Op 3 juli 2023 heeft de burgemeester van Amsterdam eiser een bestuurlijke waarschuwing gegeven wegens een overtreding van de Opiumwet, nadat politie drugsgerelateerde spullen in zijn woning aantrof. Eiser maakte bezwaar tegen deze waarschuwing, maar de burgemeester verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat de waarschuwing geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zou zijn.
De rechtbank oordeelde op 13 maart 2024 dat de burgemeester ten onrechte het bezwaar niet-ontvankelijk had verklaard en vernietigde dat besluit. De burgemeester nam daarop een nieuw besluit waarin het bezwaar wederom niet-ontvankelijk werd verklaard. Eiser ging hiertegen in beroep bij de rechtbank.
De rechtbank overwoog dat hoewel de eerdere uitspraak gezag van gewijsde heeft, ambtshalve toetsing aan voorschriften van openbare orde mogelijk blijft. De rechtbank concludeerde dat de bestuurlijke waarschuwing niet als besluit in de zin van de Awb moet worden aangemerkt omdat de nadelige gevolgen van de waarschuwing niet langer dan twee jaar duren, conform de beleidsregels van Amsterdam. Omdat de tweejaarstermijn inmiddels is verstreken en er geen sanctie is opgelegd, kunnen de nadelige gevolgen niet meer optreden.
Derhalve is het beroep van eiser ongegrond verklaard. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug. De uitspraak is gedaan door rechter M.H. van Haeften op 23 september 2025.