ECLI:NL:RBAMS:2026:1011

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
30 januari 2026
Publicatiedatum
3 februari 2026
Zaaknummer
11947970
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:671 lid 1 BWArt. 7:681 lid 1 onder a BWArt. 7:686a lid 4 sub a BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag op staande voet niet rechtsgeldig; toekenning billijke vergoeding en transitievergoeding

De werknemer was sinds 1 juni 2025 in dienst bij HSS ROKIN op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Op 23 juli 2025 ontving hij een ontslagbrief waarin sprake was van beëindiging per die datum, maar ook van een opzegtermijn tot 31 augustus 2025. De werkgever stelde later dat sprake was van ontslag op staande voet, maar de kantonrechter oordeelde dat de werknemer het ontslag mocht begrijpen als een reguliere opzegging met opzegtermijn.

De kantonrechter stelde vast dat de werkgever geen geldige ontslagvergunning had en onvoldoende onderbouwing gaf voor een dringende reden voor ontslag op staande voet. De gedragsrapportage en verklaringen van collega’s toonden geen concreet incident dat een onverwijld ontslag rechtvaardigde. Hierdoor was de opzegging onrechtmatig.

De werknemer berustte in het einde van de arbeidsovereenkomst per 31 augustus 2025, maar het loon over augustus 2025 was niet betaald. De kantonrechter veroordeelde de werkgever tot betaling van het achterstallige loon, inclusief wettelijke verhoging en rente, en tot het verstrekken van loonstroken en een eindafrekening.

Daarnaast werd een billijke vergoeding van €30.000 toegekend wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever, mede omdat de werknemer zonder geldige reden zonder loon werd ontslagen. Ook werd een transitievergoeding van €601,30 toegewezen, berekend vanaf de startdatum van de werkzaamheden bij het restaurant. De gevorderde buitengerechtelijke kosten werden afgewezen, maar de proceskosten werden aan de werkgever opgelegd.

Uitkomst: Ontslag op staande voet niet rechtsgeldig; toekenning billijke vergoeding, transitievergoeding en achterstallig loon aan werknemer.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer / rekestnummer: 11947970 \ EA VERZ 25-1276
Beschikking van 30 januari 2026 (bij vervroeging)
in de zaak van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
gemachtigde: mr. C. van der Ven,
tegen
HSS ROKIN,
gevestigd te Amsterdam,
verwerende partij,
hierna te noemen: HSS ROKIN,
gemachtigde: mr. M. Goedhart.
De zaak in het kort
In deze zaak verzoekt de werknemer om toekenning van een billijke vergoeding na een opzegging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever. De kantonrechter wijst het verzoek toe, omdat de opzegging niet rechtsgeldig is.

1.De procedure

1.1.
Bij verzoekschrift van 30 oktober 2025 heeft [verzoeker] een verzoek gedaan om een billijke vergoeding toe te kennen. HSS ROKIN heeft voorafgaand aan de mondelinge behandeling een aantal producties ingediend.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 20 januari 2026. [verzoeker] is verschenen, bijgestaan door de gemachtigde. Namens HSS ROKIN is de gemachtigde verschenen. Beide partijen hebben hun standpunt nader toegelicht waarbij HSS ROKIN gebruik heeft gemaakt van spreekaantekeningen, en vragen van de kantonrechter beantwoord. De griffier heeft aantekeningen gemaakt.
1.3.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
[verzoeker] , geboren [geboortedatum] 1990, is sinds 1 juni 2025 in dienst bij HSS ROKIN op basis van een arbeidsovereenkomst met de duur van één jaar. De functie van [verzoeker] is
Chef de Partiemet een loon van € 2.850,00 bruto per maand (exclusief 8% vakantietoeslag).
2.2.
Voordat [verzoeker] in dienst kwam bij HSS ROKIN, werkte [verzoeker] sinds 1 februari 2025 in hetzelfde restaurant in dienst van de vorige eigenaar op basis van een arbeidsovereenkomst voor de duur van één jaar. Halverwege 2025 nam HSS ROKIN het restaurant over en is de onder 1.1 vermelde, nieuwe arbeidsovereenkomst aangegaan.
2.3.
Op 23 juli 2025 heeft [verzoeker] aan zijn leidinggevende [naam] gevraagd of hij een kopie van zijn arbeidsovereenkomst kon ontvangen. In antwoord daarop heeft [naam] gezegd dat hij wordt ontslagen. Diezelfde avond heeft [verzoeker] per e-mail een ontslagbrief ontvangen van HSS ROKIN. Hierin staat, voor zover relevant, het volgende:

