aanwezig hebben van een vuurwapen en munitie. U wordt nu wederom van drugsfeiten verdacht. Het Openbaar Ministerie rekent het u ernstig aan dat u tijdens uw v.i.-proeftijd vanwege onder andere drugsfeiten, zich opnieuw schuldig maakt aan soortgelijke drugsfeiten. Het Openbaar Ministerie acht een gehele herroeping op zijn plaats, omdat u opnieuw een strafbaar feit heeft gepleegd en u daarmee heeft laten zien dat u niet klaar bent voor een verantwoorde terugkeer in de samenleving. In beginsel leidt een nieuw strafbaar feit tijdens de v.i. tot een algehele herroeping. In uw geval komt daar bij dat de ingezette interventies kennelijk onvoldoende zijn gebleken om het recidive-risico adequaat te beperken, aangezien u ondanks de ingezette interventies en begeleiding weer eenzelfde soort delict bent gaan plegen, als waarvoor u voorwaardelijk in vrijheid bent gesteld.’

3.Bezwaar

3.1.
De veroordeelde maakt bezwaar tegen de beslissing van het Openbaar Ministerie om zijn v.i.te herroepen.
3.2.
De raadsman van de veroordeelde heeft (samengevat) het volgende aangevoerd.
3.3.
De veroordeelde stelt dat enkel feit 1 (het aanwezig hebben van 4,43 gram harddrugs) mogelijk tot een bewezenverklaring kan leiden. Dat is een strafbaar feit en dat maakt dat de veroordeelde de algemene voorwaarde, namelijk het niet plegen van een strafbaar feit, heeft overtreden. De beslissing tot herroeping van de v.i. is in beginsel dan ook begrijpelijk.
3.4.
De vraag of een volledige herroeping voor de duur van 480 dagen redelijk en proportioneel is, moet echter ook beantwoord worden, althans er moet in ieder geval blijken van een belangenafweging en dat is niet het geval. De aanvraag voor een reclasseringsadvies is blijkens het advies van 6 november 2025 ruim voor de herroepingsbeslissing (augustus 2025) gedaan. Het Openbaar Ministerie heeft onzorgvuldig gehandeld door het uiteindelijke advies niet af te wachten, dan wel door voorafgaand aan het moment van beslissen niet om de stand van zaken te vragen. Immers, hieruit zou zijn gevolgd dat de veroordeelde werk heeft, een nieuwe relatie heeft, een woning had, zijn afspraken over het algemeen goed nakomt, doelen nastreeft/verwezenlijkt en meewerkt aan de te volgen trainingen. Het Openbaar Ministerie heeft voorts onvoldoende oog voor de strijd die (ex-)gedetineerden moeten leveren. Van hen wordt verlangd dat ze geen fouten meer maken en weerstand bieden aan iedere verleiding vanuit het verleden. Dit betekent een totale ommekeer in hun (sociale) leven. De verwachting dat dit zonder foutjes of rimpelingen gaat, is een illusie. Vaste structuren moeten worden doorbroken, nieuwe sociale contacten moeten worden gevonden, oftewel het leven moet anders worden geleid. Dat is niet niets en daar mag best in zekere mate rekening mee worden gehouden. Dit is niet gebeurd, terwijl uit de stukken voldoende blijkt dat de wil en inzet bij de veroordeelde niet ontbreken.
3.5.
Het Openbaar Ministerie heeft op het moment van beslissen in redelijkheid niet kunnen komen tot algehele herroeping van de v.i. Ten eerste omdat voorgaande informatie op dat moment bij het Openbaar Ministerie bekend had moeten en kunnen zijn. Ten tweede omdat uit het feit dat de veroordeelde is geschorst immers al af te leiden was dat er kennelijk zwaarwegende persoonlijke belangen zijn die de aandacht behoeven. Een gedeeltelijke herroeping biedt de mogelijkheid om de veroordeelde bij het restant van de v.i. nog met voorwaarden en begeleiding een tweede kans te geven om zodoende opnieuw orde op zaken te stellen voorafgaand aan zijn terugkeer in de maatschappij. Gelet op de persoonlijke omstandigheden van de veroordeelde, kan dit in zijn geval wel degelijk recidivebeperkend werken. Anders gezegd, bij volledige herroeping verliest de veroordeelde alles wat hij het afgelopen jaar, sinds de aanvang van de v.i. heeft opgebouwd; met name te noemen wonen, werk en relatie. Dit zijn niet mis te verstane zwaarwegende belangen die meegenomen hadden moeten worden bij de beslissing tot herroeping nu het verlies daarvan voorzienbaar is bij een herroeping van een dergelijke duur.

