Uitspraak
Rechtbank Amsterdam
eslissing
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
De verdachte wordt verdacht van het feitelijk leiding geven aan het indienen van onjuiste verzoeken tot teruggave van dividendbelasting namens twee pensioenfondsen over de periode 2013-2016. De Belastingdienst heeft naheffingsaanslagen opgelegd en uitvoerig gecorrespondeerd met de rechtsbijstandverleners, waaronder een advocaat.
In het kader van het strafrechtelijk onderzoek heeft de FIOD de Belastingdienst gevraagd om dossiers, inclusief correspondentie met de advocaat, over te dragen. De verdediging stelde dat deze correspondentie onder het verschoningsrecht valt en niet in het strafrechtelijk onderzoek mag worden betrokken.
De rechter-commissaris overweegt dat hoewel het verstrekken van vertrouwelijke informatie aan een derde normaal gesproken niet betekent dat de vertrouwelijkheid volledig is opgeheven, in deze zaak de informatie is verstrekt in het kader van de vaststelling van de belastingschuld en de beoordeling van de juistheid van de verzoeken tot teruggave, waarop het strafrechtelijk onderzoek zich richt.
Daarnaast is de informatie verstrekt aan een inspecteur die ook belast is met opsporing van strafbare feiten op grond van de AWR. Hierdoor is de vertrouwelijkheid niet alleen prijsgegeven voor de administratiefrechtelijke relatie, maar ook voor het strafrechtelijk vervolg. Daarom mag de officier van justitie kennisnemen van de stukken.
Uitkomst: De rechter-commissaris bepaalt dat de officier van justitie kennis mag nemen van de correspondentie tussen advocaat en Belastingdienst.