De Rechtbank Amsterdam heeft op 24 september 2025 uitspraak gedaan over de vordering van de officier van justitie tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Franstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel. Het EAB betreft de overlevering van een Belgische verdachte, geboren in 2006, die wordt verdacht van moord en zware mishandeling, strafbare feiten waarop in België een vrijheidsstraf van ten minste drie jaar staat.
Tijdens de zitting van 10 september 2025 verscheen de verdachte, bijgestaan door zijn raadsman en een Franse tolk. De rechtbank heeft de wettelijke termijn voor uitspraak met 30 dagen verlengd en de voorlopige hechtenis bevolen. De rechtbank bevestigde de identiteit en nationaliteit van de verdachte en beoordeelde dat het EAB voldoet aan de eisen van de Overleveringswet.
Een belangrijk onderdeel van de beoordeling betrof de detentieomstandigheden in België. De rechtbank nam kennis van een individuele garantie van de Belgische autoriteiten dat de verdachte na overlevering zal worden opgesloten in de gevangenis van Haren onder omstandigheden die voldoen aan internationale standaarden, waaronder voldoende leefruimte, afgescheiden sanitair en toegang tot dagactiviteiten. Hiermee achtte de rechtbank het algemene gevaar van onmenselijke of vernederende behandeling weggenomen.
De rechtbank concludeerde dat geen weigeringsgronden aanwezig zijn en dat de overlevering toegestaan moet worden. De uitspraak is gedaan door voorzitter Vegter en rechters Verstraeten en Scheeper, en is onherroepelijk volgens de Overleveringswet.