Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.MULTI CORPORATION B.V.,
2.2. CHANEL INTERNATIONAL B.V.,
1.De procedure
2.De feiten
“Wij begrijpen de wens, echter kunnen wij namens eigenaresse hier helaas geen goedkeuring voor verstreken. Onderverhuur is enkel toegestaan zolang de onderhuurovereenkomst aansluit op de voorwaarden zoals gesteld in de hoofdhuurovereenkomst en dat doet deze overeenkomst niet. [naam kantoorgebouw] is niet het geschikte gebouw voor de verhuur van full service werkplekken, zoals Regus / Spaces etc. wel deze mogelijkheid bieden.”
3.De vordering in het incident van APC
4.Het geschil in de hoofdzaak
5.De beoordeling in de hoofdzaak
waarbij de hoofdverhuurder goedkeuring moet geven.”. Of deze goedkeuring ook ziet op het instemmen met onderhuur als bedoeld in het eerste lid van dit artikel staat tussen partijen ter discussie, maar dat kan in het midden blijven. Zoals gezegd mocht Multi namelijk het verzoek tot onder-onderverhuur van APC zelfstandig beoordelen. Multi heeft in het kader van deze afweging de reactie van Chanel op de door APC beoogde onder-onderverhuur gevraagd en dit kennelijk doorslaggevend geacht in haar beoordeling. Multi mocht de reactie van Chanel ook vragen en deze laten meewegen in haar beoordeling, waarbij het niet uitmaakt of dit nu op verplichte of onverplichte gronden gebeurde. Multi had immers zowel een contractuele relatie met APC, maar ook met Chanel. Chanel heeft als hoofdverhuurder belang bij de wijze waarop het gehuurde wordt gebruikt en door wie. Niet valt in te zien waarom het onredelijk zou zijn dat Multi haar goedkeuring voor de beoogde onder-onderverhuur mede laat afhangen van de reactie van Chanel. Daarbij heeft Multi van meet af aan APC duidelijk gemaakt dat zij haar oordeel af laat hangen van de reactie van Chanel, hoewel zijzelf geen probleem zag in de onder-onderhuur. Toen Multi de afwijzende reactie ontving van Chanel, werd die afwijzende reactie ook het definitieve oordeel van Multi.