ECLI:NL:RBAMS:2026:1317

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
23 januari 2026
Publicatiedatum
9 februari 2026
Zaaknummer
11845703 \ EA VERZ 25-959
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:8 BWArt. 2:14 BWArt. 2:15 BWArt. 5:124 BWArt. 5:129 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot nietigverklaring en vernietiging besluiten VvE over doorbelasting reparatiekosten en verhaal ongemandateerde uitgaven

De procedure betreft een verzoek van een appartementseigenaar om besluiten van de VvE van 16 juli 2025 nietig te verklaren of te vernietigen. Het gaat om besluiten over het doorbelasten van reparatiekosten van lekkages en het verhalen van ongemandateerde uitgaven op een voormalig bestuurslid.

De verzoekster stelt dat de besluiten in strijd zijn met wettelijke bepalingen en de splitsingsakte, en dat de besluitvorming niet onpartijdig is verlopen. De VvE betwist dit en voert aan dat de besluiten rechtsgeldig zijn en dat de verzoekster geen belang heeft bij vernietiging.

De rechtbank oordeelt dat de verzoekster onvoldoende heeft toegelicht waarom de besluiten nietig zouden zijn en dat zij geen redelijk belang heeft bij vernietiging van de besluiten. Ook het verzoek om het bestuur te verplichten tot bepaalde administratieve handelingen wordt afgewezen wegens gebrek aan bevoegdheid van de kantonrechter.

De proceskosten worden gecompenseerd omdat de VvE pas tijdens de zitting voldoende toelichting gaf. De verzoeken worden afgewezen en iedere partij draagt haar eigen kosten.

Uitkomst: De verzoeken tot nietigverklaring en vernietiging van de besluiten van de VvE worden afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer / rekestnummer: 11845703 \ EA VERZ 25-959
Beschikking van 23 januari 2026
in de zaak van
[verzoekster],
te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoekster] ,
procederend in persoon,
tegen
VERENIGING VAN EIGENAARS " [naam VvE],
te [vestigingsplaats] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: de VvE,
gemachtigde: mr. P.C. Veerman,

1.De procedure

1.1.
[verzoekster] heeft op 14 augustus 2025 een verzoekschrift met producties ingediend dat (onder meer) strekt tot nietigverklaring dan wel vernietiging van besluiten van de vergadering van de VvE van 16 juli 2025.
1.2.
De VvE heeft een verweerschrift met producties ingediend.
1.3.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 12 december 2025. [verzoekster] is in persoon verschenen. De VvE is vertegenwoordigd door [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] (bestuurders), vergezeld door de gemachtigde. [derde belanghebbende 1] en [derde belanghebbende 2] (leden van de VvE) zijn als belanghebbenden verschenen. Partijen hebben hun standpunt nader toegelicht, [verzoekster] aan de hand van spreekaantekeningen, en vragen van de kantonrechter beantwoord. Daarna is een datum voor beschikking bepaald.

