ECLI:NL:RBAMS:2025:4728

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
4 juli 2025
Publicatiedatum
7 juli 2025
Zaaknummer
11529286 \ EA VERZ 25-126
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot verlenging ontruimingsbescherming afgewezen wegens betalingsachterstand en onbehoorlijk gebruik van het gehuurde

In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Amsterdam op 4 juli 2025 uitspraak gedaan in een verzoek tot verlenging van de ontruimingsbescherming van [verzoeker], die een servicebalie huurt op Schiphol. [verzoeker] had verzocht om de termijn voor ontruiming te verlengen tot 1 december 2025, maar de kantonrechter heeft dit verzoek afgewezen. De afwijzing is gebaseerd op verplichte afwijzingsgronden uit artikel 7:230a BW, waaronder een betalingsachterstand van vier maanden en onbehoorlijk gebruik van het gehuurde. Schiphol Commercial, de verhuurder, had de huur opgezegd en ontruiming aangezegd, waarna [verzoeker] een beroep deed op de ontruimingsbescherming. Tijdens de mondelinge behandeling op 6 juni 2025 is gebleken dat [verzoeker] zich niet aan de voorwaarden van de huurovereenkomst heeft gehouden, wat heeft geleid tot klachten van andere huurders en beveiliging. De kantonrechter oordeelde dat de belangen van de verhuurder zwaarder wegen dan die van de huurder, en dat er geen grond was om de ontruiming uit te stellen. De ontruiming is vastgesteld op 1 augustus 2025, en [verzoeker] is veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €609,50. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer / rekestnummer: 11529286 \ EA VERZ 25-126
Beschikking van 4 juli 2025
in de zaak van
[verzoeker],
te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
verwerende partij in het tegenverzoek,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
gemachtigde: DAS,
tegen
SCHIPHOL COMMERCIAL B.V.,
te Schiphol,
verwerende partij,
verzoekende partij in het tegenverzoek,
hierna te noemen: Schiphol Commercial,
gemachtigde: mrs. D.S. Kanhai en B.C. van Schaik.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van 3 februari 2025, met producties
- het verweerschrift, met tegenverzoek, met producties,
- de akte van Schiphol Commercial met aanvullende producties, van 2 juni 2025
- de akte van Schiphol Commercial met een aanvullende productie, van 3 juni 2025.
1.2.
De mondelinge behandeling vond plaats op 6 juni 2025. [verzoeker] is verschenen met mr. S. Corbeij van DAS. Namens Schiphol Commercial zijn verschenen [naam 1] (legal counsil) en [naam 2] (property manager), met de gemachtigden. Partijen hebben hun standpunten toegelicht, beiden aan de hand van overgelegde spreekaantekeningen, en vragen van de kantonrechter beantwoord. Vervolgens is een datum voor beschikking bepaald.

2.De feiten

2.1.
[verzoeker] huurt met ingang van 1 december 2022 een servicebalie in de hal van terminal 3 op Schiphol (hierna ook: het gehuurde). Het betreft een huurovereenkomst in de zin van artikel 7:230a BW. In de huurovereenkomst is onder meer het volgende opgenomen:
(…)
2.2.
De huurovereenkomst is aangegaan voor de duur van één jaar, die na het verstrijken van de periode telkens wordt voortgezet voor aansluitende periodes van één jaar.
2.3.
[verzoeker] exploiteert een eenmanszaak en gebruikt de servicebalie voor
last minuteverkoop van tickets, overtollige bagageafhandeling, aanbieden van diensten aan VIP-passagiers en reizigers met beperkte mobiliteit en luchtcharterdiensten.
2.4.
Per aangetekende brief van 22 augustus 2024 heeft Schiphol Commercial de huur opgezegd tegen 1 december 2024. Ook is de ontruiming aangezegd tegen dezelfde datum.
2.5.
Op 18 oktober 2024 heeft de gemachtigde van [verzoeker] laten weten dat [verzoeker] een beroep doet op de ontruimingsbescherming.
2.6.
[verzoeker] heeft de servicebalie niet verlaten.

