ECLI:NL:RBAMS:2025:9693

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
28 oktober 2025
Publicatiedatum
9 december 2025
Zaaknummer
11671377 CV EXPL 25-6472
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot betaling van klantenvergoeding na beëindiging agentuurovereenkomst

In deze civiele zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Amsterdam op 28 oktober 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen een handelsagent, aangeduid als [eiser], en de gedaagde partijen, Corel Amsterdam B.V. en Fashion Agencies Club B.V. (samen aangeduid als Corel c.s.). De zaak betreft een vordering van [eiser] tot betaling van een klantenvergoeding na de beëindiging van een agentuurovereenkomst. De agentuurovereenkomst, die op 7 september 2022 mondeling werd gesloten, werd door Corel c.s. per 1 februari 2024 beëindigd. [eiser] vorderde een klantenvergoeding van € 33.680,84 exclusief btw, gebaseerd op de door haar aangebrachte klanten en de omzet die zij had gegenereerd. Corel c.s. betwistte de vordering en stelde dat [eiser] niet aan de voorwaarden voor de vergoeding voldeed, omdat zij niet het afgesproken aantal klanten had geworven. De kantonrechter oordeelde dat [eiser] recht had op een klantenvergoeding, maar stelde deze vast op € 12.500,00 inclusief btw, rekening houdend met de omstandigheden van de zaak en de afgenomen omzet na de beëindiging van de overeenkomst. Daarnaast werden buitengerechtelijke kosten en proceskosten toegewezen aan [eiser].

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11671377 \ CV EXPL 25-6472
Vonnis van 28 oktober 2025
in de zaak van
[eiser] (H.O.D.N. [handelsnaam] ),
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. P.F. Holtrop en mr. J.L. de Boer,
tegen

1.COREL AMSTERDAM B.V.,

2.
FASHION AGENCIES CLUB B.V.,
gevestigd te Hoofddorp,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: Corel c.s.,
zelfprocederend.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 16 april 2025 met producties;
- de conclusie van antwoord met producties;
- het instructievonnis van 29 juni 2025;
- de dagbepaling mondelinge behandeling.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 29 september 2025. Voorafgaand aan de mondelinge behandeling heeft [eiser] een akte vermeerdering, vermindering en wijziging van eis, tevens houdende een akte overlegging nadere producties ingediend en heeft Corel c.s. aanvullende stukken ingediend. [eiser] is in persoon verschenen, bijgestaan door de gemachtigden. Namens Corel c.s. zijn verschenen [naam 1] ((indirect) bestuurder) en [naam 2] (
brand manager). Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht, de gemachtigde van [eiser] mede aan de hand van spreekaantekeningen, en vragen van de kantonrechter beantwoord. Ten slotte is vonnis gevraagd en is een datum voor vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Corel c.s., een onderneming die zich bezighoudt met het ontwerpen van en de groothandel in kleding, en [eiser] , handelsagent, hebben op 7 september 2022 mondeling een agentuurovereenkomst gesloten. [eiser] bemiddelde gedurende de agentuurrelatie als exclusieve handelsagent voor de producten van Corel c.s. in Zuid-Nederland. De provisie van de door [eiser] verrichte werkzaamheden bedroeg 15%.
2.2.
Bij aanvang van de agentuurrelatie had Corel c.s. vijf klanten in Zuid-Nederland. Dit waren Via Claudia, Rijk14, Hot Legs Fashion & Lifestyle, Kok Oisterwijk 1982 en Van Daan.
2.3.
Op 1 februari 2024 heeft Corel c.s. in een telefoongesprek aan [eiser] meegedeeld de agentuurovereenkomst per direct te willen beëindigen. Dit heeft Corel c.s. diezelfde dag per e-mail aan [eiser] bevestigd.
2.4.
Bij e-mail van 6 februari 2024 heeft de gemachtigde van [eiser] aan Corel c.s. geschreven dat geen sprake was van een rechtsgeldige opzegging.
2.5.
Partijen hebben uiteindelijk afgesproken dat de agentuurovereenkomst zou worden opgezegd met inachtneming van een opzegtermijn van vier maanden.
2.6.
Bij e-mail van 14 juni 2024 heeft Corel c.s. aan haar klanten onder meer het volgende geschreven:
“(…) Hierbij delen wij u mede, dat na bijna 2 jaar samenwerking wij helaas afscheid nemen van onze agent [eiser] – [handelsnaam] . [eiser] zal het seizoen SS24 en AW24-25 nog afmaken.
[naam 3] en [naam 2] zullen de honneurs vanaf SS25 collectie tijdelijk overnemen tot dat wij een nieuwe collega hebben gevonden die wij in vaste dienst gaan nemen. Wij zullen zo spoedig mogelijk contact met u opnemen om de fijne samenwerking verder voort te zetten.
Wij willen [eiser] bedanken voor de samenwerking en wensen haar veel succes toe in de toekomst. (…)”
2.7.
De agentuurovereenkomst is op 30 juni 2024 beëindigd.
2.8.
Bij e-mail van 12 november 2024 heeft [eiser] Corel c.s. verzocht om uiterlijk op 21 november 2024 een klantenvergoeding van € 35.602,01 inclusief btw te betalen.

