Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2025:5084

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
16 juli 2025
Publicatiedatum
17 juli 2025
Zaaknummer
1306691225
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 22 OLWArt. 23 OLWArt. 29 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Officier van justitie niet-ontvankelijk wegens intrekking Europees aanhoudingsbevel

De rechtbank Amsterdam behandelde op 16 juli 2025 een vordering van de officier van justitie tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de advocaat-generaal van het Hof van Beroep in Antwerpen. De opgeëiste persoon, met Nederlandse nationaliteit, was niet verschenen tijdens de zittingen maar werd vertegenwoordigd door zijn raadsman.

De procedure kende meerdere zittingen: op 15 mei 2025 vond de eerste behandeling plaats, waarna de rechtbank de termijn voor uitspraak verlengde en voorlopige gevangenhouding bevolen werd. Op 28 mei 2025 werd het onderzoek geschorst om nadere informatie over detentieomstandigheden op te vragen. De behandeling werd voortgezet op 2 juli 2025, waarbij de raadsman zich op een detentiegarantie beriep.

Uiteindelijk bleek uit een e-mail van de uitvaardigende justitiële autoriteit dat het EAB was ingetrokken. Hierdoor verloor de vordering haar grondslag en verklaarde de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk. Tevens werd de overleveringsdetentie opgeheven. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard omdat het Europees aanhoudingsbevel is ingetrokken en de overleveringsdetentie is opgeheven.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/066912-25
Datum uitspraak: 16 juli 2025
UITSPRAAK
op de vordering van 24 maart 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 26 februari 2025 door de advocaat-generaal van het Hof van Beroep in Antwerpen (België) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1971,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres] ;
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

Zitting 15 mei 2025
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 15 mei 2025, in aanwezigheid van mr. N.R. Bakkenes, officier van justitie. De opgeëiste persoon en zijn raadsman, mr. B.G. Janssen, advocaat in Maastricht, zijn niet verschenen.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met dertig dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.
Tussenuitspraak
Bij tussenuitspraak van 28 mei 2025 [3] heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting heropend en geschorst voor onbepaalde tijd om nadere informatie op te laten vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit over de detentieomstandigheden van de opgeëiste persoon.
Zitting 2 juli 2025
De behandeling van het EAB is, met instemming van partijen in gewijzigde samenstelling, voortgezet op de zitting van 2 juli 2025, in aanwezigheid van mr. M. Al Mansouri, officier van justitie. De opgeëiste persoon is niet verschenen en is vertegenwoordigd door zijn gemachtigd raadsman mr. B.G. Janssen.
De raadsman heeft zich ten aanzien van de toelaatbaarheid van de verzochte overlevering gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, nu er sprake is van een afdoende detentiegarantie.
Uitspraakzitting 16 juli 2025
De rechtbank heeft op de uitspraakzitting van 16 juli 2025 de behandeling van de zaak – met toestemming van partijen enkelvoudig – heropend en gesloten. De rechtbank heeft vervolgens direct uitspraak gedaan.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting van 2 juli 2025 heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.

3.Ontvankelijkheid officier van justitie

De rechtbank is van oordeel dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB. Uit de e-mail van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 15 juli 2025 blijkt namelijk dat het EAB inmiddels is ingetrokken, waardoor de grondslag aan de vordering is komen te ontvallen.

4.Beslissing

VERKLAARTde officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB;
HEFT OPde overleveringsdetentie.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. C. Klomp, voorzitter,
mrs. J.G. Vegter en A. Pahladsingh, rechters,
in tegenwoordigheid van mrs. D.F.A. Reuvekamp en M.C. Hooibrink, griffiers,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 16 juli 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Rb. Amsterdam 28 mei 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:3592.