De psychiatrische problematiek die ten grondslag heeft gelegen aan het indexdelict, als gevolg waarvan is geadviseerd dit delict niet aan de terbeschikkinggestelde toe te rekenen, hem te ontslaan van alle rechtsvervolging en een terbeschikkingstelling met voorwaarden op te leggen, is in de afgelopen jaren van behandeling niet gezien. Doordat de terbeschikkinggestelde heeft volhard in zijn (paranoïde en deels ontkennende en bagatelliserende) verhaal met betrekking tot de aanleiding van het indexdelict, is de diagnose waanstoornis door de FPA GGZ Noord-Holland Noord bevestigd. Daar werd echter geen psychotische problematiek gezien. Behandeling in engere zin heeft nauwelijks plaatsgevonden, aangezien de terbeschikkinggestelde daar niet voor was gemotiveerd en er geen indicatie voor bestond. De terbeschikkinggestelde functioneerde goed op praktisch, cognitief en sociaal-emotioneel vlak. Ook het voorschrijven van psychofarmaca was niet geïndiceerd. De terbeschikkinggestelde werkte wel mee aan individuele gesprekken en een delictanalyse. Verhuizingen naar forensisch begeleid wonen, en in de afgelopen periode zelfstandig wonen, zijn goed verlopen. De terbeschikkinggestelde is stabiel blijven functioneren en heeft nauwelijks begeleiding nodig. Tijdens psychiatrische onderzoeken in 2024 en 2025 werden geen aanwijzingen voor een waanstoornis gezien. De terbeschikkinggestelde ervaart frustratie over het voortduren van de terbeschikkingstelling. Hij richt zich op zijn toekomst met dagbesteding en netwerk.
Doordat de terbeschikkinggestelde niet heeft willen meewerken aan een aantal onderdelen van het psychiatrische onderzoek, kunnen geen vergaande diagnostische uitspraken worden gedaan. Ook kunnen geen stellige uitspraken worden gedaan over het recidiverisico. De Pro Justitia rapporteurs schatten het risico in 2022 in als hoog, waarbij dient te worden aangetekend dat dit risico volledig voortkwam uit de waanstoornis. Op basis van zijn functioneren in de afgelopen 2,5 jaar en na 2022 herhaald verrichte risicotaxaties schatten zowel het [bedrijf] als de reclassering het actuele recidiverisico in als (zeer) laag. Psychiater Weeda kan op basis van de uitkomsten van de door haarzelf verrichte gestructureerde risicotaxatie stellen dat het risico op geweld in het algemeen in de huidige situatie laag is, en bij einde van de maatregel nauwelijks verandert. Daarbij is sprake van een vrij groot aantal beschermende factoren. Uitgaand van de veronderstelling dat het recidiverisico in het geval van betrokkene volledig samenhangt met de eerder door collega’s vastgestelde waanstoornis kan worden gesteld dat het met het oog op het risicomanagement belangrijk is dat de woonomstandigheden van de terbeschikkinggestelde goed geregeld zijn, en dat voldoende aandacht is voor dagbesteding en sociale verbinding. Dit is momenteel op orde.
Gezien het feit dat psychiater Weeda geen eigen diagnostische conclusies heeft kunnen formuleren en daaruit voortkomend evenmin uitspraken heeft kunnen doen over het recidiverisico voortkomend uit de eventuele psychopathologie, kan de psychiater geen uitspraak doen over de verlenging van de maatregel, anders dan dat duidelijk lijkt dat op dit moment in deze (opnieuw, maar steviger dan een jaar geleden) overeenstemming lijkt te bestaan tussen alle betrokken partijen, inclusief de terbeschikkinggestelde.
Deskundige [persoon] , reclasseringswerker, heeft haar advies ter zitting bevestigd en toegelicht dat de terugval in het gebruik van alcohol in juni 2025 wordt gezien als eenmalig incident. Daarnaast heeft de terbeschikkinggestelde in de afgelopen periode psychotisch getinte uitspraken gedaan in gesprekken met de toezichthouder. Deze uitspraken zijn door de behandelaar van [bedrijf] verklaard vanuit een beperkte gedachtegang van de terbeschikkinggestelde en duiden niet op actuele psychotische problematiek. De deskundige benadrukt dat de terbeschikkinggestelde de verhuizing naar zijn eigen woning zelfstandig heeft vormgegeven, waarbij hij stabiel is blijven functioneren. Hij is tevens maatschappelijk goed ingebed, met pro-sociale contacten en adequate dagbesteding. Het contact met hem verloopt goed, maar voegt weinig toe omdat zijn leven op orde is. Bovendien zal voortduring van de tbs-maatregel naar verwachting leiden tot frustratie, wat de samenwerking mogelijk negatief zal beïnvloeden.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden toegewezen en dat de termijn van de terbeschikkingstelling moet worden verlengd met één jaar, omdat aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan. Zij heeft aangevoerd wel uit te gaan van een aanwezige stoornis, aangezien een waanstoornis en verslavingsproblematiek in 2022 is vastgesteld en de terbeschikking geen inhoudelijke behandeling voor deze stoornissen heeft ondergaan. Daarbij is het recidiverisico op de lange termijn moeilijk in te schatten, mede doordat de terbeschikkinggestelde heeft geweigerd zich volledig te laten onderzoeken door een psychiater in 2024 en 2025. Hierdoor heeft de psychiater geen goed beeld kunnen krijgen van de stoornissen en eventueel toekomst delictgevaar. Het Openbaar Ministerie betracht voorzichtigheid en acht het noodzakelijk en geboden om de terbeschikkingstelling met een jaar te verlengen.