Verweerder verleende aan vergunninghouder een natuurvergunning voor de bouw en exploitatie van 1.285 woningen aan de Vennewatersweg te Heiloo, inclusief toedeling van depositieruimte. Eiseres stelde beroep in tegen dit besluit. Partijen waren het eens dat de vergunning, gelet op recente rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak over interne saldering, niet stand kon houden. Verweerder gaf aan een nieuw besluit te willen nemen.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het bestreden besluit. Verweerder kreeg zes maanden de tijd om een nieuw besluit te nemen. Omdat het besluit niet gehandhaafd werd, ging de rechtbank niet in op de inhoudelijke beroepsgronden. Daarnaast kende de rechtbank eiseres een immateriële schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn van vijf jaar, waarvan 22 maanden aan verweerder en 14 maanden aan de rechtbank werden toegerekend.
De totale schadevergoeding bedroeg €3.000,-, waarvan €1.833,- door verweerder en €1.167,- door de Staat werd betaald. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten, waarvan een deel ook door de Staat werd gedragen. De uitspraak werd gedaan door rechter A.M. van der Linden-Kaajan op 24 november 2025.