ECLI:NL:RBAMS:2025:9603
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht
Eiser ontvangt sinds 2012 een bijstandsuitkering en werd in 2018 betrapt op fraude door het niet melden van de in- en verkoop van meerdere auto's. Verweerder startte in 2024 een nieuw onderzoek naar de periode 2019-2023, waaruit bleek dat eiser opnieuw meerdere kentekens op zijn naam had staan en auto's kocht en verkocht zonder dit te melden.
Eiser stelde dat hij dit deed namens kennissen in het buitenland zonder daarvoor betaald te worden en dat er geen sprake was van opzettelijk verzwijgen. Ook voerde hij aan de taalbeheersing was beperkt en dat de terugvordering niet inzichtelijk was. De rechtbank oordeelde dat eiser de inlichtingenplicht had geschonden, dat het aannemelijk was dat handelstransacties plaatsvonden, en dat verweerder terecht de bijstand had herzien en teruggevorderd.
De rechtbank verwierp de argumenten van eiser, waaronder het gebrek aan administratie en taalbeheersing, en concludeerde dat verweerder mocht uitgaan van de juistheid van eerdere verklaringen. Het beroep werd ongegrond verklaard, met als gevolg dat eiser geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de herziening en terugvordering van zijn bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard.