Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
- het proces-verbaal van 29 juli 2025, houdende een mondelinge erkentenis van de vordering.
Rechtbank Amsterdam
In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Amsterdam op 18 november 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen Volkswagen Pon Financial Services B.V. en een gedaagde partij, die in persoon procedeerde. De eisende partij vorderde betaling van € 17.856,38 uit hoofde van een private leaseovereenkomst voor een Volkswagen T-Roc, vermeerderd met buitengerechtelijke kosten, rente en proceskosten. De procedure begon met een dagvaarding op 16 juli 2025, gevolgd door een mondelinge erkenning van de vordering op 29 juli 2025.
De kantonrechter heeft ambtshalve getoetst of de leaseovereenkomst voldeed aan de informatieplichten uit het consumentenrecht. De rechter oordeelde dat de eisende partij aan deze verplichtingen had voldaan, aangezien alle essentiële informatie in de overeenkomst was opgenomen en de gedaagde partij deze had kunnen doornemen voor ondertekening. De vordering was gebaseerd op onbetaalde leasetermijnen en andere kosten, die transparant waren en niet als oneerlijk werden aangemerkt.
De kantonrechter heeft ook de hoogte van de gevorderde rente beoordeeld. De contractuele rente van 1,5% per maand werd als onevenredig hoog beschouwd, waardoor de wettelijke regeling van toepassing werd. De vordering tot wettelijke rente werd afgewezen. De kantonrechter heeft de gedaagde partij grotendeels in het ongelijk gesteld en veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, buitengerechtelijke kosten en proceskosten, met een totaalbedrag van € 2.055,28 aan proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde is afgewezen.