Hierbij delen wij u mede dat uw arbeidsovereenkomst met HSS ROKIN B.V., (…) wordt beëindigd met ingang van 23-07-2025.
Deze beslissing is genomen na zorgvuldige overweging. De reden voor deze beëindiging is gelegen in het feit dat uw functioneren gedurende langere tijd niet voldoet aan de verwachtingen die passen bij uw functie. Ondanks herhaaldelijke gesprekken en aanwijzingen is er onvoldoende verbetering opgetreden. U heeft structureel moeite getoond met opvolgen van instructies en feedback, en er is sprake van een gebrekkige samenwerking met collega’s. Daarnaast heeft uw houding in het team herhaaldelijk geleid tot spanningen, een negatieve werksfeer en een onprofessionele omgang met collega’s. dit is binnen onze organisatie niet acceptabel.
De wettelijke opzegtermijn wordt in acht genomen. Uw laatste werkdag zal zijn op 31-08-2025. U ontvangt een eindafrekening waarin onder andere uw resterende salaris, openstaande vakantiedagen en eventuele andere vergoedingen worden opgenomen.
2.4.
Vervolgens is tussen de gemachtigde van [verzoeker] en HSS ROKIN meermaals gecorrespondeerd. In een e-mail van 5 augustus 2025 schrijft HSS ROKIN aan de gemachtigde van [verzoeker] dat zij hebben geprobeerd om de samenwerking met [verzoeker] voort te zetten, maar dat er aanhoudende problemen in de samenwerking zijn. Volgens HSS ROKIN kan of wil [verzoeker] zich niet aanpassen aan de werkomgeving, negeert hij aansturing en weigert hij structureel contact met meerdere collega’s. Verder komt [verzoeker] volgens HSS ROKIN agressief over, wat geleid heeft tot onrust in het team. Vervolgens eindigt de e-mail met:

De heer [verzoeker] is per direct uit functie gezet. Wij hanteren een opzegtermijn van één maand, wat betekent dat hij tot en met augustus volledig zal worden uitbetaald, inclusief opgebouwde vakantiedagen en vakantiegeld.
Bij deze e-mail zat bijlage met de aanhef:

Personeelsdossier en Gedragsrapportage – Werknemer (…) [verzoeker]
Onderbouwing beëindiging dienstverband wegens structureel disfunctioneren
In die bijlage is onder meer een lijst met negen incidenten opgenomen, waarvan de eerste gedateerd is op 19 juni 2025 en de laatste op 16 juli 2025.

3.Het verzoek en het verweer

3.1.
[verzoeker] berust zich in de beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst en verzoekt de kantonrechter om bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, HSS ROKIN te veroordelen tot betaling van:
€ 30.202,00 aan billijke vergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente;
het achterstallige loon over de maand augustus 2025;
€ 601,30 aan transitievergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente;
1.575,00 (excl. Btw) aan buitengerechtelijke juridische advieskosten;
de proceskosten;
en HSS ROKIN daarbij te veroordelen loonstroken te verstrekken én een deugdelijke eindafrekening te verzorgen (welke bedragen te vermeerderen met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente).
3.2.
[verzoeker] legt aan zijn verzoek – kort gezegd – ten grondslag dat HSS ROKIN in strijd met artikel 7:671 lid 1 Burgerlijk Pro Wetboek (hierna: BW) de arbeidsovereenkomst van [verzoeker] heeft opgezegd tegen eind augustus 2025. Omdat de opzegging niet rechtsgeldig was, verzoekt [verzoeker] een billijke vergoeding en overige vergoedingen. Verder heeft HSS ROKIN anders dan in haar opzegbrief staat vermeld, geen loon betaald over de maand augustus 2025.
3.3.
HSS ROKIN voert verweer en stelt primair dat [verzoeker] niet-ontvankelijk is. [verzoeker] heeft het verzoek namelijk te laat ingediend, omdat er sprake is geweest van een ontslag op staande voet. Subsidiair stelt HSS ROKIN dat de vorderingen moeten worden afgewezen, omdat er sprake is van een dringende reden voor ontslag. Meer subsidiair stelt HSS ROKIN dat als sprake zou zijn van een onrechtmatig ontslag, de billijke vergoeding gematigd moet worden.

