Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Regional Court in Poznań, Polen, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
judgment of the District Court in Gniezno of 20 April 2017, reference number II K 910/14en een
decision of 13 December 2017, reference number II Ko 1920/17 from the District Court in Gnieznowaarmee de bij het vonnis van 20 april 2017 opgelegde vrijheidsbeperkende straf is vervangen door een vrijheidsbenemende straf van 150 dagen (vijf maanden).
- Had de rechter beoordelingsbevoegdheid bij het omzetten van de vrijheidsbeperkende werkstraf in een vrijheidsbenemende straf in die zin dat hij als gevolg van de vaststelling dat de voorwaarden van het vonnis van 20 april 2017 waren geschonden niet verplicht was om over te gaan tot oplegging van een vrijheidsstraf? En, zo ja:
- kan onderdeel d) van het EAB ingevuld worden ten aanzien van de beslissing van 13 december 2017? Indien de opgeëiste persoon niet in persoon is verschenen bij het proces en er – kort gezegd – geen sprake is van één van de in artikel 4 bis, eerste lid, aanhef en onder a tot en met d, van het Kaderbesluit 2002/584/JBZ genoemde omstandigheden, kunnen dan de volgende vragen worden beantwoord:
was de opgeëiste persoon op de hoogte van het proces dat heeft geleid tot de beslissing van 13 december 2017?
heeft de opgeëiste persoon in de strafrechtelijke procedure een adres verstrekt waarop hij gedurende de strafrechtelijke procedure bereikbaar zou zijn voor de Poolse autoriteiten? En, zo ja:
is hem meegedeeld dat hij iedere adreswijziging aan de Poolse autoriteiten moest doorgeven?
gold deze zogenoemde ‘adresinstructie’ voor de gehele procedure (dus ook voor de ‘vervangingsprocedure’)?
was het voor de opgeëiste persoon duidelijk en kenbaar dat de adresinstructie zich ook tot de ‘vervangingsprocedure’ uitstrekte?
is de oproeping/zijn de oproepingen voor het proces dat tot de beslissing van 13 december 2017 heeft geleid ook daadwerkelijk aan het door de overgeleverde persoon opgegeven adres gezonden?
4.Strafbaarheid; feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
5.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 6a OLW
6.Beslissing
SCHORSINGvoor onbepaalde tijd teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de onder 3.1 vermelde vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit voor te leggen.