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert – na vermindering, vermeerdering en wijziging van eis – bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeling van Corel c.s. hoofdelijk tot betaling van, kort gezegd:
a. € 33.680,84 exclusief btw aan klantenvergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 juli 2024, dan wel een in goede justitie te bepalen datum, tot de dag van algehele voldoening,
b. € 1.111,81 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf acht dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis tot de dag van algehele voldoening,
c. de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf acht dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis tot de dag van algehele voldoening.
Haar vordering tot betaling van een achterstallige commissie heeft zij ter zitting ingetrokken.
3.2.
[eiser] legt aan haar vordering ten grondslag dat zij de omzet van twee van de al bij haar aanstelling bestaande klanten van Corel c.s. aanzienlijk heeft vergroot en veel nieuwe klanten heeft aangebracht. Zij heeft het klantenbestand doen uitgroeien tot 21 klanten. De omzetten van de klanten zijn tijdens de agentuurrelatie ook blijven groeien. [eiser] heeft dit klantenbestand voor Corel c.s. achtergelaten en Corel c.s. is na het eindigen van de agentuurovereenkomst zaken blijven doen met klanten die door [eiser] zijn aangebracht. Daarmee is voldaan aan het vereiste voor het recht op betaling van een klantenvergoeding. Conform de wettelijke berekening volgens artikel 7:442 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) bedraagt de klantenvergoeding volgens [eiser] € 33.680,84 exclusief btw.
3.3.
Corel c.s. betwist dat de door [eiser] aangebrachte klanten haar economisch voordeel hebben opgeleverd. Zij voert aan dat partijen bij de aanstelling van [eiser] zijn overeengekomen dat [eiser] minimaal 50 klanten zou werven voor Corel c.s. en dat klanten minimaal € 2.500,00 moesten schrijven bij een voororder. [eiser] is deze afspraken volgens Corel c.s. niet nagekomen. De al bestaande klanten mogen volgens Corel c.s. niet worden meegerekend in de berekening van de klantenvergoeding. Bij de beëindiging van de agentuurovereenkomst had Corel c.s. nog maar 19 actieve klanten en van de acht overgebleven klanten in 2025 hebben er alweer drie klanten afscheid genomen van Corel c.s. Verder zijn de omzetcijfers gedaald, aldus Corel c.s.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Nu niet is gesteld dat één van de in artikel 7:442 lid 4 BW beschreven situaties zich voordoet en [eiser] op tijd aan Corel c.s. heeft laten weten dat zij een klantenvergoeding verlangt (lid 3), moet worden beoordeeld of aan de criteria voor toekenning van een klantenvergoeding is voldaan en, zo ja, wat de hoogte daarvan is. Daarbij is het volgende van belang.
Juridisch kader
4.2.
Uit artikel 7:442 lid 1 BW volgt dat de handelsagent bij het einde van de agentuurovereenkomst recht heeft op een klantenvergoeding, voor zover a) hij de principaal nieuwe klanten heeft aangebracht of de overeenkomsten met de bestaande klanten aanmerkelijk heeft uitgebreid en de overeenkomsten met deze klanten de principaal nog aanzienlijke voordelen opleveren, en b) de betaling van deze vergoeding billijk is, gelet op alle omstandigheden. In lid 2 is voorts bepaald dat het bedrag van de vergoeding niet hoger is dan dat van de beloning van één jaar, berekend naar het gemiddelde van de laatste vijf jaren of, indien de overeenkomst korter heeft geduurd, naar het gemiddelde van de gehele duur daarvan.
4.3.
De vaststelling van de klantenvergoeding verloopt in drie fasen. [1] In de eerste fase moeten de voordelen die transacties met de door de handelsagent aangebrachte klanten de principaal opleveren, worden gekwantificeerd. De tweede fase is er vervolgens op gericht na te gaan of het vastgestelde bedrag billijk is, gelet op alle omstandigheden van het geval en met name op de door de handelsagent gederfde provisie. Ten slotte wordt getoetst of het uit de twee eerdere berekeningsfasen volgende bedrag het in lid 2 van artikel 7:442 BW bedoelde maximumbedrag niet te boven gaat.
4.4.
Maar voordat aan de bedoelde kwantificering kan worden toegekomen, zal de agent aannemelijk moeten maken dat de principaal van door hem aangebrachte klanten, of van klanten waarmee hij de overeenkomsten heeft uitgebreid, nog in relevante mate nieuwe transacties kan verwachten (de zogenaamde voorfase). [2] Als niet aannemelijk wordt gemaakt dat de principaal na het einde van de overeenkomst nog enig voordeel kan ontlenen aan de klanten van de agent, is geen vergoeding verschuldigd.
