Uitspraak
1.De procedure
- de akte van Vesteda met productie 12,
Rechtbank Amsterdam
In deze zaak vordert eiser terugbetaling van te veel betaalde huur aan verhuurder Vesteda. Na een tussenvonnis waarin het opslagbeding van 4% in de huurovereenkomst werd vernietigd, heeft Vesteda een berekening overgelegd waaruit blijkt dat eiser € 18.674,45 te veel huur heeft betaald in de periode van 28 juni 2018 tot en met juli 2025. Eiser heeft deze berekening bevestigd.
Daarnaast is vastgesteld dat er sprake is van een gebrek aan de gehuurde woning door kieren bij ramen en buitendeuren, waarvoor een huurprijsvermindering van 5% over de periode van 8 november 2021 tot en met 9 oktober 2024 passend is. Vesteda moet daarom € 1.890,67 aan huurprijsvermindering betalen.
Vesteda wordt ook veroordeeld tot betaling van deskundigenkosten van € 3.220,11 en de proceskosten van € 2.422,92. De veroordelingen worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard, ondanks het aangekondigde hoger beroep van Vesteda, omdat het belang van eiser om over het bedrag te beschikken zwaarder weegt dan het restitutierisico van Vesteda.
Het vonnis bevestigt dat Vesteda het opslagbeding niet kan toepassen en dat eiser recht heeft op terugbetaling van onverschuldigde betalingen en huurprijsvermindering vanwege gebreken aan de woning.
Uitkomst: Vesteda wordt veroordeeld tot terugbetaling van onverschuldigde huur, huurprijsvermindering, deskundigenkosten en proceskosten aan eiser, en het opslagbeding wordt vernietigd.