Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[appellant 1] ,
[appellant 2],
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
in conventie
grief 1 in het principale hoger beroepbetogen [appellanten] , kort gezegd, dat de voorzieningenrechter heeft gehandeld in strijd met het bepaalde in artikel 6 EVRM Pro en dat zij als gevolg daarvan geen eerlijk proces hebben gehad. Omdat [appellanten] deze grief bij gelegenheid van de mondelinge behandeling hebben ingetrokken, behoeft deze kwestie geen bespreking.
grieven 2 en 3 in het principale hoger beroeprichten [appellanten] zich tegen de afwijzing van hun onder 3.2 genoemde reconventionele vordering. Aangezien [appellanten] deze vordering tijdens de mondelinge behandeling hebben ingetrokken, kunnen ook deze grieven onbehandeld blijven.
grieven 4 en 5 in het principale hoger beroephouden in dat de voorzieningenrechter ten onrechte [appellant 1] heeft veroordeeld [naam 1] en diens paspoort aan [geïntimeerde] af te geven.
grief 6 in het principale hoger beroepkomen [appellanten] op tegen de jegens [appellant 2] uitgesproken veroordeling onder 5.6 van het bestreden vonnis en de gronden waarop die veroordeling berust.
van [appellant 2]de huurpenningen ter zake [straat 2] heeft ontvangen, hebben [appellanten] onvoldoende gemotiveerd betwist dat [geïntimeerde] (ook) de beheerovereenkomst met betrekking tot dit appartement met [appellant 2] (en niet met Kala Consulting) heeft gesloten. In zoverre faalt de grief dus.
grief 2 in het incidentele hoger beroepheeft [geïntimeerde] ter zitting in hoger beroep ingetrokken, zodat daarop niet behoeft te worden beslist.
€ 2.428,00(twee punten à € 1.214,00, tarief II)