Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2025:7251

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
30 september 2025
Publicatiedatum
1 oktober 2025
Zaaknummer
13-240157-25
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 184 SrArt. 310 SrArt. 5 WVW 1994Art. 8 WVW 1994Art. 9 lid 1 WVW 1994
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering opgeëiste persoon aan Hongarije op grond van Europees aanhoudingsbevel

De rechtbank Amsterdam behandelde op 18 september 2025 het Europees aanhoudingsbevel (EAB) uit Hongarije voor de overlevering van een opgeëiste persoon die een resterende gevangenisstraf van vijf jaar, één maand en achtentwintig dagen moet ondergaan. De opgeëiste persoon was aanwezig en bijgestaan door een advocaat en tolk.

De rechtbank heeft vastgesteld dat de identiteit van de opgeëiste persoon klopt en dat hij de Hongaarse nationaliteit bezit. De raadsman van de opgeëiste persoon zag geen weigeringsgronden en verwees naar het oordeel van de rechtbank. De rechtbank concludeerde dat het EAB voldoet aan de eisen van de Overleveringswet, met name artikel 12 sub Pro d, omdat het vonnis na overlevering onverwijld aan de persoon zal worden betekend en hij geïnformeerd zal worden over zijn recht op verzet of hoger beroep.

De feiten waarop het EAB betrekking heeft, zijn strafbaar in Nederland als overtredingen van diverse artikelen van de Wegenverkeerswet 1994 en diefstal. De rechtbank heeft ook de detentieomstandigheden in Hongarije beoordeeld aan de hand van rapporten en garanties van de Hongaarse autoriteiten en concludeerde dat het algemene reële gevaar van onmenselijke behandeling is weggenomen voor de opgeëiste persoon.

De rechtbank heeft daarom de overlevering toegestaan en uitgesproken dat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel openstaat. De uitspraak werd gedaan door de voorzitter en twee rechters van de rechtbank Amsterdam op 30 september 2025.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Hongarije toe.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-240157-25 (EAB II)
Datum uitspraak: 30 september 2025
UITSPRAAK
op de vordering van 15 september 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 26 augustus 2025 door
the Tribunal Court of Veszprém,Hongarije, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1994 te [geboorteplaats] (Hongarije),
zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,
nu gedetineerd in de [P.I.] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 18 september 2025, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. R.P.G. van der Weide, advocaat in Amsterdam, en door een tolk in de Hongaarse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met dertig dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenneming bevolen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Hongaarse nationaliteit heeft.

3.Standpunt raadsman

De raadsman ziet geen weigeringsgronden die aan de overlevering in de weg staan en refereert zich daarom aan het oordeel van de rechtbank.

4.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een
enforceable judgment No. 15.B.157/2024/47 dated 06 March 2025 that has become final on 18 April 2025van
the District Court of Pápa.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van vijf jaren en zes maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren volgens het EAB nog vijf jaren, één maand en achtentwintig dagen. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.
Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB. [3]
4.1
Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro
De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een vonnis terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat – kort gezegd – is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan.
Op grond van artikel 12, sub d, OLW mag de rechtbank in dit geval de overlevering niet weigeren, als de uitvaardigende justitiële autoriteit heeft vermeld dat:
(i) het betreffende vonnis na overlevering onverwijld aan de opgeëiste persoon zal worden betekend en hij uitdrukkelijk zal worden geïnformeerd over zijn recht op een verzetprocedure of een procedure in hoger beroep, waarbij hij het recht heeft aanwezig te zijn, waarop de zaak opnieuw ten gronde wordt behandeld en nieuw bewijsmateriaal wordt toegelaten, die kan leiden tot herziening van het oorspronkelijke vonnis en
(ii) de opgeëiste persoon wordt geïnformeerd over de termijn waarbinnen hij verzet of hoger beroep dient aan te tekenen, als vermeld in het desbetreffende Europees aanhoudingsbevel.
Het EAB vermeldt in het EAB in onderdeel d):
“3.4. The person was not personally served with the decision, but- the person will be personally served with this decision without delay after the surrender; and- when served with the decision. the person will be expressly informed of his or her right to a retrial or appeal, in which he or she has the right to participate and which allows the merits of the case, including fresh evidence. to be re-examined, and which may lead to the original decision being reversed; and- the person will be informed of the timeframe within which he or she has to request a retrial or appeal, which will be 1 month.”
Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat hiermee voldaan is aan de eisen van artikel 12, sub d, OLW en dat de in dit artikel bedoelde weigeringsgrond zich dus niet voordoet.