2.De feiten

2.1.
In een notariële akte van 29 mei 2006 (hierna: de splitsingsakte) is het (toekomstige) gebouw aan de [locatie] gesplitst in 176 appartementsrechten, bestaande uit 88 woonappartementen en 88 parkeerplaatsen.
2.2.
Met de splitsingsakte is ook de VvE opgericht. In de splitsingsakte is het modelreglement van 17 januari 2006 van toepassing verklaard, met wijzingen en aanvullingen zoals in de splitsingsakte is bepaald.
2.3.
[verzoekster] is eigenaar van het appartementsrecht, rechtgevende op het uitsluitend gebruik van een woning op de achtste verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend als [adres] .
2.4.
In 2021 heeft een van buiten komende lekkage schade veroorzaakt in de woning van [verzoekster] en op de eerste verdieping van het gebouw. De opstalverzekeraar heeft daarvoor in totaal € 49.674,85 aan schadevergoeding aan de VvE uitgekeerd.
2.5.
In 2022 heeft [verzoekster] voor de gevolgschade van de lekkage € 36.500,00 van de VvE ontvangen.
2.6.
Tijdens de vergadering van de VvE van 15 februari 2023 is [naam 4] (hierna: [naam 4] ) verkozen als bestuurslid, samen met drie andere bestuursleden. Tijdens de vergadering van de VvE van 30 november 2023 hebben de overige bestuursleden hun functie neergelegd, waardoor [naam 4] als enig bestuurslid overbleef.
2.7.
Na ontvangst van een aanvullende schadevergoeding van € 3.525,50 heeft [verzoekster] op 1 januari 2024 een “Overeenkomst Finale kwijting aangaande schade ontstaan op 22 januari 2021” getekend. Daarna heeft [verzoekster] aanspraak gemaakt op een resterend bedrag van
€ 9.649,35 (€ 49.674,85 minus (€ 36.500,00 + € 3.525,50)), vermeerderd met wettelijke rente.
2.8.
[naam 4] heeft in augustus 2024 een aanvullende schadevergoeding van € 11.001,56, inclusief wettelijke rente aan [verzoekster] uitgekeerd.
2.9.
In de vergadering van de VvE van 21 november 2024 is besloten [naam 4] te ontslaan als bestuurslid. [naam 4] heeft zich tegen haar ontslag verzet en geweigerd om de administratie en de bestuurstaken aan de nieuwe bestuursleden over te dragen. Uiteindelijk is zij, na dagvaarding door de VvE, hiertoe veroordeeld bij vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam van 14 mei 2025.
2.10.
In de agenda voor de vergadering van de VvE van 26 juni 2025 is, voor zover relevant, het volgende vermeld:
6. Jaarrekening 2024: Toelichting en stemming
a. Reparaties lekkages betaald uit VVE kas, mogelijk door te belasten aan eigenaren conform reglementen (zie bijlage).
Stemmen: accepteren of doorberekenen aan individuele leden?
(…)
Jaarrekening 2024.
Stemmen: accepteren en correcties in 2025 verwerken of jaarrekening 2024 aanhouden tot bovenstaande besluiten zijn verwerkt?
(…)
11. Ingezonden brief de heer [derde belanghebbende 1] , toelichting en stemming
Ongemandateerde uitgaven verhalen op voormalig bestuurslid mevr [naam 4]
Alle uitgaven na 21 november 2024 verhalen op voormalig bestuurslid mevr [naam 4]
Alle ongemandateerde wijzigingen aan het pand terugdraaien op kosten van voormalig bestuurslid mevr [naam 4]
2.11.
In de notulen van de vergadering van de VvE van 26 juni 2025 is, voor zover relevant, het volgende vermeld:
6. Jaarrekening 2024: Toelichting en stemmen
De heer [naam 3] neemt de jaarrekening 2024 door. De volgende zaken vallen op:
  • De reguliere onderhoudskosten liggen ruim €8.000 hoger dan voorzien (negatief exploitatieresultaat)
  • Het reservefonds is met bijna € 75.000,- afgenomen:
o Er is voor ruim € 144.000,- aan groot onderhoud uitgegeven (betaald uit het reservefonds). Veel van deze uitgaven zijn niet goedgekeurd door de ALV. Grote posten zijn oplossen van lekkages en vervanging van de verlichting in het complex.
Tijdens de tweede vergadering zal er worden gestemd over dit punt.
(…)
11. Ingezonden brief de heer [derde belanghebbende 1] , toelichting en stemming
Een ingezonden brief van de heer [derde belanghebbende 1] wordt besproken. Hij uit kritiek op uitgaven die door voormalig bestuurslid mevrouw [naam 4] zijn gedaan zonder goedkeuring van de ALV, zoals vervanging van lampen, sloten en camera’s. Er is discussie over de legitimiteit van deze uitgaven en of deze teruggevorderd moeten worden. Er wordt voorgesteld om dit onderwerp in een aparte vergadering te behandelen.
2.12.
Op 16 juli 2025 heeft een tweede vergadering van de VvE plaatsgevonden. In de notulen van die vergadering is, voor zover relevant, het volgende vermeld:
Agendapunt #6a(…)
Reparaties lekkages betaald uit VVE kas, mogelijk door te belasten aan eigenaren conform reglementen. (…)
Accepteren als kosten voor de VVE (…)
10 stemmen / 12.472 breukdelen
Doorberekenen aan veroorzaker lekkage (…)
29 stemmen / 34.031 breukdelen
