Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.PAXON TECHNOLOGIES B.V.,
2.
VENÈS B.V.,
3.
ROTTERDAMSE PARTICIPATIE- EN BEHEERMAATSCHAPPIJ B.V.,
4.
N.M. HEILIG BEHEER B.V.,
1.[gedaagde 1] ,
2.
[gedaagde 2] B.V.,
1.De procedure
2.De feiten
“Warranties”zijn opgenomen in bijlage 4 bij de koopovereenkomst. Artikel 4 van bijlage 4 luidt als volgt:
“Business”als volgt gedefinieerd:
3.Het geschil
“likely”) gaan doen en is niet vergelijkbaar is met BagsID. Bovendien hadden de werkzaamheden van [gedaagde 1] voor Brock niets met bagage-identificatie te maken. Hetzelfde geldt voor de podcast The Bagfather. Daarnaast voeren zij als verweer dat het non-concurrentiebeding nietig is wegens strijd met artikel 6 van de Mededingingswet en artikel 101 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie. Tot slot betwisten [gedaagde 1] en [gedaagde 2] dat zij de twee voormalig medewerkers van BagsID hebben bewogen om naar Brock over te stappen en dat zij op enige wijze artikel 6.1 van de koopovereenkomst in samenhang artikel 4.1 van bijlage 4 hebben geschonden.
4.De beoordeling in conventie
“likely to be competitive”is met de in bijlage 6 bij de koopovereenkomst omschreven activiteiten van BagsID. De rechtbank zal hierna eerst haar oordeel motiveren dat dit niet het geval is. Vervolgens komen de gestelde schendingen van artikel 7.1 sub d en artikel 6.1 in samenhang met artikel 4.1 van bijlage 4 aan bod. Die zijn, zoals hierna verder wordt toegelicht, evenmin vast komen te staan.
“business which is competitive or likely to be competitive or similar to the Business”. De
“Business”is vervolgens omschreven in bijlage 6 bij de koopovereenkomst.
mogelijkeconcurrent worden aangemerkt. Zij kan er namelijk voor kiezen om ook fotoherkenningstechnologie te gaan ontwikkelen en daarmee direct de concurrentie met BagsID aan te gaan. Brock heeft daar de financiële middelen voor en een commercieel belang bij, aldus steeds Paxon c.s.
“business which is competitive or likely to be competitive or similar to the Business”. Het gaat dus allereerst om een bedrijf dat concurrerend of vergelijkbaar is.
“Likely”moet volgens het Van Dale woordenboek Engels-Nederlands worden vertaald als ‘waarschijnlijk’, ‘aannemelijk’, of ‘geloofwaardig’. Het gaat dan dus om een bedrijf dat waarschijnlijk concurrerend is.
As we are currently not an active partner and brock is launching competitive services, I understand BagsID cannot be part of that event.”[gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben echter de e-mail overgelegd die op dezelfde dag namens Brock in reactie op deze e-mail is teruggestuurd. Daarin staat:
“Maybe a misunderstanding but I didn’t say we were launching competitive services.”De rechtbank is dan ook van oordeel dat Paxon c.s. met de e-mail van [naam 1] onvoldoende hebben onderbouwd dat sprake is van concurrerende activiteiten.
mogelijkconcurreert met BagsID. De rechtbank heeft hiervoor al geoordeeld dat sprake moet zijn van
waarschijnlijkeconcurrentie. Dat iets waarschijnlijk, aannemelijk of geloofwaardig is impliceert dat er op zijn minst aanknopingspunten zijn om te verwachten dat het zich zal voordoen, terwijl ‘mogelijk’ alleen inhoudt dat iets niet valt uit te sluiten. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben betwist dat Brock een belang heeft om met BagsID concurrerende technologie te gaan ontwikkelen en in dat verband toegelicht dat de software van Brock, waarmee de bagagebanden worden aangestuurd, niet wordt bedreigd door de technologie van BagsID, waarmee bagage wordt geïdentificeerd. Behalve dat Brock daartoe financieel in staat is, hebben Paxon c.s. verder geen concrete aanknopingspunten naar voren gebracht op grond waarvan te verwachten valt dat Brock (foto)herkenningstechnologie om bagage mee te identificeren zal gaan ontwikkelen of anderszins zal gaan concurreren met de in bijlage 6 omschreven activiteiten BagsID. Dat betekent dat Paxon c.s. eveneens onvoldoende hebben onderbouwd dat Brock waarschijnlijk concurrerend is zoals bedoeld in artikel 7.1 sub a van de koopovereenkomst.
5.De beoordeling in reconventie
6.De beslissing in conventie en in reconventie
7 januari 2026voor het nemen van een akte door [gedaagde 1] en [gedaagde 2] over hetgeen is vermeld onder 5.17, waarna Paxon c.s. op de rol van
vier wekendaarna een antwoordakte kan nemen,