3.Het verzoek, het verweer en het tegenverzoek

Het verzoek
3.1.
[verzoeker] verzoekt om de termijn waarbinnen ontruiming moet plaatsvinden te verlengen met twaalf maanden, tot 1 december 2025.
3.2.
Aan het verzoek heeft [verzoeker] het volgende ten grondslag gelegd. Wegens de aard van de diensten die [verzoeker] levert, moet hij zich op Schiphol bevinden om deze aan te kunnen bieden. De diensten zijn namelijk gericht op de passagiers van de luchthaven. Als [verzoeker] de servicebalie moet verlaten, zal hij alle huidige klanten verliezen met de financiële gevolgen van dien. Verder zijn er meerdere servicebalies beschikbaar op Schiphol. Het vinden van soortgelijke ruimte op een eventueel ander vliegveld zal de nodige tijd kosten, evenals het opbouwen van een nieuw klantenbestand. Daarom heeft [verzoeker] er belang bij zo lang mogelijk de servicebalie te kunnen gebruiken.
Het verweer
3.3.
Schiphol Commercial verzet zich tegen toewijzing van het verzoek en voert daartoe aan dat de verplichte afwijzingsgronden van artikel 7:230a BW zich voordoen. Er is een betalingsachterstand van vier maanden, daarnaast heeft [verzoeker] onbehoorlijk gedrag vertoond en ernstige overlast veroorzaakt.
3.4.
Verder is Schiphol Commercial op grond van de aan de Royal Schiphol Group N.V. verstrekte vergunning (mede) verantwoordelijk voor de goede orde en veiligheid van en op de luchthaven. [verzoeker] heeft zich met het ondertekenen van de huurovereenkomst eraan verbonden om zich te gedragen op een wijze die past bij dit luchthavenbelang en zich te onthouden van gedragingen die het luchthavenbelang kunnen schaden.
3.5.
Ook heeft Schiphol Commercial van de huurder van de servicebalie naast die van [verzoeker] , LAS, meerdere klachten ontvangen. Volgens die klachten bekijkt [verzoeker] achter de servicebalie pornografisch materiaal, masturbeert er, gebruikt de balie als slaapplaats en laat de balie onbehoorlijk achter. Ook zijn er meldingen geweest van de beveiliging van Schiphol, waaruit blijkt dat [verzoeker] regelmatig slapend wordt aangetroffen onder de balie. Hierop heeft de beveiliging en de Marechaussee hem meerdere keren aangesproken en is ook sociaal werk ingeschakeld. Met dit gedrag heeft [verzoeker] het luchthavenbelang geschaad.
3.6.
Schiphol Commercial betwist verder dat [verzoeker] voor zijn werk afhankelijk is van een balie op Schiphol. [verzoeker] verleent geen services achter de douane; bovendien voerde hij zijn onderneming al meer dan 35 jaar uit voordat hij zich op Schiphol vestigde. Gelet op de lange periode waarin [verzoeker] al services aanbood, is het ook niet aannemelijk dat hij sinds de aanvang van de huurovereenkomst een database aan klanten heeft opgebouwd. [verzoeker] onderbouwt verder niet dat het vinden van andere geschikte ruimte tijd in beslag neemt of dat hij intussen op zoek is naar een andere locatie om zijn onderneming voort te zetten. Schiphol Commercial betwist daarbij dat er andere geschikte servicebalies beschikbaar zijn op Schiphol. Gelet op het voorgaande dient de belangenafweging in het kader van artikel 7:230a BW in het voordeel van haar uit te vallen, aldus Schiphol Commercial.
Het tegenverzoek
3.7.
Schiphol Commercial verzoekt het tijdstip van ontruiming vast te stellen op de vroegst mogelijke datum en [verzoeker] te veroordelen tot ontruiming, en verzoekt de veroordeling gemotiveerd uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De beoordeling