4.De beoordeling

[verzoeker] is ontvankelijk
4.1.
Het primaire verweer van HSS ROKIN komt erop neer dat [verzoeker] niet-ontvankelijk is. HSS ROKIN stelt hiertoe dat [verzoeker] op staande voet is ontslagen. Op grond van artikel 7:686a lid 4 sub a van het Burgerlijk Wetboek (BW) had [verzoeker] binnen twee maanden na het einde van het dienstverband op 23 juli 2025 een verzoek moeten indienen. Omdat het verzoek op 30 oktober 2025 is ingediend, is dit te laat, aldus HSS ROKIN.
4.2.
De kantonrechter is van oordeel dat [verzoeker] ontvankelijk is in zijn vordering, omdat hij de ontslagbrief van 23 juli 2025 had mogen begrijpen als een opzegging van de arbeidsovereenkomst tegen 31 augustus 2025. In de brief staan namelijk tegenstrijdige bewoordingen. Zo staat er enerzijds dat de arbeidsovereenkomst per 23 juli 2025 wordt beëindigd, maar staat er anderzijds dat er een opzegtermijn in acht wordt genomen waarbij de laatste werkdag 31 augustus 2025 is. Bovendien heeft HSS ROKIN in haar e-mail van 5 augustus 2025 de onduidelijkheid over de datum van ontslag niet weggenomen. In die e-mail bevestigt HSS ROKIN namelijk dat zij een opzegtermijn hanteert en dat [verzoeker] tot 31 augustus 2025 wordt doorbetaald. Dat betekent dat het kennelijk ook de bedoeling van HSS ROKIN was dat de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] op 31 augustus 2025 zou eindigen. Weliswaar heeft HSS ROKIN inmiddels een ander standpunt ingenomen en stelt zij dat het ontslag een ontslag op staande voet was per 23 juli 2025, maar dat neemt niet weg dat zij eerder een andere einddatum hanteerde. Die onduidelijkheid over de einddatum komt voor risico van HSS ROKIN. [verzoeker] heeft het verzoek binnen de vervaltermijn van twee maanden na 31 augustus 2025 ingediend, namelijk op 30 oktober 2025, zodat het verzoekt tijdig is (artikel 7:686a lid 4 sub a BW).
Het ontslag is niet rechtsgeldig
4.3.
Vervolgens gaat het in deze zaak om de vraag of HSS ROKIN moet worden veroordeeld tot betaling van een billijke vergoeding en een transitievergoeding aan [verzoeker] .
4.4.
Partijen zijn het niet eens of hier sprake is van een ontslag op staande voet of van een onregelmatige opzegging. Los van het antwoord op deze vraag, is de kantonrechter van oordeel dat de opzegging van 23 juli 2025 per 31 augustus 2025 onrechtmatig is. In artikel 7:671 lid 1 BW Pro is bepaalt dat alleen met instemming van de werknemer een arbeidsovereenkomst rechtsgeldig opgezegd kan worden, tenzij sprake is van enige in dat artikel genoemde situaties. Hier heeft [verzoeker] niet schriftelijk ingestemd met de opzegging en geen van de situaties is van toepassing. HSS ROKIN beschikte namelijk niet over een ontslagvergunning. Ook van een dringende reden voor een ontslag op staande voet is geen sprake.
4.5.
HSS ROKIN heeft namelijk gesteld dat de dringende reden in het wangedrag van [verzoeker] moet worden gezien. Er zouden meerdere incidenten op de werkvloer hebben plaatsgevonden, waarbij [verzoeker] collega’s negeerde, hen minachtend behandelde en één keer is er sprake geweest van een bedreiging van [verzoeker] aan een andere collega. Nog los of het ontslag wel onverwijld is gegeven, heeft HSS ROKIN onvoldoende onderbouwd dat er een dringende reden was. De ontslagbrief van 23 juli 2025 is vrij algemeen opgesteld. Daaruit kan worden opgemaakt dat HSS ROKIN niet tevreden is met het functioneren van [verzoeker] , maar er wordt niet gerefereerd aan een specifiek incident of moment dat een dringende reden opleverde om per direct tot het eindigen van het dienstverband over te gaan. De gedragsrapportage die HSS ROKIN bij de e-mail van 5 augustus 2025 ter onderbouwing had toegevoegd bestaat uit een aantal beschrijvingen van incidenten, waar de laatste zeven dagen voor het ontslag plaats zou hebben gevonden. Ook heeft HSS ROKIN een aantal verklaringen overgelegd van personeelsleden die spreken over bepaalde incidenten. [verzoeker] betwist deze incidenten en stelt dat veel incidenten zijn aangedikt. Uit die stukken van HSS ROKIN komt – voor zover juist – niet heel veel meer naar voren dan dat er momenten zijn geweest dat de communicatie tussen andere werknemers en [verzoeker] stroef verliep, er soms onenigheid was en er wellicht een stevige woordenwisseling heeft plaatsgevonden. Maar nergens wordt concreet gemaakt dat hierbij ook een grens overschreden werd, dusdanig dat niet van HSS ROKIN gevergd kon worden de arbeidsovereenkomst nog langer te laten voortduren. Daarmee is geen dringende reden komen vast te staan. Daarbij heeft kennelijk het laatste incident volgens HSS ROKIN op 16 juli 2025 plaatsgevonden, waardoor evenmin blijkt dat het ontslag op 23 juli 2025, onverwijld is aangezegd.