5.Strafbaarheid

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
De feiten leveren naar Nederlands recht op:
overtreding van artikel 5 WVW Pro 1994,overtreding van artikel 8 WVW Pro 1994,overtreding van artikel 9 lid 1 WVW Pro 1994,
opzettelijk niet voldoen aan een bevel, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast,
diefstal.

6.Artikel 11 OLW Pro: Hongaarse detentieomstandigheden

Inleiding
De rechtbank heeft in eerdere uitspraken [4] op basis van het rapport van
the Comittee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading treatment or Punishment(hierna: CPT) van 3 december 2024 overwogen dat sprake is van een onveilige situatie in de penitentiaire inrichting in Tiszalök, gelet op de
ill-treatmentvan gedetineerden door het gevangenispersoneel en het geweld tussen gedetineerden onderling. Daarop heeft de rechtbank geoordeeld dat er voor gedetineerden in de penitentiaire inrichting in Tiszalök een algemeen reëel gevaar bestaat dat zij aan een onmenselijke of vernederende behandeling zullen worden blootgesteld in de zin van artikel 4 Handvest Pro van de grondrechten van de EU.
Bij brief van 27 augustus 2025 heeft
the Court of Veszprém, Division of Sentence Enforcement, Hongarije, in de zaak met parketnummer 13-201779-25 (EAB 1), de volgende aanvullende informatie verstrekt.
“As a matter of principle, the prisoner will be transferred to the nearest prison nearest to his place of residence, as designated by the Hungarian Prison Service Headquarter. In the present case, this is the Veszprém County Prison. However, for lack of space or other reasons, another institute can be designated.
Considering that the place of execution of the imprisonment is not designated by the court, we cannot guarantee, but it is very likely that the Tiszalök Prison will not be designated.”
Op 12 september 2025 heeft het Internationaal Rechtshulp Centrum (IRC) aan de uitvaardigende justitiële autoriteit de volgende vraag gesteld.
“Can you please confirm whether the detention information provided with regard to EAW with ref.5.Szv.334/2024/9, also applies to this EAW (ref. 5.Szv.272/2025/10)?”
Hierop is namens
the Court of Veszprém, Division of Sentence Enforcement, Hongarije op 15 september 2025 als volgt geantwoord:
“I do confirm”.
De rechtbank gaat, aan de hand van een globale beoordeling van alle gegevens waarover zij beschikt, uit van de geboden zekerheid in voorgaande garantie. Op grond van het vertrouwensbeginsel gaat de rechtbank uit van de juistheid van de informatie uit de verstrekte detentiegarantie. De rechtbank is daarom, met de officier van justitie, van oordeel dat het vastgestelde algemene reële gevaar van onmenselijke of vernederende detentieomstandigheden hiermee voor de opgeëiste persoon is weggenomen.

7.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro en er een garantie is gegeven als bedoeld in artikel 12 sub d OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

8.Toepasselijke wetsbepalingen

Artikel 184 en Pro 310 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 5, 8, 9, 176 en 177 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) en de artikelen 2, 5 en 7 OLW.
9. Beslissing
STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
the Tribunal Court of Veszprém,Hongarije, voor de feiten zoals die zijn zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. M.C.M. Hamer, voorzitter,
mrs. E. de Rooij en D.L.S. Ceulen, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D. Kloos, griffier.
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 30 september 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 OLW Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.
4.Bijvoorbeeld Rechtbank Amsterdam 13 februari 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:1257, na de tussenuitspraak van 7 januari 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:232 en Rechtbank Amsterdam 14 augustus 2025 ECLI:NL:RBAMS:2025:5947.