ECLI:NL:RBAMS:2025:9202

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
28 november 2025
Publicatiedatum
28 november 2025
Zaaknummer
11774401 CV EXPL 25-9124
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot betaling van factuur voor het leggen van parketvloeren in appartementen

In deze zaak vordert eiser, een klusbedrijf, betaling van een factuur van € 9.982,50 van Anil Vloeren B.V. voor het leggen van parketvloeren in vier appartementen. De overeenkomst tot het leggen van de vloeren is tot stand gekomen na communicatie via WhatsApp tussen eiser en een medewerker van Anil Vloeren. Eiser heeft de werkzaamheden uitgevoerd, maar de factuur is onbetaald gebleven. Anil Vloeren betwist de overeenkomst en stelt dat zij slechts als tussenpersoon heeft gefungeerd. De kantonrechter oordeelt dat er wel degelijk een overeenkomst is gesloten, omdat er duidelijke afspraken zijn gemaakt over de prijs en de omvang van de werkzaamheden. De kantonrechter wijst de vordering van eiser toe, inclusief wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. Anil Vloeren wordt ook veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitgesproken op 28 november 2025.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11774401 \ CV EXPL 25-9124
Vonnis van 28 november 2025
in de zaak van
[eiser] (H.O.D.N. [handelsnaam] ),
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. O.J. Boeder,
tegen
ANIL VLOEREN B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Anil Vloeren,
procederend in persoon (door [functie] [naam] ).

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 26 juni 2025 met producties,
- het proces-verbaal van de rolzitting van 4 juli 2025 waarop Anil Vloeren van antwoord heeft gediend,
- het tussenvonnis van 15 augustus 2025 waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,
- de akte aanvullende producties aan de zijde van [eiser] ,
- de mondelinge behandeling van 30 september 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[eiser] heeft een klusbedrijf. Anil Vloeren is een bedrijf dat vloeren verkoopt.
2.2.
In december 2023 hebben [eiser] en [naam] (hierna: [naam] ) met elkaar contact gehad via WhatsApp. [naam] is [functie] bij Anil Vloeren. [naam] heeft aan [eiser] gevraagd of hij voor € 14,00 per m2 een parketvloer kan leggen. Nadat [eiser] en [naam] telefonisch met elkaar hebben gesproken, heeft [naam] via WhatsApp samengevat dat [eiser] voor € 15,00 per m2 parket zou leggen en hoge plinten zou plaatsen. Die prijs is zonder materiaal (vloer, lijm en plinten). Volgens [naam] ging het om ongeveer 500 m2.
2.3.
[eiser] heeft in januari en februari 2024 parketvloeren gelegd in vier appartementen in [plaats] . Het gaat in totaal om ongeveer 550 m2.
2.4.
Op 6 februari 2024 heeft [eiser] via WhatsApp aan [naam] laten weten dat er 552 m2 aan parketvloer is gelegd.
2.5.
Op 29 mei 2024 heeft [eiser] een bedrag van € 9.982,50 inclusief btw gefactureerd, te betalen voor 12 juni 2024. De factuur staat op naam van [naam] .
2.6.
Eind juni 2024 heeft [eiser] via WhatsApp aan [naam] laten weten dat hij al lang op zijn geld wacht en dat hij een betalingsherinnering heeft gestuurd. [eiser] heeft tegen [naam] gezegd dat als er niet betaald wordt, hij naar een advocaat zal stappen.
2.7.
De factuur is onbetaald gebleven.