Blanco (…)
2 stemmen / 2.551 breukdelen
De kosten voor reparaties van lekkages in 2024 worden doorbelast aan de veroorzaker (…)
(…)
Agendapunt #6d (…)
Jaarrekening 2024 (…)
Goedgekeurd (…) 19 stemmen / 22.772 breukdelen
Afgekeurd (…) 15 stemmen / 18.272 breukdelen
Blanco (…) 7 stemmen / 8.010 breukdelen
Jaarrekening 2024 is goedgekeurd (…)
(…)
Agendapunt 11(…)
Ingezonden brief dhr [derde belanghebbende 1]
Ongemandateerde uitgaven verhalen op voormalig bestuurslid mevr [naam 4](…)
Goedgekeurd (…) 28 stemmen / 32.233 breukdelen
Afgekeurd (…) 8 stemmen / 10.283 breukdelen
Blanco (…) 5 stemmen / 6.238 breukdelen
Ongemandateerde uitgaven worden verhaald op voormalig bestuurslid mevr [naam 4] (…)
Alle uitgaven na 21 november 2024 verhalen op voormalig bestuurslid mevr [naam 4](…)
Goedgekeurd (…) 26 stemmen / 30.305 breukdelen
Afgekeurd (…) 11 stemmen / 13.843 breukdelen
Blanco (…) 4 stemmen / 4.906 breukdelen
Alle uitgaven na 21 november 2024 worden verhaald op voormalig bestuurslid mevr [naam 4] (…)
Alle ongemandateerde wijzigingen aan het pand terug draaien op kosten van voormalig bestuurslid Mevr [naam 4](…)
Goedgekeurd (…) 18 stemmen / 20.067 breukdelen
Afgekeurd (…) 19 stemmen / 24.081 breukdelen
Blanco (…) 4 stemmen / 4.906 breukdelen
Alle ongemandateerde wijzigen worden niet teruggedraaid (…)
3. Het verzoek
3.1.
[verzoekster] verzoekt de kantonrechter:
Primair
3.1.1.
voor recht te verklaren dat de onder 6a en 11 van de notulen vermelde besluiten van de vergadering van de VvE van 16 juli 2025 nietig zijn op grond van artikel 2:14 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW),
Subsidiair
3.1.2.
deze besluiten te vernietigen op grond van artikel 5:130 lid 1 jo Pro. 2:15 lid 1 sub b BW,
3.1.3.
te bepalen dat het bestuur van de VvE gehouden is het schadedossier van [verzoekster] administratief te verwerken conform de feitelijke en juridische afwikkeling zoals vastgelegd in 2022 en 2024, zonder hernieuwde kwalificaties of opname in toekomstige jaarrekeningen, zodat hernieuwde betwisting of besluitvorming via de vergadering van de VvE wordt voorkomen en de positie van [verzoekster] als lid van de VvE ondubbelzinnig vastligt,
3.1.4.
de VvE te veroordelen in de proceskosten, inclusief eventuele nakosten.
3.2.
Aan het verzoek legt [verzoekster] ten grondslag dat het doorbelasten van
€ 4.247,10 aan kosten in verband met een contra-expertise door HLPC Schade Expertise en de uitbetaling aan [verzoekster] van € 11.001,56 aan schade-uitkering via de jaarrekening over het jaar 2024 ten onrechte in stemming is gebracht. Deze kosten en uitkering komen voort uit de afwikkeling van een schade uit 2021. Eventuele interne bestuursconflicten mogen geen rol spelen in de administratieve verwerking van een al afgewikkeld dossier. Het opnieuw agenderen is volgens [verzoekster] in strijd met vereisten van een onpartijdige besluitvorming en de rechtszekerheid.
3.3.
De VvE verzet zich tegen toewijzing van de verzoeken en voert daartoe, samengevat, aan dat de besluiten rechtsgeldig zijn, dat [verzoekster] geen belang heeft bij vernietiging van de besluiten en dat de besluiten niet voor vernietiging in aanmerking komen.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt, voor zover nodig, hierna nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
[verzoekster] verzoekt in deze procedure om nietigverklaring danwel vernietiging van de besluiten 6a en 11 van de vergadering van de VvE van 16 juli 2025.
Juridisch kader
4.2.
Uit artikel 5:124 BW Pro volgt dat op besluiten van de VvE de artikelen 2:14 en 2:15 BW van toepassing zijn. Op grond van artikel 2:14 BW Pro is een besluit van de vergadering van eigenaars nietig als het in strijd is met de wet of de statuten. Op grond van artikel 5:129 BW Pro wordt de splitsingsakte met het daarvan deel uitmakende splitsingsreglement gelijkgesteld met de statuten.
4.3.
Op grond van artikel 2:15 lid 1 sub b BW Pro is een besluit van een orgaan van een rechtspersoon, onverminderd het elders in de wet omtrent de mogelijkheid van een vernietiging bepaalde, vernietigbaar wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 BW Pro worden geëist.
4.4.
Artikel 2:8 lid 1 BW Pro bepaalt dat een rechtspersoon en degenen die krachtens de wet en de statuten bij zijn organisatie zijn betrokken, zich als zodanig jegens elkaar moeten gedragen naar hetgeen door de redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd. Een besluit is vernietigbaar indien het naar inhoud of totstandkoming in strijd is met de voornoemde gedragsregel. De toetsingsmaatstaf is of de vergadering van de VvE bij afweging van alle bij het besluit betrokken belangen in redelijkheid en naar billijkheid tot het besluit heeft kunnen komen. Het gaat daarbij om een marginale toetsing van het besluit.