Toepassing: voorfase
4.5.
Vaststaat dat [eiser] nieuwe klanten heeft aangebracht. Daarnaast heeft [eiser] aangevoerd dat zij bij drie van de vijf bestaande klanten, te weten Via Claudia, Kok Oisterwijk en Hot Legs Fashion & Lifestyle, de overeenkomsten aanmerkelijk heeft uitgebreid en dat de overeenkomsten met deze klanten Corel c.s. nog aanzienlijk voordeel opleveren. Corel c.s. heeft dat onvoldoende gemotiveerd weersproken, zodat de kantonrechter uitgaat van de juistheid daarvan. Het verweer van Corel c.s. dat bestaande klanten niet mogen worden betrokken bij de berekening van de klantenvergoeding, wordt verworpen. Uit artikel 7:442 lid 1 BW volgt immers dat de vergoeding niet alleen ziet op door de agent nieuw aangebrachte klanten, maar ook op bestaande klanten met wie de agent de overeenkomsten aanmerkelijk heeft uitgebreid.
4.6.
[eiser] heeft verder gemotiveerd aangevoerd dat Corel c.s. na beëindiging van de agentuurovereenkomst nog in relevante mate voordeel kon ontlenen aan de klanten die door [eiser] zijn aangebracht en van de bestaande klanten bij wie de overeenkomsten aanmerkelijk zijn uitgebreid. [eiser] heeft hiervoor verwezen naar de overgelegde omzetcijfers, waaruit blijkt dat de omzet in de periode van september 2022 tot en met juni 2024 aanzienlijk is toegenomen. Corel c.s. heeft dat onvoldoende gemotiveerd betwist. Corel c.s. heeft aangevoerd dat deze overzichten niet representatief zijn vanwege de coronaperiode, maar heeft dit verder niet onderbouwd, zodat daaraan wordt voorbijgegaan. Daarnaast heeft [eiser] met deze overgelegde overzichten onderbouwd dat zij het klantenbestand heeft doen uitgroeien tot 21 klanten. Uit de door Corel c.s. overgelegde overzichten blijkt dat zij het door [eiser] opgebouwde klantenbestand na de opzegging van de agentuurovereenkomst heeft gebruikt om zaken te blijven doen met klanten. In dit verband is ook van belang de e-mail van 14 juni 2024, waarin Corel c.s. aan haar klanten schrijft dat zij afscheid neemt van agent [eiser] , dat [naam 3] en [naam 2] de honneurs tijdelijk zullen overnemen en dat zij zo spoedig mogelijk contact zullen opnemen om de fijne samenwerking verder voort te zetten. Dat Corel c.s. er zelf voor heeft gekozen om met een aantal klanten geen verdere zaken meer te doen, staat niet aan een klantenvergoeding in de weg, al is het maar omdat het vaststaat dat dit niet voor
allerelevante klanten geldt. Verder is het standpunt van Corel c.s. dat zij geen voordeel heeft genoten, omdat [eiser] de afspraken over het werven van minimaal 50 klanten en het behalen van een minimale omzet per klant niet zou zijn nagekomen, mede gelet op de gemotiveerde betwisting door [eiser] , onvoldoende onderbouwd. Bovendien is het recht op een klantenvergoeding niet afhankelijk van het nakomen van dergelijke afspraken tussen partijen. De kantonrechter zal daarom hieronder de hoogte van de aan [eiser] toekomende klantenvergoeding vaststellen.
Eerste fase
4.7.
Het in de eerste fase te kwantificeren voordeel is gelegen in de mogelijkheid van de principaal (Corel c.s.) om de door de handelsagent ( [eiser] ) tot stand gebrachte klantenrelaties na beëindiging van de agentuurovereenkomst te kunnen blijven gebruiken zonder daarover provisie aan de handelsagent verschuldigd te zijn. Dit voordeel moet worden vastgesteld op basis van de in de laatste twaalf maanden door de handelsagent verdiende brutoprovisie betreffende de nieuwe en geïntensiveerde klanten, welk bedrag vervolgens wordt gecorrigeerd met factoren zoals:
de duur van het voordeel dat de principaal naar verwachting aan de transacties met genoemde klanten kan ontlenen;
het verloop van het klantenbestand; en
de versnelde ontvangst van de provisie-inkomsten door de agent die in één keer een vergoeding krijgt uitgekeerd.
4.8.