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert - samengevat – dat de kantonrechter Anil Vloeren veroordeelt tot betaling van
i. € 11.890,26, bestaande uit
1. € 9.982,50 aan hoofdsom,
2. € 874,13 aan buitengerechtelijke incassokosten,
3. € 1.033,63 aan wettelijke handelsrente,
te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 26 juni 2025,
de proceskosten.
3.2.
[eiser] heeft aan zijn vordering ten grondslag gelegd dat er een overeenkomst bestaat tussen hem en Anil Vloeren, uit hoofde waarvan Anil Vloeren de factuur moet voldoen. [eiser] vordert nakoming van de overeenkomst. Hij is zijn verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst al nagekomen, hij heeft immers het werk uitgevoerd.
3.3.
Anil Vloeren voert verweer. Anil Vloeren concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , want Anil Vloeren heeft helemaal geen overeenkomst gesloten met [eiser] . Volgens Anil Vloeren heeft zij [eiser] en een andere klant aan elkaar gekoppeld, maar heeft zij verder niets te maken met het werk dat is uitgevoerd door [eiser] . Ook heeft [eiser] het werk te laat uitgevoerd en kloppen de vierkante meters niet met wat er met die klant is afgesproken.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Aanbod en aanvaarding
4.1.
Tussen partijen is in geschil of tussen hen een overeenkomst tot stand gekomen is. Artikel 6:217 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) bepaalt dat een overeenkomst tot stand komt door een aanbod en de aanvaarding daarvan. Van belang daarbij is dat aanbod en aanvaarding niet uitdrukkelijk hoeven plaats te vinden, zij kunnen in elke vorm geschieden en kunnen besloten liggen in één of meer gedragingen. Het gaat erom wat partijen jegens elkaar hebben verklaard, over en weer uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben afgeleid en redelijkerwijs daarvan mochten verwachten (HR 13 maart 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4158). In beginsel zal het aanbod ten minste de essentiële punten van de beoogde overeenkomst dienen te bevatten. De aanvaarding moet inhoudelijk met het aanbod overeenstemmen en moet dus op de essentialia zien. De stelplicht en bewijslast rusten in dit verband op [eiser] omdat hij zich beroept op de rechtsgevolgen van de stelling dat partijen een overeenkomst hebben gesloten. Tegen deze achtergrond overweegt de kantonrechter als volgt.
4.2.
In dit geval komt de kantonrechter tot het oordeel dat er een overeenkomst tot stand is gekomen tussen [eiser] en Anil Vloeren. Vast staat dat [naam] , [functie] bij Anil Vloeren, contact heeft gehad met [eiser] over het leggen van vloeren in appartementen. [naam] en [eiser] hebben afspraken gemaakt over de essentialia van de overeenkomst. Zij hebben het gehad over de prijs per vierkante meter; [naam] vroeg of [eiser] de klus kon uitvoeren voor € 14,00 per m2 en uiteindelijk zijn partijen uitgekomen op € 15,00 per m2, exclusief materiaal. Anil Vloeren heeft dit aanbod van [eiser] dus aanvaard. Ook hebben zij de omvang van de klus bepaald; het zou gaan om 500 m2. Verder was duidelijk waar de werkzaamheden uitgevoerd zouden worden; namelijk in [plaats] . Het verweer van Anil Vloeren, namelijk dat zij slechts een soort tussenpersoon was die [eiser] en een andere klant aan elkaar heeft gekoppeld, slaagt dus niet. Het dossier bevat daar geen aanwijzingen voor. Anil Vloeren heeft haar betwisting dus niet voldoende gemotiveerd, ook niet bij de mondelinge behandeling waar Anil Vloeren, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet is verschenen.
4.3.
Het voorgaande betekent dat Anil Vloeren wordt veroordeeld tot betaling van
€ 9.982,50 aan hoofdsom. Voor zover Anil Vloeren heeft betoogd dat het aantal vierkante meters op de factuur niet klopt, gaat de kantonrechter daaraan voorbij. Hetzelfde geldt voor de stelling van Anil Vloeren dat de klus te laat is uitgevoerd. Ook voor deze stellingen heeft Anil Vloeren namelijk geen begin van onderbouwing gegeven.
Rente
4.4.
[eiser] heeft € 1.033,63 aan wettelijke handelsrente in de zin van art. 6:119a BW gevorderd. De kantonrechter stelt vast dat er sprake is van een handelsovereenkomst tussen partijen waardoor deze vordering als onbetwist wordt toegewezen.
4.5.
Ook de gevorderde wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW over de hoofdsom van € 9.982,50 en over de onder 4.4. genoemde handelsrente wordt als onbetwist toegewezen, te berekenen vanaf 26 juni 2025.
Buitengerechtelijke kosten
4.6.
[eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van € 874,13. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. Daarom zal een bedrag van € 874,13 worden toegewezen. De gevorderde rente in de zin van artikel 6:119 BW over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen vanaf 26 juni 2025.
Proceskosten
4.7.
Anil Vloeren is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
122,35
- griffierecht
257,00
- salaris gemachtigde
812,00
(2 punten × € 406,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.326,35

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt Anil Vloeren om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 9.982,50, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, met ingang van 26 juni 2025, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt Anil Vloeren om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 1.033,63 aan wettelijke handelsrente, vermeerderd met wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, met ingang van 26 juni 2025, tot de dag van volledige betaling,
5.3.
veroordeelt Anil Vloeren om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 874,13 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, met ingang van 26 juni 2025, tot de dag van volledige betaling,
5.4.
veroordeelt Anil Vloeren in de proceskosten van € 1.326,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Anil Vloeren niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.C. van Harmelen, kantonrechter, bijgestaan door mr. L. Schwalb, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 28 november 2025.