In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Amsterdam op 4 juli 2025 uitspraak gedaan in een verzoek tot verlenging van de ontruimingsbescherming van [verzoeker], die een servicebalie huurt op Schiphol. [verzoeker] had verzocht om de termijn voor ontruiming te verlengen tot 1 december 2025, maar de kantonrechter heeft dit verzoek afgewezen. De afwijzing is gebaseerd op verplichte afwijzingsgronden uit artikel 7:230a BW, waaronder een betalingsachterstand van vier maanden en onbehoorlijk gebruik van het gehuurde. Schiphol Commercial, de verhuurder, had de huur opgezegd en ontruiming aangezegd, waarna [verzoeker] een beroep deed op de ontruimingsbescherming. Tijdens de mondelinge behandeling op 6 juni 2025 is gebleken dat [verzoeker] zich niet aan de voorwaarden van de huurovereenkomst heeft gehouden, wat heeft geleid tot klachten van andere huurders en beveiliging. De kantonrechter oordeelde dat de belangen van de verhuurder zwaarder wegen dan die van de huurder, en dat er geen grond was om de ontruiming uit te stellen. De ontruiming is vastgesteld op 1 augustus 2025, en [verzoeker] is veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €609,50. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.