ECLI:NL:RBAMS:2025:9707

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
9 december 2025
Publicatiedatum
9 december 2025
Zaaknummer
13-234554-25
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 11 OLWArt. 22 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering op basis van Europees aanhoudingsbevel met detentiegarantie

De rechtbank Amsterdam behandelde op 25 november 2025 het verzoek tot overlevering van de opgeëiste persoon aan Hongarije op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd op 5 december 2024. De opgeëiste persoon werd verdacht van strafbare feiten volgens Hongaars recht, waaronder seksuele uitbuiting van kinderen en illegale handel in verdovende middelen.

De verdediging voerde aan dat het EAB onvoldoende concreet was, met name vanwege een vage feitenomschrijving en onduidelijke delictsperiode. De rechtbank oordeelde echter dat het EAB genoegzaam was, omdat het de pleegplaats, het slachtoffer en een afgebakende periode bevatte, en dat het specialiteitsbeginsel gewaarborgd is.

Daarnaast speelde de vraag of de detentieomstandigheden in Hongarije, met name de penitentiaire inrichting in Tiszalök, een beletsel vormden voor overlevering. De Hongaarse autoriteiten garandeerden dat de opgeëiste persoon niet in Tiszalök zou worden gedetineerd maar in de Budapest Capital Penitentiary Institution. De rechtbank vond deze individuele garantie voldoende om het algemene gevaar van onmenselijke behandeling weg te nemen.

De rechtbank concludeerde dat geen weigeringsgronden van artikel 11 OLW Pro of andere bepalingen aan de overlevering in de weg staan en stond de overlevering toe. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Hongarije toe onder de voorwaarde dat hij niet in Tiszalök wordt gedetineerd.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-234554-25
Datum uitspraak: 9 december 2025
UITSPRAAK
op de vordering van 8 oktober 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 5 december 2024 door
the Buda Evirons District Court, Hongarije (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] (Hongarije) op [geboortedag] 1989,
aanvankelijk feitelijk verblijvend op het adres [adres 1] , thans feitelijk verblijvend op het adres [adres 2]
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 25 november 2025, in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. M.A.M. Pijnenburg, advocaat in Amsterdam, en door een tolk in de Hongaarse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen onder gelijktijdige schorsing tot de uitspraak.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Hongaarse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een aanhoudingsbevel met
decision number 13120/994-118/2023.bü. of the Dunakeszi Police Headquarters dated 20 November 2024, which was endorsed with an approval clause by the Dunakeszi District Prosecution Office under number B.922/2023 on 22 November 2024.
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Hongaars recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB. [3]
3.1
Artikel 2 OLW Pro: Genoegzaamheid
Standpunt van de raadsman
De raadsman stelt zich op het standpunt dat het EAB niet genoegzaam is. Uit de beschrijving van de feiten blijkt dat hij seksueel contact zou hebben gehad met een minderjarige en dat de delictsperiode zich uitstrekt over een periode voorafgaand aan 7 juni 2021. De precieze verdenkingen en handelingen zijn te vaag omschreven. Ook heeft de delictsperiode geen beginpunt. Daardoor is het niet duidelijk waartegen de opgeëiste persoon zich in Hongarije moet verdedigen.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het EAB genoegzaam is. Uit de feitenomschrijving volgt de pleegplaats en een specifiek, bij naam genoemd, slachtoffer. Daarnaast gaat het hier om een vervolgings-EAB, waardoor de precieze verdenkingen later in Hongarije moeten blijken. Met deze informatie is de naleving van het specialiteitsbeginsel gewaarborgd.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank overweegt dat het EAB gegevens moet bevatten op basis waarvan het voor de opgeëiste persoon duidelijk is waarvoor zijn overlevering wordt verzocht. Verder moet het voor de rechtbank duidelijk zijn of het verzoek voldoet aan de in de OLW genoemde vereisten. Zo moet het EAB een beschrijving bevatten van de omstandigheden waaronder de strafbare feiten zijn gepleegd, met vermelding van, in ieder geval, het tijdstip, de plaats en de mate van betrokkenheid van de opgeëiste persoon bij de strafbare feiten. Die beschrijving moet ook de naleving van het specialiteitsbeginsel kunnen waarborgen.
Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat sprake is van een genoegzaam EAB. Uit de feitenomschrijving volgen de pleegplaats, namelijk het appartement van de opgeëiste persoon en de naam en de leeftijd van het slachtoffer. Verder is de pleegperiode in ieder geval aangeduid met de periode voorafgaand aan [verjaardag slachtoffer] 2021 zijnde de datum van de verjaardag van het slachtoffer. Daarnaast hoeft de precieze gang van zaken met betrekking tot de feiten waarvan de opgeëiste persoon in Hongarije wordt verdacht nog niet uitgekristalliseerd te zijn, omdat dit later in Hongarije zal moeten blijken. Naar het oordeel van de rechtbank is het specialiteitsbeginsel voldoende gewaarborgd.