Juridisch kader
4.1.
Aan de orde is de vraag of er grond is om de termijn waarbinnen de ontruiming moet plaatsvinden, te verlengen. Op grond van artikel 7:230a BW kan een dergelijk verzoek alleen worden toegewezen als de belangen van de huurder door de ontruiming ernstiger worden geschaad dan die van de verhuurder bij voortzetting van het gebruik door de huurder. Maar als de huurder zich schuldig heeft gemaakt aan onbehoorlijk gebruik van het verhuurde, aan ernstige overlast of aan wanbetaling, moet het verlengingsverzoek van de huurder worden afgewezen. [1]
Verplichte afwijzingsgronden
4.2.
De kantonrechter oordeelt dat in ieder geval één van deze verplichte afwijzingsgronden zich hier voordoet. Onbetwist is dat er inmiddels een betalingsachterstand van vier maanden is. Volgens [verzoeker] komt dit omdat hij onverwacht medische uitgaven heeft moeten doen voor zijn dochter. Hoewel dit vervelend voor hem is, ontslaat dit hem niet van de verplichting om de vergoeding voor het gebruik van de servicebalie op tijd te betalen. Daarmee is sprake van wanbetaling, wat een afwijzingsgrond oplevert voor het verzoek.
4.3.
Daar komt bij dat ook voldoende is komen vast te staan dat [verzoeker] de servicebalie onbehoorlijk gebruikt. Elke huurder is verplicht zich ten aanzien van het gebruik van de gehuurde zaak als een goed huurder te gedragen. In dit geval wordt deze verplichting mede ingevuld door het luchthavenbelang, dat duidelijk gedefinieerd en uitgewerkt is in de huurovereenkomst. De aard van een open, voor een ieder zichtbare servicebalie en de plek waar deze zich bevindt, namelijk op een luchthaven, brengen met zich mee dat [verzoeker] zich dient te gedragen op een wijze die past bij het luchthavenbelang. Hiertoe heeft hij zich ook verplicht in de huurovereenkomst.
4.4.
Schiphol Commercial heeft voldoende onderbouwd gesteld dat [verzoeker] door de wijze waarop hij de servicebalie gebruikt en de manier waarop hij zich gedraagt op Schiphol het luchthavenbelang heeft geschaad. De klachten waarop Schiphol Commercial zich baseert zijn van meerdere partijen afkomstig, waaronder van de beveiliging van Schiphol en de Marechaussee. De aard van de klachten is eensluidend: [verzoeker] wordt slapend of rustend aangetroffen onder de balie, de balie staat vol met spullen en afval en [verzoeker] laat onbeheerd bagage achter. Tevens heeft LAS erover geklaagd dat [verzoeker] pornografisch materiaal bekijkt vanaf zijn werkplek. [verzoeker] voert daarover weliswaar aan dat zijn beeldscherm niet te zien is vanaf de buurbalie, maar hij ontkent de beschuldiging niet met zoveel woorden. Dat de klachten zijn ontstaan nadat [verzoeker] een poging van een medewerker van LAS om een relatie aan te gaan, heeft afgewezen en dat het erop lijkt dat partijen hun krachten bundelen, wordt betwist door Schiphol Commercial. Het is ook onvoldoende om af te doen aan de geloofwaardigheid van de klachten, omdat deze van verschillende bronnen afkomstig zijn en omdat de inhoud van de klachten consistent hetzelfde is. Daarmee komt voldoende vast te staan dat [verzoeker] onbehoorlijk gebruik heeft gemaakt van de servicebalie. Ook daarom moet het verzoek worden afgewezen.
Belangenafweging
4.5.
Omdat zich in deze zaak meerdere verplichte afwijzingsgronden voordoen, wordt aan een belangenafweging niet toegekomen. Maar zelfs als dat wel het geval was geweest, zou deze niet in het voordeel van [verzoeker] zijn uitgevallen. [verzoeker] voert aan dat zijn belangen erin gelegen zijn dat hij voor zijn werk en zijn klanten afhankelijk is van een plek op Schiphol. Maar het standpunt van Schiphol Commercial dat [verzoeker] al 35 jaar zijn bedrijf voert en voorheen blijkbaar zijn werkzaamheden elders kon uitvoeren en zijn klanten elders wierf, is niet weerlegd door [verzoeker] . Bovendien heeft [verzoeker] niet aangetoond dat het onmogelijk is om ergens anders, bijvoorbeeld op een andere luchthaven, een geschikte locatie te vinden. Anders dan [verzoeker] wellicht meent, is Schiphol niet verplicht hem een andere servicebalie ter beschikking te stellen, als die er al zou zijn geweest. De andere vrije servicebalies op Schiphol, waarop [verzoeker] heeft gewezen, zijn namelijk niet beschikbaar voor de services die [verzoeker] aanbiedt, zo heeft Schiphol Commercial gemotiveerd onderbouwd.
Conclusie
4.6.
Het verzoek van [verzoeker] wordt dan ook afgewezen. De kantonrechter moet daarom een tijdstip van ontruiming vaststellen, zodat het tegenverzoek van Schiphol Commercial wordt toegewezen. Het tijdstip van de ontruiming, conform het aanbod van Schiphol Commercial tijdens de zitting, zal worden vastgesteld op 1 augustus 2025.
Uitvoerbaarheid bij voorraad
4.7.
Schiphol Commercial heeft verzocht om deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Voor zover tegen deze beschikking hoger beroep openstaat, is het uitgangspunt dat een uitgesproken veroordeling hangende een hoger beroep moet kunnen worden uitgevoerd. Onder omstandigheden kan het belang van de veroordeelde bij behoud van de bestaande toestand gedurende het hoger beroep echter toch zwaarder wegen dan het belang van degene die de veroordeling heeft verkregen bij de uitvoerbaarheid bij voorraad. Het belang van Schiphol Commercial om over de servicebalie te kunnen beschikken, zodat deze verhuurd kan worden aan een partij die deze als een goed huurder exploiteert en zodat zij weer huurinkomsten ontvangt, weegt zwaarder dan het belang van [verzoeker] om de uitkomst van een eventueel hoger beroep af te wachten. Daarom zal de beschikking uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard. Dat betekent dat de beschikking meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
Proceskosten
4.8.
[verzoeker] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Schiphol Commercial worden begroot op:
salaris gemachtigde € 542,00 (2 punten x tarief van € 271,00)
nakosten
€ 67,50 +
totaal: € 609,50

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst het verzoek af,
5.2.
stelt het tijdstip van ontruiming vast op 1 augustus 2025 en veroordeelt [verzoeker] om het gehuurde uiterlijk op die datum te ontruimen en te verlaten met alle daar aanwezige personen en zaken, voor zover die aan hem toebehoren en niet aan Schiphol Commercial, en om het gehuurde met afgifte van de sleutels geheel ter vrije beschikking van Schiphol Commercial te stellen,
5.3.
veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten van € 609,50, te vermeerderen met de kosten van betekening, te betalen binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis,
5.4.
verklaart vorenstaande veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.J. Otten, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 4 juli 2025 in tegenwoordigheid van de griffier, mr. D.C. Vink.
57327

Voetnoten

1.artikel 7:230a lid 4 BW