4.Standpunt van het Openbaar Ministerie

4.1.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de herroeping gerechtvaardigd is en dat het bezwaar ongegrond is en daartoe (samengevat) het volgende aangevoerd.
4.2.
De v.i. is herroepen omdat de veroordeelde wordt verdacht van drie nieuwe strafbare feiten, soortgelijk aan de feiten waarvoor hij eerder is veroordeeld. De rechtbank heeft ernstige bezwaren ten aanzien van deze strafbare feiten aangenomen. Bij het verlenen van de v.i. is aan de veroordeelde duidelijk gemaakt dat de invrijheidstelling voorwaardelijk is en dat zij kan worden herroepen vanwege het overtreden van de daaraan verbonden voorwaarden. De veroordeelde heeft laten zien de gekregen kans niet serieus te nemen. Hij wist goed wat de gevolgen zouden zijn van het plegen van nieuwe strafbare feiten, maar dit heeft hem er niet van weerhouden soortgelijke delicten te plegen. De veroordeelde beroept zich op het reclasseringsadvies ten behoeve van de verlenging van de proeftijd van de v.i. van 6 november 2025 dat is uitgebracht nadat de v.i. is herroepen en daarom niet is betrokken bij de beslissing tot herroeping en kan – gelet op de marginale toetsing ex tunc – ook geen deel uitmaken van de bezwaarprocedure. Indien het advies wel bij de beoordeling zou worden betrokken, dan valt daarover op te merken dat de reclassering aangeeft dat thans ook geen meerwaarde wordt gezien in een verlenging van de proeftijd, omdat wordt ingeschat dat aanvullende voorwaarden een onvoldoende recidivebeperkende werking zullen hebben.