4.6.
Omdat evenmin een van de overige in artikel 7:671 lid 1 BW Pro genoemde situaties hier van toepassing is, heeft HSS ROKIN de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig opgezegd.
Einde arbeidsovereenkomst – loon augustus 2025
4.7.
[verzoeker] berust zich in het einde van de arbeidsovereenkomst. Gelet op de ontslagbrief heeft HSS ROKIN een opzegtermijn in acht genomen, zodat de arbeidsovereenkomst per 31 augustus 2025 is geëindigd. Op de zitting is komen vast te staan dat HSS ROKIN het loon over de maand augustus 2025 niet heeft uitbetaald. Nu HSS ROKIN de verschuldigdheid dan wel de hoogte hiervan niet heeft betwist, wijst de kantonrechter de verzochte uitbetaling van het achterstallige loon toe. Omdat HSS ROKIN dat loon te laat heeft betaald, is de wettelijke verhoging ook toewijsbaar. De kantonrechter matigt de wettelijke verhoging tot 25% van het verschuldigde achterstallige loon. De wettelijke rente is ook toewijsbaar op de wijze zoals in de beslissing bepaald.
4.8.
HSS ROKIN heeft niet betwist dat geen eindafrekening is opgesteld of dat de daaruit volgende bedragen zijn uitbetaald. De verzochte deugdelijke eindafrekening en de daaruit volgende uitbetaling van de resterende vakantiedagen, de reiskostenvergoeding van € 100,00 over de maand juli en het opgebouwde vakantiegeld zijn dan ook toewijsbaar. Net als de wettelijke rente over de bedragen die op basis van de eindafrekening nog niet uitbetaald zijn, op de wijze zoals in de beslissing bepaald. Omdat HSS ROKIN het opgebouwde vakantiegeld en de niet opgenomen vakantiedagen te laat heeft uitbetaald, is de wettelijke verhoging ook toewijsbaar hierover. De kantonrechter matigt ook hier de wettelijke verhoging tot 25% hierover. De verzochte loonstroken over de maanden juli en augustus 2025 zijn ook toewijsbaar, omdat HSS ROKIN niet betwist heeft dat deze nooit zijn verstrekt.
Billijke vergoeding
4.9.
[verzoeker] verzoekt de kantonrechter om een billijke vergoeding ten laste van de werkgever toe te wijzen.
4.10.
Het verzoek van [verzoeker] tot toekenning van een billijke vergoeding wordt toegewezen met artikel 7:681 lid 1 onder Pro a BW, omdat hiervoor is geoordeeld dat de opzegging van de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig is.
4.11.
Voor het vaststellen van de hoogte van de toe te kennen billijke vergoeding zijn in de rechtspraak uitgangspunten geformuleerd. [1] De kantonrechter moet bij het bepalen van de billijke vergoeding rekening houden met alle (uitzonderlijke) omstandigheden van het geval en die vergoeding moet daarbij aansluiten. Het gaat er uiteindelijk om dat de werknemer wordt gecompenseerd voor het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Ook met de gevolgen van het ontslag kan rekening worden gehouden, voor zover die gevolgen zijn toe te rekenen aan het verwijt dat de werkgever kan worden gemaakt. De billijke vergoeding heeft geen bestraffend doel, maar met de billijke vergoeding kan ook worden tegengegaan dat werkgevers ervoor kiezen een arbeidsovereenkomst op ernstig verwijtbare wijze te laten eindigen.
4.12.
De kantonrechter zal een billijke vergoeding toekennen van € 30.000,00 bruto. De kantonrechter neemt hierbij in aanmerking dat de arbeidsovereenkomst zonder het onrechtmatige ontslag zou hebben voortgeduurd tot 1 juni 2026. [verzoeker] zou deze maanden aan loon nog hebben genoten. Weliswaar had HSS ROKIN tussentijds een verzoek kunnen indienen om de arbeidsovereenkomst te ontbinden via de kantonrechter, maar de huidige onderbouwing van het gestelde disfunctioneren is daarvoor te weinig, zodat dit niet meegewogen wordt. Wel wordt rekening gehouden met het feit dat [verzoeker] inmiddels als zzp’er weer aan het werk is. Verder rekent de kantonrechter het HSS ROKIN aan dat zij [verzoeker] van de een op andere dag zonder loon op straat heeft gezet, terwijl daar geen rechtsgeldige reden voor was. Ook weegt mee dat HSS ROKIN in de ontslagbrief van 23 juli 2025 aangeeft dat zij het salaris zou doorbetalen tot 31 augustus 2025, maar zij dit niet heeft gedaan.
