Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer van 7 november 2025 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
[bedrijf], te Amsterdam (vergunninghouder)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
Eiser kocht in december 2015 een woning nabij een terrein waar later een bedrijventerrein werd ontwikkeld. Verweerder verleende in juli 2021 een omgevingsvergunning voor tijdelijke huisvesting en vrachtwagenparkeerplaatsen op het terrein achter de woning van eiser. Eiser diende in maart 2022 een aanvraag in voor tegemoetkoming in planschade wegens waardevermindering door verslechtering van woon- en leefklimaat, privacyverlies en bereikbaarheid.
Deskundigen brachten een advies uit dat aanvankelijk een schadevergoeding adviseerde, maar later tot afwijzing van het verzoek kwam. Verweerder wees de aanvraag af omdat de schade volgens hem voorzienbaar was op het moment van aankoop van de woning, mede gelet op de structuurvisie die openbaar was.
De rechtbank beoordeelde dat de planschade inderdaad voorzienbaar was voor een redelijk handelend koper, omdat het plangebied van de structuurvisie duidelijk aangaf dat het bedrijventerrein binnen het plangebied viel. De stelling van eiser dat dit niet duidelijk was, werd verworpen. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde wegens gebrek aan onderbouwing.
De rechtbank vond geen aanwijzingen voor partijdigheid bij de deskundigen en stelde dat verweerder zelfstandig tot het oordeel was gekomen. Omdat de schade voorzienbaar was, wees de rechtbank het beroep af en veroordeelde eiser niet tot vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af omdat de planschade voorzienbaar was en de aanvraag om tegemoetkoming terecht is afgewezen.