5.Beoordeling

5.1.
Het Openbaar Ministerie kan op basis van artikel 6:2:13a, onderdeel a, Sv beslissen tot herroeping van de v.i. als er ernstige redenen bestaan voor het vermoeden dat de veroordeelde de algemene voorwaarde dat hij zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit, niet heeft nageleefd. Bij deze afweging spelen beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit een rol.
5.2.
De rechtbank onderzoekt bij bezwaar tegen een beslissing inzake de herroeping van de v.i. of het Openbaar Ministerie bij afweging van de betrokken belangen die op dat moment aan de orde waren in redelijkheid tot zijn beslissing heeft kunnen komen (artikel 6:6:9 Sv Pro). Het is dus niet aan de rechtbank om tot een geheel nieuwe afweging van de betrokken belangen te komen. Zij beoordeelt alleen of het Openbaar Ministerie in zijn afweging van de betrokken belangen die op dat moment bij hem bekend waren of hadden kunnen zijn tot een redelijke beslissing heeft kunnen komen, een zogeheten marginale toets.
5.3.
Het Openbaar Ministerie heeft de v.i. herroepen omdat er ernstige redenen bestaan voor het vermoeden dat de veroordeelde zich op 22 september 2025 heeft schuldig gemaakt aan opzettelijk handelen en/of aanwezig hebben van harddrugs, voorbereidingshandelingen als bedoeld in artikel 10a Opiumwet en witwassen en aldus de algemene voorwaarde dat hij voor het einde van de proeftijd zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit niet heeft nageleefd.
5.4.
De rechter-commissaris heeft ten aanzien van die strafbare feiten ernstige bezwaren aangenomen. Er bestaan dus ernstige redenen voor het vermoeden dat de veroordeelde in de proeftijd zich heeft schuldig gemaakt aan strafbare feiten en aldus de algemene voorwaarde die aan de proeftijd is verbonden, niet heeft nageleefd. Het Openbaar Ministerie heeft daarom dan ook tot zijn beslissing kunnen komen de v.i. te herroepen, te meer omdat de strafbare feiten waarvan de veroordeelde nu wordt verdacht soortgelijk zijn aan de feiten waarvoor hij destijds is veroordeeld.
5.5.
De rechtbank is evenwel van oordeel dat het Openbaar Ministerie bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid tot zijn beslissing heeft kunnen komen de gehele v.i. (480 dagen/16 maanden) te herroepen en dat de herroeping van de v.i. tot 120 dagen/4 maanden beperkt had moeten blijven. Zij overweegt daartoe het volgende.
5.6.
Bij de betrokken belangen die het Openbaar Ministerie bij zijn afweging de v.i. al dan niet (gedeeltelijk) te herroepen, gaat het om de belangen van de samenleving en de persoonlijke belangen van de veroordeelde. Het is van het grootste belang voor de effectiviteit, legitimiteit en geloofwaardigheid van de v.i-regeling dat het niet naleven van de voorwaarden niet zonder gevolgen blijft. Effectieve tenuitvoerlegging van gevangenisstraffen heeft een dubbel doel: zowel vergelding als het verminderen van recidive. De samenleving is er ook bij gebaat dat een veroordeelde die uiteindelijk in vrijheid gesteld wordt succesvol re-integreert in de samenleving aangezien dat ook kan bijdragen aan het voorkomen van recidive. Hiervoor is van belang dat tegen die tijd een aantal basisvoorwaarden zoals het hebben van onderdak, inkomen, en inzicht in eventuele schulden zo veel mogelijk op orde zijn. Hierin ligt ook een persoonlijk belang van de veroordeelde. Uit het reclasseringsrapport van 6 november 2025 dat ten tijde van de beslissing tot herroeping van de v.i. weliswaar nog niet beschikbaar was, maar informatie bevat die toen wel bekend was, komt naar voren dat de veroordeelde zich tijdens het reclasseringstoezicht voldoende aan afspraken heeft gehouden. Hij bleek goed in staat te zijn om zelfstandig doelen na te streven, zoals het vinden van werk en het daarmee genereren van een inkomen. Hij toonde zich reflectief en meewerkend bij de gedragsinterventie cognitieve vaardigheden en is zich er duidelijk van bewust hoe te handelen conform maatschappelijk geaccepteerde normen. Het lukt hem echter niet om niet meer met politie en justitie in aanraking te komen, aldus de reclassering. Zij ziet voldoende aanknopingspunten om vanuit het schorsingskader in de nieuwe strafzaak verder te werken. De veroordeelde heeft op 23 september 2025 bij de politie verklaard dat hij staat ingeschreven op het adres van zijn vader en bij hem verblijft. Daarnaast verblijft hij ook bij zijn moeder in [plaats] . Hij heeft verder verklaard dat hij een vriendin heeft en dat hij in een sportschool ( [sportschool] ) werkt als personal trainer/ coach. De veroordeelde heeft op 25 september 2025 bij de rechter-commissaris verklaard dat hij ongeveer acht maanden bij [sportschool] werkt, eerst twee maanden proeftijd had, daarna een 0-urencontract van zes maanden kreeg en daarna een fulltimecontract zou krijgen.
5.7.
De rechtbank oordeelt dat een gehele herroeping van de v.i. meebrengt dat de veroordeelde over een jaar op 13 februari 2027 in vrijheid wordt gesteld en daarna mogelijk nog een straf moet ondergaan in de nieuwe strafzaak. Het is de vraag of de basisvoorwaarden die nu op orde lijken te zijn (wonen, werken/inkomen en inzicht in schulden) en die essentieel zijn voor een succesvolle re-integratie dan nog steeds op orde zijn. Het voordeel van een gedeeltelijke herroeping is dat de veroordeelde nog enige tijd onder toezicht van de reclassering kan blijven.

6.Beslissing

De rechtbank verklaart het bezwaar
  • gedeeltelijk gegrond voor zover de voorwaardelijke invrijheidsstelling voor meer dan 120 dagen wordt herroepen en bepaalt dat de veroordeelde op woensdag
  • voor het overige ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door de raadkamer,
mr. M.A.E. Somsen, voorzitter,
mr. I. Timmermans en mr. C.C.J. Maas-van Es, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M. Cordia, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2026.