4.13.
HSS ROKIN zal dus worden veroordeeld tot betaling van een billijke vergoeding van € 30.000,00 bruto. De gevorderde wettelijke rente over deze vergoeding wordt toegewezen, te rekenen vanaf de veertiende dag na de datum van deze beschikking.
Transitievergoeding
4.14.
Het verzoek om HSS ROKIN te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding wordt eveneens toegewezen. Bij de berekening van de vergoeding is [verzoeker] terecht uitgegaan van de startdatum 1 februari 2025 van de werkzaamheden bij het restaurant. Door de overdracht van de onderneming aan HSS ROKIN in 2025, is sprake van twee verschillende werkgevers van [verzoeker] die redelijkerwijze geacht moeten worden elkaars opvolgers te zijn. HSS ROKIN heeft dit niet weersproken. HSS ROKIN wordt veroordeeld tot betaling van de transitievergoeding, die € 601,30 bedraagt. De gevorderde wettelijke rente over de transitievergoeding wordt toegewezen, te rekenen vanaf een maand na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd, dus vanaf 30 september 2025.
De buitengerechtelijke juridische advieskosten
4.15.
[verzoeker] vordert buitengerechtelijke juridische advieskosten. De kantonrechter wijst deze vordering af. Niet gebleken is dat de gemachtigde van [verzoeker] werkzaamheden heeft verricht die geen verband houden met het aanhangig maken van deze procedure. De werkzaamheden dienen te worden aangemerkt als verrichtingen ‘ter voorbereiding van de gedingstukken en ter instructie van de zaak’.
De proceskosten
4.16.
De proceskosten komen voor rekening van HSS ROKIN, omdat HSS ROKIN overwegend ongelijk krijgt en sprake is van (ernstig) verwijtbaar handelen of nalaten van HSS ROKIN. De proceskosten aan de zijde van [verzoeker] worden begroot op € 867,50 (€ 257,00 aan griffierecht, € 543,00 aan salaris gemachtigde en € 67,50 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt HSS ROKIN om aan [verzoeker] het achterstallige salaris over de maand augustus 2025 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke verhoging met een maximum van 25%, en het aldus verhoogde bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf de data van opeisbaarheid tot aan de dag van de gehele betaling,
5.2.
veroordeelt HSS ROKIN loonstroken over de maanden juli en augustus 2025 te verstrekken en een deugdelijke eindafrekening op te stellen en te verstrekken,
5.3.
veroordeelt HSS ROKIN om aan [verzoeker] de uit de eindafrekening volgende bedragen te betalen, daarbij het opgebouwde vakantiegeld en de niet genoten vakantiedagen te vermeerderen met de wettelijke verhoging met een maximum van 25%, en dat alles te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 oktober 2025 tot aan de dag van de gehele betaling,
5.4.
veroordeelt HSS ROKIN om aan [verzoeker] een billijke vergoeding te betalen van € 30.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf de veertiende dag na de datum van deze beschikking, tot aan de dag van de gehele betaling,
5.5.
veroordeelt HSS ROKIN om aan [verzoeker] een transitievergoeding te betalen van € 601,30, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 30 september 2025 tot aan de dag van de gehele betaling,
5.6.
veroordeelt HSS ROKIN in de proceskosten van € 867,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als HSS ROKIN niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,
5.7.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,
5.8.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.J. Otten, kantonrechter en in het openbaar uitgesproken op 30 januari 2026, in aanwezigheid van de griffier mr. S.H.I. Hoestra.
61289

Voetnoten

1.Zie de uitspraak van de Hoge Raad van 30 juni 2017, te vinden op www.rechtspraak.nl, onder nummer ECLI:NL:HR:2017:1187 (