De huurder, appellant, wil verhuizen naar een kleinere seniorenwoning en vordert in kort geding toelating tot een gemeentelijke voorrangsregeling die huurders in staat stelt voorrang te krijgen bij toewijzing van een kleinere woning. De regeling stelt onder meer als voorwaarde dat de achter te laten woning minimaal 70 m² groot moet zijn.
De kantonrechter wees de vordering af wegens het ontbreken van een spoedeisend belang en omdat niet aannemelijk was dat de woning van appellant aan de oppervlakte-eis voldeed. In hoger beroep bevestigt het hof deze beslissing. Hoewel appellant zijn woonsituatie als onhoudbaar ervaart, ontbreekt een nadere onderbouwing die een voorlopige voorziening rechtvaardigt, mede omdat een wachttijd voor een nieuwe woning onvermijdelijk is.
Voorts is uit een gezamenlijk opgesteld meetrapport gebleken dat de woning een oppervlakte van 68,79 m² heeft, wat onder de vereiste 70 m² ligt. Appellant betwist dit meetrapport op basis van de toegepaste meetnorm, maar het hof oordeelt dat de meting conform de geldende gemeentelijke regels en de NEN 2580-norm is uitgevoerd. Het hof weegt ook mee dat het toewijzen van de vordering onomkeerbare gevolgen zou hebben.
De grieven van appellant falen, het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt appellant in de proceskosten van het hoger beroep.