In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Financiën om zijn verzoek om openbaarmaking van documenten slechts gedeeltelijk toe te wijzen. De minister handhaafde zijn standpunt in het bestreden besluit na bezwaar. De rechtbank behandelde het beroep en deed op 29 november 2024 een tussenuitspraak waarin werd vastgesteld dat het besluit ondeugdelijk was gemotiveerd.
De minister kreeg vervolgens meerdere termijnen om de geconstateerde gebreken te herstellen, maar heeft dit niet gedaan. De rechtbank constateert dat ondanks verzoeken om uitstel en verlenging, de minister niet binnen de gestelde termijnen heeft gereageerd. Daarom verklaart de rechtbank het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit.
De rechtbank draagt de minister op om binnen vier weken na het verstrijken van de beroepstermijn of na een beslissing op hoger beroep een nieuw besluit te nemen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 om naleving te stimuleren. Het betaalde griffierecht wordt aan eiser vergoed.