[eiser] heeft gesteld dat de relevante brutoprovisie over de laatste 12 maanden € 49.891,87 inclusief btw bedraagt. Corel c.s. heeft dat niet weersproken, zodat de kantonrechter dit bedrag dan ook als uitgangspunt neemt. Volgens [eiser] moet in dit geval bij de duur van het voordeel dat de principaal naar verwachting aan de transacties met genoemde klanten kan ontlenen, worden uitgegaan van drie jaar en van een migratiegraad van 20%. Daarnaast is een correctie van 6% voor de versnelde ontvangst van de provisie-inkomsten volgens [eiser] reëel. Dit alles is door Corel c.s. niet weersproken, zodat de kantonrechter hier ook van uitgaat. Daarmee wordt het te kwantificeren voordeel in de eerste fase vastgesteld op € 91.545,59 inclusief btw.
Tweede fase
4.9.
De kantonrechter acht het in de eerste fase vastgestelde bedrag echter niet billijk en zal de te betalen klantenvergoeding daarom lager vaststellen. De volgende omstandigheden geven daartoe aanleiding. De agentuurovereenkomst heeft in totaal 22 maanden geduurd, dus nog geen twee jaar. Dat is, zeker voor dit type overeenkomsten, niet lang. Bovendien heeft [eiser] gedurende die gehele periode in totaal € 74.715,34 inclusief btw aan provisie ontvangen. Dit bedrag staat niet in redelijke verhouding tot het voordeel zoals in de eerste fase is gekwantificeerd, te meer omdat [eiser] voor de klantenvergoeding geen werkzaamheden (meer) hoeft te verrichten, terwijl zij dat gedurende de agentuurovereenkomst voor de provisie wél moest doen.
4.10.
Daarnaast blijkt uit de door Corel c.s. overgelegde omzetcijfers [3] , die door [eiser] niet zijn weersproken, dat de omzet van de relevante klanten sinds het vertrek van [eiser] aanzienlijk is afgenomen. Zo is de omzet van de 5 reeds bestaande klanten afgenomen van € 76.138,32 in 2023 naar € 62.587,21 in 2024 en € 14.515,32 in 2025. Van de door [eiser] nieuw geworven klanten is de omzet afgenomen van € 151.838,90 in 2023, naar € 116.550,62 in 2024 en € 21.921,90 in 2025. Zelfs als het zo zou zijn dat Corel c.s. zelf een aandeel in die afname heeft, zoals volgens [eiser] het geval is, doet dat er niet aan af dat deze fors afgenomen omzetcijfers van belang zijn bij de beoordeling van de billijkheid van de hoogte van de te betalen klantenvergoeding. Daaruit volgt immers onder meer dat vraagtekens kunnen worden geplaatst bij de duurzaamheid van de klantrelaties en het daadwerkelijk genoten voordeel door Corel c.s.
4.11.
Al met al acht de kantonrechter in de gegeven situatie een klantenvergoeding van € 12.500,00 inclusief btw billijk. Aangezien dit bedrag het plafond van artikel 7:442 lid 2 BW niet te boven gaat, zal Corel c.s. worden veroordeeld tot betaling van dit bedrag. De gevorderde wettelijke rente hierover wordt als onvoldoende weersproken toegewezen vanaf 22 november 2024, omdat Corel c.s. toen in verzuim verkeerde (2.8 hiervoor).
Buitengerechtelijke kosten
4.12.
[eiser] heeft voldoende onderbouwd dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht die voor vergoeding in aanmerking komen. Zij heeft daarvoor een bedrag gevorderd dat is berekend overeenkomstig de staffel uit het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Maar omdat minder hoofdsom wordt toegewezen dan gevorderd, is dan ook een lager bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten toewijsbaar. Gelet op de toegewezen hoofdsom (€ 12.500,00) is conform de staffel € 900,- aan buitengerechtelijke incassokosten toewijsbaar. De daarover gevorderde wettelijke rente is als onweersproken toewijsbaar zoals gevorderd.
Proceskosten
4.13.
Corel c.s. is in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
238,80
- griffierecht
732,00
- salaris gemachtigde
1.086,00
(2 punten × € 543,00)
- nakosten
67,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.124,30
4.14.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt Corel c.s. hoofdelijk om aan [eiser] te betalen een bedrag van:
a. a) € 12.500,00 inclusief btw aan klantenvergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 november 2024 tot de dag van volledige betaling,
b) € 900,00 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf acht dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt Corel c.s. hoofdelijk in de proceskosten van € 2.124,30, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Corel c.s. niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt Corel c.s. hoofdelijk tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M.B. Cramwinckel en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2025.
51447

Voetnoten

1.Hoge Raad 2 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW9865
2.Hoge Raad 19 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:935.
3.Producties 2 en 3 bij het ‘aanvullend verweerschrift’ van Corel c.s.