Uitspraak
1.[verzoeker 1 zaak 1] ,
[verzoeker 2 zaak 1],
1.[verzoeker 1 zaak 2] ,
2.
[verzoeker 2 zaak 2],
3.
[verzoeker 3 zaak 2],
4.
[verzoeker 4 zaak 2],
Rechtbank Amsterdam
In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Amsterdam op 18 november 2025 uitspraak gedaan in twee verzoekprocedures van verzoekers die de nietigheid van besluiten van de Vereniging van Eigenaren (VvE) tot goedkeuring van de jaarrekeningen over de jaren 2021 en 2022 aanvechten. De verzoekers hebben op 17 en 18 juni 2025 verzoekschriften ingediend, waarin zij stelden dat de besluiten van de VvE van 19 mei 2025 nietig zijn, omdat de onderliggende stukken niet ter controle zijn voorgelegd aan de eigenaars en niet door een onafhankelijke kascommissie zijn gecontroleerd. De VvE heeft zich in beide procedures gerefereerd aan het oordeel van de kantonrechter en is niet verschenen op de mondelinge behandeling die op 14 november 2025 heeft plaatsgevonden.
De kantonrechter heeft vastgesteld dat de VvE in strijd heeft gehandeld met de wettelijke vereisten voor de goedkeuring van de jaarrekeningen. Artikel 5:124 BW en de relevante artikelen van het Burgerlijk Wetboek zijn van toepassing op besluiten van de VvE. De kantonrechter heeft geoordeeld dat de besluiten tot goedkeuring van de jaarrekeningen nietig zijn, omdat er geen kascommissie was benoemd om de jaarrekeningen te onderzoeken. Dit betekent dat de besluiten niet voldoen aan de wettelijke eisen en daarom nietig verklaard moeten worden. De VvE is veroordeeld in de proceskosten van de verzoekers, die in persoon procederen. De proceskosten zijn vastgesteld op € 207,50 per verzoeker, te vermeerderen met de kosten van betekening.
De beslissing van de kantonrechter houdt in dat de VvE nieuwe besluiten over de jaarrekeningen moet nemen in een nieuwe vergadering van eigenaars, aangezien de huidige besluiten ongeldig zijn verklaard. De VvE is in het ongelijk gesteld en moet de proceskosten vergoeden aan de verzoekers.