ECLI:NL:RBAMS:2025:8020

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
29 oktober 2025
Publicatiedatum
28 oktober 2025
Zaaknummer
AMS 24/7688
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bestuursrechtelijke geschil over het wegslepen van een auto van een laad- en loshaven zonder laad- en losbewegingen

In deze uitspraak van de Rechtbank Amsterdam, gedateerd 29 oktober 2025, wordt het beroep van eiser ongegrond verklaard. Eiser had bezwaar gemaakt tegen het wegslepen van zijn auto, die geparkeerd stond op een laad- en loshaven zonder dat er laad- of losbewegingen plaatsvonden. De rechtbank beoordeelt de beroepsgronden van eiser, die aanvoert dat hij slechts vijf minuten had geparkeerd om zijn sportschoenen op te halen. De rechtbank stelt vast dat de auto van eiser minimaal vijftien minuten op de laad- en loshaven heeft gestaan zonder enige laad- of losbewegingen. Dit is vastgesteld aan de hand van een rapport van de opsporingsambtenaar van de wegsleepdienst, dat onder ambtseed is opgemaakt. De rechtbank concludeert dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die het wegslepen van de auto of de kosten daarvan onterecht maken. Eiser krijgt geen gelijk en de kosten van het wegslepen blijven voor zijn rekening. De uitspraak benadrukt de strikte interpretatie van het begrip 'onmiddellijk laden en lossen' en bevestigt de bevoegdheid van het bestuursorgaan om op te treden bij overtredingen van de Wegenverkeerswet 1994.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
Zaaknummer: AMS 24/7688

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 oktober 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

en

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder

( [gemachtigde verweerder] ).

Samenvatting

1.1.
Deze uitspraak gaat over het door verweerder laten wegslepen van de auto van eiser omdat deze geparkeerd stond op een laad- en loshaven. Eiser is het niet eens met deze toepassing van bestuursdwang. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of verweerder de auto van eiser mocht wegslepen en de kosten daarvan op eiser mocht verhalen.
1.2.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2.1.
Met het primaire besluit van 17 juli 2024 heeft verweerder met toepassing van bestuursdwang de auto van eiser laten wegslepen omdat deze geparkeerd stond op een laad- en loshaven aan de [straat] , ter hoogte van [huisnummer] , te Amsterdam. De kosten voor het wegslepen van de auto ten bedrage van € 452,- zijn voor rekening gekomen van eiser. Met het bestreden besluit van 19 december 2024 op het bezwaar van eiser is verweerder bij dat besluit gebleven.
2.2.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 14 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

3. Eiser stelt dat hij zijn sportschoenen was vergeten bij de sportschool en daarom vijf minuten op de laad- en loshaven heeft geparkeerd om zijn schoenen op te halen. Het heeft vijf minuten geduurd omdat eiser moest wachten op het personeel van de sportschool om vervolgens mee te kijken in de gevonden voorwerpen bak. Eiser voert aan dat hij bij de AMB AMRO bank werkt en daardoor elke dag de gehele dag in de garage van de ABN ARMO bank aan de [straat] kan parkeren. Het is volgens eiser daarom ook onlogisch om op de laad- en loshaven te parkeren tenzij het heel snel iets ophalen of afleveren betreft, wat bij eiser het geval was. Volgens eiser is zijn auto onterecht weggesleept omdat er maar een paar minuten is gewacht.
4. Verweerder heeft op 17 juli 2024 de auto van eiser weggesleept en de kosten voor het wegslepen verhaald op eiser. Volgens verweerder stond de auto van eiser in overtreding geparkeerd op een laad- en loshaven, terwijl er geen sprake was van enige laad- of losactiviteiten.
5. Als sprake is van een overtreding is verweerder op grond van artikel 170, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wegenverkeerswet 1994 bevoegd om de auto van eiser weg te slepen. Gelet op het algemeen belang dat is gediend met handhaving, zal in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan in de regel gebruik moeten maken van zijn bevoegdheid om met bestuursdwang op te treden. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag van het bestuursorgaan worden gevergd dit niet te doen. Dit is het geval, indien het handhavend optreden zodanig onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien.
6. Tussen partijen is niet in geschil dat de auto van eiser stil stond op een laad-en los haven. Eiser stelt dat hij vijf minuten op de laad- en loshaven stond om zijn sportschoenen op te halen. De rechtbank begrijpt het beroep van eiser zo dat hij hiermee bedoelt dat hij aan het laden en lossen was en dat er daarom geen sprake is van een overtreding. De rechtbank stelt voorop dat in de rechtspraak het begrip “onmiddellijk laden en lossen” strikt wordt uitgelegd. [1] Daarvan kan slechts sprake zijn indien het laden en/of lossen waarneembaar is en wel in die zin dat degene die de auto observeert, voortdurend iemand met goederen van enige omvang of gewicht heen en weer ziet lopen. Conform de rechtspraak is niet als onmiddellijk laden en lossen aan te merken een situatie waarin een voertuig meer dan tien
minuten op een laad- en loshaven staat, zonder dat er daadwerkelijk voorwerpen in- en uitgeladen worden. In een dergelijke situatie is er sprake van parkeren.
7. Uit het onder ambtseed opgemaakte rapport van de opsporingsambtenaar van de wegsleepdienst blijkt dat het besluit om 20:43 uur is opgemaakt, na een waarnemingstijd van 10 minuten, waarna om 20:48 uur een start is gemaakt met het daadwerkelijk wegslepen van de auto. De auto van eiser heeft dus minimaal vijftien minuten op de laad- en loshaven gestaan zonder dat er laad- en losbewegingen bij de auto waargenomen zijn. De rechtbank is van oordeel dat er geen reden is om te twijfelen aan de waarneming van de opsporingsambtenaar. Dat eiser heeft aangevoerd dat hij maar vijf minuten op de laad- en loshaven stond om zijn sportschoenen op te halen, maakt dat niet anders. De rechtbank mag uitgaan van een op ambtseed opgemaakt rapport tenzij er concrete aanknopingspunten zijn om te twijfelen aan de volledigheid of juistheid van de waarnemingen van de opsporingsambtenaar. De enkele niet onderbouwde stelling van eiser levert niet zo’n concreet aanknopingspunt op. Daarmee is vast komen te staan dat de auto van eiser minimaal tien minuten op de laad-en loshaven heeft gestaan zonder laad- en losbewegingen bij de auto. De rechtbank is daarom van oordeel dat er is voldaan aan de voorwaarden voor toepassing van de bevoegdheid tot het toepassen van bestuursdwang zoals vermeld in artikel 170, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wegenverkeerswet 1994. Er zijn geen bijzondere omstandigheden op grond waarvan verweerder had moeten afzien van het wegslepen van de auto of het niet in rekening brengen van de kosten van het wegslepen.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J.M. Baldinger, rechter, in aanwezigheid van
mr. J.C.M. Schilder, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 29 oktober 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zie onder meer het arrest van de Hoge Raad van 7 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:445.