Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
2.De verdere beoordeling
3.De beslissing
donderdag 20 november 2025 om 10.00 uurvoor akte uitlating door Huurgemak over het bepaalde in overweging 2.14,
Rechtbank Amsterdam
In deze civiele zaak tussen Huurgemak B.V. en een consument heeft de kantonrechter het eerdere voornemen om prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie over de bestelknop herroepen. Dit vanwege ambiguïteit in het bestelproces die mogelijk geen duidelijke antwoorden oplevert.
De kantonrechter bevestigt dat de bestelknop niet voldoet aan artikel 6:230l lid 3 BW en legt een sanctie op, waarbij de betalingsverplichting van de consument wordt verminderd met 60%. Tevens is vastgesteld dat Huurgemak niet duidelijk heeft geïnformeerd over het ontbindingsrecht en de totale prijs, wat ook een sanctie rechtvaardigt.
Verschillende bedingen in de algemene voorwaarden zijn getoetst aan de Richtlijn 93/13 EG over oneerlijke bedingen. Zo wordt het ontbindingsbeding als oneerlijk aangemerkt omdat het de consument disproportioneel benadeelt door onmiddellijke ontbinding zonder ingebrekestelling mogelijk te maken. Ook het proceskostenbeding is oneerlijk omdat het alle kosten bij de consument legt.
De kantonrechter is voornemens deze oneerlijke bedingen ambtshalve te vernietigen, waardoor Huurgemak zich er niet langer op kan beroepen. Voorafgaand aan deze vernietiging wordt Huurgemak in de gelegenheid gesteld zich hierover uit te laten. De verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: De betalingsverplichting van de consument wordt met 60% verminderd en oneerlijke bedingen worden ambtshalve vernietigd, met aanhouding voor nadere beslissing.