4.Strafbaarheid

Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW
De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld, te weten:
seksuele uitbuiting van kinderen en kinderpornografie;
illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen.
Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Hongarije een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

5.Artikel 11 OLW Pro: Hongaarse detentieomstandigheden

Inleiding
De rechtbank heeft in eerdere uitspraken op basis van het rapport van
the Comittee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading treatment or Punishment(hierna: CPT) van
3 december 2024 overwogen dat sprake is van een onveilige situatie in de penitentiaire inrichting in Tiszalök, gelet op de
ill-treatmentvan gedetineerden door het gevangenispersoneel en het geweld tussen gedetineerden onderling. [4] Daarop heeft de rechtbank geoordeeld dat er voor gedetineerden in de penitentiaire inrichting in Tiszalök een algemeen reëel gevaar bestaat dat zij aan een onmenselijke of vernederende behandeling zullen worden blootgesteld in de zin van artikel 4 van Pro het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (Handvest).
Bij brief van 20 oktober 2025 heeft
the Ministry of Justice of Hungary, Department of International Criminal Lawde volgende informatie gegeven over de detentie-instelling waar de opgeëiste persoon na overlevering naar alle waarschijnlijkheid zal worden gedetineerd:
“With reference to the extradition case pending based on a European arrest warrant before the competent Dutch authority under the case number referred to above, in relation to Hungarian citizen[de opgeëiste persoon](date of birth: [geboortedag] 1989), I hereby inform you of the following.
Depending the stage of the criminal proceedings, it cannot be clearly predicted in which Hungarian penitentiary institution the extradited prisoner will initially be placed. Based on the currently available information – and taking into account the European Arrest Warrant issued by the Buda Environs District Court – the aforementioned person is expected to be placed in the Budapest Capital Penitentiary Institution upon his initial arrival following surrender.
[..]
In accordance with international and national legal provision, [de opgeëiste persoon] will be guaranteed at least 3 square metres of personal space (excluding sanitary facilities) during any period of his detention, regardless of the institution’s occupancy rate.
[..]
The Hungarian authorities guarantee that [de opgeëiste persoon] will not be placed in Tiszalök National Prison at any time during the period of his incarceration.”
Standpunt van de raadsman
De raadsman stelt zich op het standpunt dat artikel 11 OLW Pro aan de overlevering in de weg staat, omdat het volgens hem niet zeker is waar de opgeëiste persoon zal komen vast te zitten.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat artikel 11 OLW Pro niet aan de overlevering in de weg staat omdat is gegarandeerd dat de opgeëiste persoon niet gedetineerd zal worden in Tiszalök waarvoor een algemeen gevaar geldt. Het algemene gevaar wordt voor de opgeëiste persoon met de verstrekte garantie dus weggenomen.
Oordeel van de rechtbank
Aan de hand van een globale beoordeling van alle gegevens waarover zij beschikt, gaat de rechtbank uit van de geboden zekerheid in de voorgaande garantie van 20 oktober 2025. [5] Uit de individuele detentiegarantie volgt dat de opgeëiste persoon na zijn overlevering niet zal worden gedetineerd in Tiszalök maar naar alle waarschijnlijkheid zal worden gedetineerd in de
Budapest Capital Penintentiary Institution.Naar het oordeel van de rechtbank is, gelet op de verstrekte individuele garantie, hiermee het vastgestelde algemene gevaar voor de opgeëiste persoon weggenomen. De weigeringsgrond van artikel 11 OLW Pro staat daarom niet aan de overlevering in de weg.

6.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

7.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5 en 7 OLW.

8.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[de opgeëiste persoon]aan
the Buda Evirons District Court, Hongarije voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. J.G. Vegter, voorzitter,
mrs. D.L.S. Ceulen en J.T.H. Zimmerman, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.C. Hooibrink, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 9 december 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 OLW Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.
4.Bijvoorbeeld Rechtbank Amsterdam 13 februari 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:1257, na de tussenuitspraak van 7 januari 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:232.
5.Hof van Justitie van de Europese Unie, 25 juli 2018, zaak ML (C-220/18 PPU, ECLI:EU:C:2018:589), punt 114.