Uitspraak
Vonnis van 13 november 2025
[eiser 1],
2.
[eiser 2],
[gedaagde] ,
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Feiten
Vordering en verweer
a) de huurprijs van de woning vaststelt op een bedrag van € 1.031,25 per maand en het voorschot voor de bijkomende leveringen en diensten op een bedrag van € 468,75 per maand met ingang van 4 april 2023;
b) de afrekening van de kosten voor de bijkomende leveringen en diensten over de periode 4 april 2023 tot en met 31 december 2024 vaststelt op een bedrag van € 1.400,07;
c) verhuurder veroordeelt tot betaling aan huurders van € 16.833,68 aan onverschuldigd betaalde huur en bijkomende leveringen en diensten, te vermeerderen met de wettelijke rente;
en voorts verhuurder te veroordelen in de proceskosten, vermeerderd met wettelijke rente.
BeoordelingUitspraak huurcommissie
Ambtshalve toetsing
All-in huur
de huurprijs’ is, maar onbetwist gelaten is dat bij het aangaan van de huurovereenkomst niet is gesproken of er al dan niet kosten voor het gebruik van meubilering en stoffering in rekening zou worden gebracht. Mede gelet op zowel de omvang als de prima staat van de meubilering, is het niet aannemelijk dat verhuurder dit alles om niet aan huurders ter beschikking heeft gesteld. Daarom is de kantonrechter - net als de huurcommissie - van oordeel dat het overeengekomen bedrag van € 1.875,00 niet alleen ziet op de huurprijs, maar ook op het gebruik van de meubilering en stoffering. Daarmee is sprake van een all-in huur.
Toetsing aanvangshuurprijs op grond van 7:249 BW
.
…die betrekking heeft op een zelfstandige woning, ten aanzien waarvan bij de aanvang van de bewoning een huurprijs gold of geldt, die, indien nodig herleid tot een bedrag per jaar, hoger is dan het krachtens artikel 3 lid 2 van Pro de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte vastgesteld bedrag…”.Taalkundig kan je uit de tekst van dit artikel afleiden dat de aanvangshuurprijs bij aanvang (“gold”) of later (“geldt”) kan zijn vastgesteld. Een vaststelling van de huurprijs op grond van artikel 7:249 BW Pro gebeurt achteraf, maar geldt vanaf het moment van aanvang van de huurovereenkomst. Artikel 7:249 BW Pro sluit niet uit dat deze later vastgestelde huurprijs valt onder het bereik van dit artikel.
€ 1.031,25.
BESLISSING
€ 1.400,07;
€ 1.400,07) aan onverschuldigd betaalde huur en bijkomende leveringen en diensten te vermeerderen met wettelijke rente daarover vanaf 16 april 2025 tot aan de dag van voldoening;
exploot € 145,45
salaris € 812,00
griffierecht € 732,00
-----------------
totaal € 1.689,45