Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie, met producties,
3.De feiten
Ik heb jou gevraag[d] een Donor contract om te maken. Nu het is afgesproken’
Als je niet doorgaat laat mij weten en ik ga het met de andere Donor regelen.’
Ik moet het wel vandaag weten’
Ik heb met de advocaat (…) telefonisch gesproken, het contract is in orde(.)’
“De rechtbank is op grond van het voorgaande van oordeel dat de moeder [ [eiseres] ] tegenover de gemotiveerde weerlegging door de man [ [gedaagde] ] onvoldoende heeft aangetoond dat zij de donorovereenkomst onder druk dan wel een ander wilsgebrek heeft getekend. De moeder heeft bovendien haar stelling dat de man het oogmerk had om het ouderschap ten aanzien van dit kind op zich te nemen niet onderbouwd. Dit leidt ertoe dat de man wel als biologische vader kan worden beschouwd, maar dat hij niet is aan te merken als de verwekker in juridische zin. De vrouw is daarom niet ontvankelijk in haar verzoek.”
4.Het geschil
5.De beoordeling
ne bis in idemprincipe niet-ontvankelijk moet worden verklaard. In genoemde procedure verzocht [eiseres] de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van [gedaagde] van [minderjarige] en het vaststellen van een bedrag aan kinderalimentatie. In deze procedure vordert [eiseres] vernietiging van de donorovereenkomst op grond van een wilsgebrek. Hoewel in al deze procedures de geldigheid van de donorovereenkomst centraal staat, is de grondslag van de vordering in deze procedure anders dan die in de verzoekschriftprocedures. [eiseres] moet de gelegenheid hebben om in rechte de overeenkomst aan te tasten en die vordering kan enkel in deze procedure worden voorgelegd. Het gezag van gewijsde van de beschikking van 8 januari 2020 staat daaraan niet in de weg.