4.5.
Op grond van artikel 2:15 lid 3 sub a BW Pro kan iemand die een redelijk belang heeft bij de naleving van de verplichting die niet is nagekomen, vernietiging vorderen. Van een redelijk belang zal in het algemeen slechts sprake zijn wanneer een belang van de eisende partij door de niet-naleving is geschaad. De eisende partij zal haar redelijk belang moeten stellen en bij betwisting aannemelijk moeten maken.
4.6.
Volgens vaste jurisprudentie kan in een verzoekschriftprocedure bij de kantonrechter tot vernietiging van een besluit op grond van artikel 5:130 BW Pro ook een beroep op nietigheid van het betreffende besluit aan de orde worden gesteld (vgl. HR 10 juli 2020, ECLI:NL:HR:2020:1275). Dit betekent dat de zaak niet hoeft te worden verwezen ten einde het beroep op nietigheid van het besluit in een dagvaardingsprocedure aan de handelskamer van deze rechtbank voor te leggen. De kantonrechter is bevoegd om van dit geschil kennis te nemen en daarop te beslissen.
Ten aanzien van het primaire verzoek tot nietigverklaring van de besluiten 6a en 11
4.7.
[verzoekster] heeft niet toegelicht op welke gronden genoemde besluiten nietig zouden zijn. De enkele verwijzing naar artikel 2:14 BW Pro is daarvoor onvoldoende. Het had op de weg van [verzoekster] gelegen om aan te geven met welke specifieke wettelijke regels en bepalingen uit de splitsingsakte danwel het splitsingsreglement de besluiten volgens haar in strijd zijn. Dat heeft zij nagelaten. Het verzoek tot nietigverklaring is daarom niet toewijsbaar.
Ten aanzien van het subsidiaire verzoek tot vernietiging van het besluit 6a: doorbelasten reparatiekosten lekkages
4.8.
De VvE heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat in het bij het besluit 6a horende overzicht “Reparatie lekkages” bedragen zijn vermeld die voortvloeien uit de bestuursperiode van [naam 4] waarover geen zekerheid bestaat. De VvE heeft verder toegelicht dat het in dit overzicht vermelde bedrag van € 4.247,10 betrekking heeft op een factuur van 1 maart 2024 in verband met een contra-expertise door HLPC Schade Expertise en dat het besluit er niet op is gericht om dat bedrag te verhalen op [verzoekster] . [verzoekster] heeft deze toelichting niet weersproken. Haar stelling dat dit bedrag al in 2021 is verwerkt en afgewikkeld, kan dus niet worden gevolgd. Tegen deze achtergrond is niet duidelijk geworden welk redelijk belang in de zin van artikel 2:15 lid 3 sub a BW Pro [verzoekster] nog heeft bij vernietiging van het besluit 6a.
Ten aanzien van het subsidiaire verzoek tot vernietiging van het besluit 11: verhaal van ongemandateerde uitgaven op [naam 4]
4.9.
In 2024 heeft [naam 4] een aanvullende schadevergoeding van € 11.001,56 aan [verzoekster] uitgekeerd. Aan deze betaling lag geen besluit van de vergadering van de VvE ten grondslag. Deze uitkering is vermeld in een overzicht “Uitgevoerd groot onderhoud 2024” dat behoort bij het onder 6d van de notulen vermelde besluit van de vergadering van de VvE van 16 juli 2025 tot vaststelling van de jaarrekening over het jaar 2024. [verzoekster] heeft van dit besluit echter geen vernietiging of nietigverklaring verzocht.
4.10.
[verzoekster] beoogt kennelijk een bevestiging te krijgen van haar standpunt dat een bedrag van € 11.001,56 terecht aan haar is uitgekeerd. Daarop heeft het besluit onder 11 echter geen betrekking. Dit besluit heeft alleen betrekking op het verhalen van ongemandateerde uitgaven op [naam 4] . Geoordeeld moet daarom worden dat [verzoekster] geen redelijk belang in de zin van artikel 2:15 lid 3 sub a BW Pro heeft bij vernietiging van dit besluit.
4.11.
Uit het voorgaande volgt dat ook het subsidiaire verzoek tot vernietiging van de besluiten 6a en 11 niet toewijsbaar is.
4.12.
Naar aanleiding van het onder 3.1.3. vermelde verzoek van [verzoekster] overweegt de kantonrechter dat zij alleen bevoegd is om te oordelen over besluitvorming die valt binnen de reikwijdte van de artikelen 2:14 en 2:15 BW. De kantonrechter is niet bevoegd te bepalen dat (het bestuur van) de VvE gehouden is tot het wel of niet nemen van bepaalde besluiten. Dit verzoek van [verzoekster] kan daarom evenmin worden toegewezen.
4.13.
De kantonrechter ziet aanleiding om de proceskosten tussen partijen te compenseren, gelet op de hiervoor onder rechtsoverweging 4.8. weergegeven toelichting van de VvE die eerst tijdens de mondelinge behandeling is gegeven.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de verzoeken af,
5.2.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. A. Sissing, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2026.
33806